Oorlog, het doet de gekste dingen met de mensen. Wanneer een dictator zijn land als een grootmacht wil gaan profileren, bespaart hij vaak kosten noch moeite om vooral militair stevig te kunnen uitpakken. Eenmaal de macht van kamp dreigt te wisselen worden ook vaak kosten noch moeite gespaard, maar dan om hun eerdere projecten te gaan verbergen. Een voorbeeld? Het Joegoslavië onder leiding van Tito.
...

Oorlog, het doet de gekste dingen met de mensen. Wanneer een dictator zijn land als een grootmacht wil gaan profileren, bespaart hij vaak kosten noch moeite om vooral militair stevig te kunnen uitpakken. Eenmaal de macht van kamp dreigt te wisselen worden ook vaak kosten noch moeite gespaard, maar dan om hun eerdere projecten te gaan verbergen. Een voorbeeld? Het Joegoslavië onder leiding van Tito. Op de grens van het hedendaagse Kroatië en Bosnië-Herzegovina, ligt het dorpje Zeljava. In 1948, na het einde van de Tweede Wereldoorlog, besloot Tito (eerst als premier, nadien als president) om op die plaats een enorme vliegbasis te gaan bouwen. Pittig detail: de vliegbasis moest ín de berg gebouwd worden. Meer dan 20 jaar werd in het grootste geheim aan 'Objekat 505' (object 505) gewerkt en het resultaat mocht er wezen. Joegoslavië had de grootste en meest geavanceerde ondergrondse luchtmachtbasis ter wereld. 3,5 kilometer aan tunnels die groot genoeg waren om MIG-bommenwerpers te kunnen huisvesten, plaats boden aan een volledige troepenmacht en met deuren die een rechtstreekse impact van een atoombom konden weerstaan. Via die deuren, die in een unieke vorm werden gemaakt, kwamen de vliegtuigen rechtstreeks op de startbaan terecht. (Lees verder onder de video)Hoewel de plaats vooral moest dienen om de buurlanden schrik aan te jagen, werd de basis intensief gebruikt om de oorlog ín Joegoslavië uit te vechten. Objekat 505 werd ondertussen een belangrijk doel voor de vele milities die tegen elkaar streden. Wie beschikte over een ondergronds vliegveld, had een strategisch voordeel van formaat. In 1992 moest het Joegoslavisch leger de plaats dan ook verlaten, iets wat ze niet zomaar deden. De volledige zone werd bezaaid met landmijnen en de startbanen werden opgeblazen. Ook binnenin werd door middel van dynamiet ervoor gezorgd dat niemand de basis ooit nog zou kunnen gebruiken. In 2001 kwam de oorlog in Joegoslavië tot een einde en werd het land opgesplitst. Zeljava, met zijn luchtmachtbasis, bleef echter een onderwerp van heel wat twist. De ingang van de basis ligt in Kroatië maar de tunnels lopen onder Bosnisch grondgebied. Beide landen claimen het eigendomsrecht met als doel de plaats ooit weer operationeel te krijgen. Ondertussen nam de natuur de zaak over en werden de landingsbanen een gegeerde plaats voor amateur-dragracers en motorrijders. Toen we met onze wagen een van die pistes op reden, konden we zelfs verschillende families zien die hier hun kinderen lieten kennis maken met de waanzin van de oorlog. Als we richting tunnels trekken, merken we een stevige politie-aanwezigheid op. Leden van de Croatian Border Police rijden de zone op en af en al snel zouden we kennis gaan maken met hun manier van werken.De basis zelf, die is op zijn zachtst gezegd enorm. De duisternis wordt enkel maar angstaanjagender door de echo's van onze eigen voetstappen. Het is onwezenlijk te denken dat van hieruit ooit vliegtuigen zijn vertrokken, met als doel hun eigen mensen te gaan bombarderen. Niet minder dan zes miljard euro werd enkel en alleen in dit complex gepompt, een astronomisch bedrag dat tot op heden door geen enkel Europees land werd overtroffen. We spenderen enkele uren in de berg maar de echte rush start pas wanneer we het complex opnieuw verlaten. We worden er opgewacht door een lid van de Border Police, vergezeld van zijn Duitse herder. Een identiteitscontrole, een uitbrander, een blaffende hond en heel wat onderhandelingen later mogen we beschikken. Later zal blijken dat de zenuwen bij die mensen op dit ogenblik hard gespannen staan. Net zoals de andere Balkanlanden probeert ook Kroatië de migrantenstroom onder controle te houden. De vrees bestaat dat enkelen hun toevlucht zouden nemen tot de ondergrondse basis en de politie reageert dan ook kordaat. Met een klein gevoel van overwinning trekken we terug naar de auto, maar natuurlijk niet zonder nog even snel wat kiekjes met onze drone te nemen. We lanceren onze quadcopter de lucht in, waardoor we ongewild opnieuw de aandacht van de grenspolitie aantrekken. Een jonge snaak, in uniform en met wapen, komt op ons afgestormd. In gebroken Engels maakt hij meer dan duidelijk dat die drone meteen naar beneden moet of dat ze hem uit de lucht schieten. De agressieve reactie toont aan net hoe nerveus men in die regio is. We gehoorzamen, maar het gaat niet snel genoeg, dus drukt de agent zelf op de joystick. Het dure elektronische speelgoed stort, buiten ons gezichtsveld, naar beneden. We krijgen een tweede uitbrander van de dag, een tweede identiteitscontrole van de dag en de politie vertrekt opnieuw. Een derde uitbrander volgt zowat meteen. Mijn vrouw drukt me met de neus op de feiten dat ik zonet niet alleen mijn vliegende camera kwijt ben geraakt, maar dat ik ook de foto's en video's in rook zag opgaan. Ik wilde mijn mannelijke eer houden en aan mijn wederhelft bewijzen dat ik alles terug zou vinden. Zonder dat we het zelf wisten, stonden we aan de start van één van de gevaarlijkste exploten die we ooit hebben ondernomen.Zonder echt rekening te houden met de omgeving en de talrijke signalen, trekken we het hoge gras en het struikgewas in. Via de laatste GPS-coördinaten van de drone proberen we ons, bijna blind, te situeren in de hoop toch op zijn minst de geheugenkaart te kunnen recupereren. Onder een verschroeiende zon stappen we bijna een uur voorzichtig heen en weer, bang dat we met onze voeten per ongeluk het laatste stukje drone zouden kapot trappen. We waren zodanig geconcentreerd dat we niet eens doorhadden dat de niet-zo-vriendelijke agent met herdershond ondertussen was teruggekeerd. Als een halve gare begint hij te roepen, te tieren en gebaren te maken. Naast het feit dat we zijn taal absoluut niet begrijpen, was de paniekerige trilling in zijn stem allesoverheersend. Na minuten, die uren leken, vindt hij toch een universele manier om met ons te communiceren. "YOU-STOP-KABOEM!" Kaboem, dus. En hoewel mijn Kroatisch niet op punt staat, hebben mijn vrouw en ik meteen door dat dit niet echt goed nieuws is. Door middel van handgebaren en vingerwijzen slaagt hij erin ons een paneel te tonen met een dieprode kleur en een doodshoofd erop. Op zich al een heerlijke cocktail van doemsignalen, maar het is vooral het woord 'Mines' dat als een mokerslag aankomt. Mijnen? We stonden temidden een mijnenveld. Toen de Joegoslavische troepen de boel achterlieten, plaatsten ze hier duizenden mijnen, maar die explosieven werden nooit echt opgeruimd. Er staan projecten in de startblokken om, samen met Europa, daar werk van te maken maar zowel het budget, de politieke twisten tussen de buurlanden en de vluchtelingencrisis zorgen voor ontelbare vertragingen. Het is een wake up-call van jewelste, een harde klap rond de oren die door de realiteit werd uitgedeeld. In Europa, ons eigenste Europa, liggen dus nog steeds landmijnen te wachten op gewillige slachtoffers. Met duidelijke en kordate instructies worden we uit het veld geloodst en getrakteerd op een scheldpartij van jewelste. Het commissariaat wordt gebeld, er wordt met de ambassade gedreigd en heel even krijgen we te horen dat ze misschien wel onze camera's in beslag zullen nemen. Meerdere politiediensten komen erbij, foto's van onze papieren worden genomen en heel wat telefoontjes worden gepleegd. Een indrukwekkend moment dat enkel door een iets werd overheerst: de blik van mijn vrouw. Het was toen dat ik tot het besef kwam dat ik aan mijn schoonvader zou mogen uitleggen dat ik zijn dochter door een mijnenveld had laten stappen. Misschien was een landmijn dan uiteindelijk toch niet zo'n slechte optie?