Een heuse schat aan objecten, hoofdzakelijk uit de Tweede Wereldoorlog, laat André Hast bij zijn overlijden in 2009 na: helmen, gasmaskers, uniformen, wapens, medailles, kentekens, affiches, speelgoed, bajonetten, maquettes... . De uitdijende collectie blijkt uiteindelijk te omvangrijk voor de eigen woonst. Zijn weduwe en de drie kinderen beslissen de volledige verzameling te schenken aan de provincie en in 2015 verhuist de collectie naar het depot van het provinciedomein Raversyde. De collectie sluit er naadloos aan op het openluchtmuseum Atlantikwall op het vroegere domein van Prins Karel. Bij de overdracht liep er in dat jaar al een kleine collectiepresentatie in het museum.
...

Een heuse schat aan objecten, hoofdzakelijk uit de Tweede Wereldoorlog, laat André Hast bij zijn overlijden in 2009 na: helmen, gasmaskers, uniformen, wapens, medailles, kentekens, affiches, speelgoed, bajonetten, maquettes... . De uitdijende collectie blijkt uiteindelijk te omvangrijk voor de eigen woonst. Zijn weduwe en de drie kinderen beslissen de volledige verzameling te schenken aan de provincie en in 2015 verhuist de collectie naar het depot van het provinciedomein Raversyde. De collectie sluit er naadloos aan op het openluchtmuseum Atlantikwall op het vroegere domein van Prins Karel. Bij de overdracht liep er in dat jaar al een kleine collectiepresentatie in het museum. "Het begon allemaal erg bescheiden", herinnert zijn weduwe Nadine Rosseel zich nog. "Op zekere dag zag ik op de kleerkast in onze slaapkamer een helm liggen. Een paar weken later lag er al een tweede naast. Veel zei mijn man er niet over. Maar achteraf gezien was dat de start van een erg intense verzameling. Het deed me wel wat, toen de provincie alle stukken kwam ophalen in 2015." Zelf vindt ze de pop van de concentratiekampgevangene het meest indrukwekkende collectiestuk. "Omdat ik weet hoeveel mijn man er voor over had om die installatie waarheidsgetrouw te reconstrueren", klinkt het. Zoon Peter, een gepensioneerd artillerieofficier, erfde de verzamelwoede van zijn vader niet, maar zag diens levenswerk niet graag verbrokkelen. "De eerste stukken konden nog op de kast, maar al snel werden ook de garage, de werkplaats - mijn vader was meubelmaker - de woonkamer en andere ruimtes ingenomen. Mijn vader gaf af en toe rondleidingen voor kennissen en geïnteresseerden, maar altijd in kleine groepjes. Ook voor schoolgroepen en jeugdverenigingen maakte hij graag tijd vrij.""Zijn lijfspreuk was niet voor niets Ik verzamel om niet te vergeten. En dat bedoelde hij ondubbelzinnig. We mogen de gruwel van de oorlog niet vergeten, dit mag zich niet herhalen, was de boodschap die hij iedereen mee wou geven. Hij was dus geen verzamelaar die fanatiek met het oorlogsgeweld dweepte, maar net het omgekeerde", benadrukt Peter.Dochter Kathleen, die in het zuiden van Andalusië woont, runt er met haar man een privémuseum over de locale tradities en gebruiken. Dochter Sylvie heeft haar vader artistiek geholpen bij de bouw van de maquettes. "Het is altijd de droom geweest van onze pa om de collectie ergens onder te brengen en te tonen aan het grote publiek. Dankzij het initiatief van de provincie is dat nu ook gelukt. Alleen heeft hij het helaas niet meer mee mogen maken", zegt Peter.Nu wordt de collectie integraal getoond op de zolderverdieping van de Vlaamse Zaal. "Het is de bedoeling dat we uit de rijke verzameling putten om er thematentoonstellingen mee op te zetten of dat stukken binnen de permanente presentatie van ons museum een plaats krijgen", besluit directeur -conservator Mathieu de Meyer. (ML)