We gaan op schattenjacht. Voor de enen kan dat alleen in het rijk der fabelen, voor anderen is het bittere ernst. In elk geval, wie nu eens echt op schattenjacht wil, hoeft daarvoor niet langer naar een ver tropisch eiland. Het kan dichter bij huis, bij ons, vlak over de grens in Frankrijk bijvoorbeeld.
...

We gaan op schattenjacht. Voor de enen kan dat alleen in het rijk der fabelen, voor anderen is het bittere ernst. In elk geval, wie nu eens echt op schattenjacht wil, hoeft daarvoor niet langer naar een ver tropisch eiland. Het kan dichter bij huis, bij ons, vlak over de grens in Frankrijk bijvoorbeeld. Enkele jaren geleden botste ik in een Frans warenhuis op een boekje dat over de 51 geheimen van Frankrijk vertelde. Fascinerend, vond ik. Eén verhaal lokte mijn aandacht: dat over de 400.000 gouden muntstukken die in de grond verstopt zaten, niet eens zo ver van bij mij vandaan. Vlak over de grens, in de buurt van een ondergronds meer in Lezennes, een dorp van amper 3.000 inwoners in de schaduw van Rijsel. Voor schattenjagers is het een bekend oord, dat kleine dorp, omwille van de vele tunnels en grotten.Het verhaal is even boeiend als het oud is. Het jaar is 1214, in Frankrijk woedt voor de zoveelste keer een hevige veldslag in de streek van Bouvines. Frankrijk tegen Engeland. Voor de veldslag waren huurlingen ingeschakeld en die moeten natuurlijk betaald worden. Een ridder wordt op pad gestuurd met 400.000 gouden muntstukken, maar de muntstukken komen nooit aan. De ridder in kwestie wordt dagen later in een herberg ladderzat aangetroffen. Tijdens zijn arrestatie verklaart hij dat hij de muntstukken heeft verborgen nabij een ondergronds meer. Het waren zijn laatste woorden want kort nadien werd hij wegens hoogverraad ter dood veroordeeld.(Lees verder onder de video)400.000 muntstukken, het is een onvoorstelbare hoeveelheid waarvoor je eigenlijk een vrachtwagen nodig hebt. Toch behoort het verhaal tot de Franse geschiedenis. Meer nog, tot op vandaag gaan nog altijd mensen op zoek naar die goudstukken. Maar het lijkt zoeken naar een speld in een hooiberg, al hebben speurneuzen intussen die 'hooiberg' kunnen reduceren tot enkele vierkante kilometers... in de buurt van Lezennes. Wie dieper de boeken induikt, komt al snel tot de conclusie dat de streek die vroeger "Bouvines" werd genoemd, nu wel eens Rijsel zou kunnen zijn. Onder Rijsel loopt een netwerk van tunnels over zo'n 400 km dat zich uitstrekt over acht gemeenten, waaronder dus Lezennes. Het dorp was in vervlogen tijden bekend om zijn mijnbouw. Dat alles samen maakt dat nogal wat schattenjagers vermoeden dat de schat van de 400.000 goudstukken in een van de tunnels moet te vinden zijn.Het duurt een hele tijd en het kost wat moeite om een gids te vinden die ons in dat ondergrondse netwerk wil begeleiden. Zo'n gids is noodzakelijk, want het netwerk is vrij chaotisch en weinig is in kaart gebracht. Bovendien ziet men er de schattenjagers niet zo graag komen. Volgens een oudere dame, geboren en getogen in de gemeente, moest de brandweer vroeger bijna wekelijks mensen uit de tunnels redden. De burgemeester zet dan ook alles op alles om de goudkoorts tegen te gaan. Ingangen gaan sneller dicht dan open (er zijn wel nog enkele 'officiële' ingangen die gebruikt worden door de speleoclub en de hulpdiensten), overal staan er camera's en buurtbewoners krijgen de opdracht om meteen de politie te bellen wanneer ze iemand met een spade en een helm zien passeren. Via Facebook worden schattenjagers zelfs persoonlijk aangesproken door de burgemeester.We riskeren het dus, met een gids. Onze poort tot het tunnelstelsel is een ordinair rioolputdeksel, dat met stevige bouten is vastgemaakt. We dalen af naar een andere wereld, waar de tijd is blijven stil staan. We dalen dieper en dieper af in tunnels die niet echt op maat gemaakt lijken voor grote gestaltes. Mijn helm bewijst meer dan eens zijn nut. We worden erg snel met de neus op de feiten gedrukt: deze plaats is gevaarlijk. Het is een wirwar van gangen, gaten en openingen en zelfs onze gids moet meer dan eens op zijn passen terugkeren. (Lees verder onder de foto)"Tiens, dit was hier nog niet vorige maand", klinkt het keer op keer. De kleur van het puin liegt er dan ook niet om. Het grijze en grauwe puin is oud, het bruine puin is 'vers' en wijst op een recente instorting. Onze gids, een kerel met een passie voor het tunnelnetwerk van Lezennes, is erg sceptisch wanneer we hem over de schat aanspreken. "Geloven jullie daar echt in?" klinkt het. "Als dat echt had bestaan, dan hadden we dat toch al lang gevonden? Het zou niet de eerste keer zijn dat ik hier een eenzame ziel tegen het lijf loop, met een spade in de hand, kijkend op zijn smartphone om de weg te vinden. Ik moet er altijd hartelijk om lachen. In hun zoektocht naar het fortuin vergeten heel wat van die gasten dat het hier geen speeltuin is". Wanneer we hem vragen of hij het aan de grote klok zou hangen, mocht hij zelf de schat per toeval vinden, reageert hij met enige aarzeling. "Ik weet niet wat ik zou doen. We mogen hier eigenlijk niet zijn, dus hier iets vinden zou me waarschijnlijk heel wat problemen opleveren", klinkt het. "Trouwens, mocht die schat echt bestaan, dan is dat van historische waarde. Ik denk dus niet dat ik ze zou mogen houden."Je merkt aan zijn stem duidelijk dat hij denkt: "Het is onzin, maar je toch maar nooit..." Het is een gevoel dat, tijdens onze tocht doorheen het doolhof, meer dan eens wordt bevestigd. We vinden her en der pikhouwelen, spaden, kleine kruiwagens en kapgaten. Hier zijn mensen geweest die intensief op zoektocht waren. Dat men er nog niet aan uit is of het verhaal al dan niet verzonnen is, maakt voor die schattenjagers bitter weinig uit.Na een tweetal uren van hurken, kruipen en het hoofd stoten, klinkt onze gids opgewekt: "Ik stel jullie voor, het ondergrondse meer." Hij wijst naar een uitgestrekt bassin. Het meer bestaat dus echt. We kijken vol ongeloof en verbazing, maar we staan wel degelijk met onze voeten in het water. Op zijn minst een deel van de legende lijkt te kloppen. Maar... eerlijk? Ik had me dat waanzinniger voorgesteld. (Lees verder onder de foto)"Het water is afkomstig van scheuren in de bodem", laat de gids ons weten. "Het is warm, het is zomer, het is droog en dus staat ook hier erg weinig water. Vooral in de lente en de herfst is het hier gevaarlijk. Op de plaats waar we nu staan, staat alles onder water en zelfs een aanzienlijk stuk van de tunnels loopt dan onder. Het zijn verraderlijke situaties waar men zich kan aan laten vangen." Op zijn smartphone toont hij ons enkele foto's van maanden daarvoor en we zien inderdaad een enorm meer met een blauwe kleur. "Kijk, wij staan nu hier", zegt hij terwijl hij naar een plaats middenin het meer wijst. "Die blauwe kleur is afkomstig van het gesteente. Dat filtert het water waardoor het een blauwe gloed krijgt. Schitterend om te zien".We verkennen iets meer dan een uur alle hoekjes en kantjes van deze wonderbaarlijke ondergrondse plek. Meer dan 20 tunnels komen hier op uit, onmogelijk om die allemaal te gaan verkennen. Het zou dus best kunnen dat hier een schat verborgen ligt. Elke opening is een toegang tot weer een ander netwerk van tunnels. Het lijkt onbegonnen werk om hier op zoek te gaan. Rond het meer nemen zo te zien wel meer vertwijfelde jagers een rustpauze. Ze bewaren hier hun handschoenen, hun pikhouwelen en ander gereedschap. Maar aanwijzingen die ons mogelijk naar de gouden muntstukken kunnen leiden, vinden we er niet. En al zeker niet de muntstukken. Het is de hoogste tijd om richting uitgang te bewegen. We zijn nog maar net naar boven geklauterd of ineens staat een bejaarde dame in badjas en met hond naast ons. Het is dan drie uur in de nacht. "Hebben jullie hier toestemming voor?", vraagt ze. Haar toon klinkt berispend, maar we weten de vrouw te milderen. "In de gloriejaren was het hier een komen en gaan van mensen", vertelt ze. "We hebben hier ooit zelfs Duitsers gehad die kwamen zoeken, jonge kerels waren het. Toen we de brandweer zagen arriveren, wisten we dat het prijs was. Ze waren compleet verdwaald gelopen en na twee dagen zijn de hulpdiensten ze moeten gaan bevrijden. We hebben hier al wat gezien!" Terwijl we het deksel weer op zijn plaats leggen, haalt de nieuwsgierigheid het van de scepsis. "En, niets gevonden beneden?", vraagt ze. "Zeg het gerust, ik ga het niet voort vertellen." En zo sluimert de legende verder...