Cécile Leenaert (95) was 16 toen de Tweede Wereldoorlog in 1940 uitbrak. Zij was van 1942 en 1944 actief in het verzet in Kortrijk. Haar codenaam was 'Moustique'. Zij was 18 en 'een jong meisje op een fiets'. Ze kon zo de Duitse bezetter om de tuin leiden. Zij vervoerde met haar fiets geheime boodschappen van de ene verzetsorganisatie naar de andere. Ze hielp ook Engelse soldaten verzorgen of bezorgde ze onderduikadressen. Voor haar inzet en heldendaden werd ze gevraagd als eregast bij de herdenking 75 jaar bevrijding. Burgemeester Vincent Van Quickenborne overhandigde haar een bloementuil.
...

Cécile Leenaert (95) was 16 toen de Tweede Wereldoorlog in 1940 uitbrak. Zij was van 1942 en 1944 actief in het verzet in Kortrijk. Haar codenaam was 'Moustique'. Zij was 18 en 'een jong meisje op een fiets'. Ze kon zo de Duitse bezetter om de tuin leiden. Zij vervoerde met haar fiets geheime boodschappen van de ene verzetsorganisatie naar de andere. Ze hielp ook Engelse soldaten verzorgen of bezorgde ze onderduikadressen. Voor haar inzet en heldendaden werd ze gevraagd als eregast bij de herdenking 75 jaar bevrijding. Burgemeester Vincent Van Quickenborne overhandigde haar een bloementuil. "De bevrijding kwam geen moment te vroeg. Kortrijk had veel geleden. Alswe de bevrijders willen huldigen volstaat het niet om te kijken naar de geallieerde troepen. Er waren ook Kortrijkzanen die zich verenigden in de strijd tegen de bezetter. Mede dankzij veel verzetslieden werd de Duitse bezetter teruggedrongen", weet burgemeester Van Quickenborne. Een van de vele verzetstrijders was Edmond Buysschaert, de neef van Céciles man Henri Buysschaert. Hij hielp geallieerde piloten onderduiken, slachtoffers onder het puin halen na een bombardement en werkte mee aan verschillende sabotageacties. De actie op 2 september 1944 zou hem fataal worden. Op 2 september werden namelijk vrijwilligers gevraagd voor een sabotageactie op de spoorweglijn Kortrijk-Brussel. Het waren Joseph T'Joens, Edmond Buysschaert, Maurice Haemers, Jules Sabbe en Valère Vanwijnsberghe, allen vrijwilligers bij het Geheim Belgisch leger. Ze legden dynamiet op de kruising van de spoorlijn Kortrijk-Gent en Kortrijk-Brussel. Luid klinkende geweerschoten in de buurt deden de Duitsers schrikken. Ze dachten dat ze aangevallen werden door het vijftal. Het werd een geslaagde actie, maar op de terugweg stootte het vijftal op een colonne gestationeerde Duitse wagens. De Duitsers, naar schatting 150 man, vielen de saboteurs aan die zich wilden verspreiden. Valère Vanwijnsberghe werd op slag gedood. Edmond 'Eddy' Buysschaert werd geraakt door een kogel in het been en werd afgemaakt door een mitrailleursalvo. Hij stierf amper zes dagen na zijn 21ste verjaardag. Hij was het eerste slachtoffer van de bevrijding van Kortrijk. De steen werd officieel ingehuldigd op de Graanmarkt in aanwezigheid van Cécile en familie van Edmond uit Canada. Wie de bevrijding in 1944 bewust meemaakte was André Isaac (85). Hij was 6 jaar toen de oorlog uitbrak en 10 toen Kortrijk bevrijd werd. Al op 10 mei 1940, rond 18 uur, werd Kortrijk het slachtoffer van een dodelijke luchtaanval door de Duitse luchtmacht die het vormingsstation in Marke en het vliegveld in Wevelgem als doelwit had uitgekozen. "Wij woonden toen in Gullegem waar mijn vader een zinkbedrijf had en vliegtuigen onderhield. Bij dat eerste bombardement op Kortrijk werd onze keuken verwoest. Ik kan het mij nog zo voor de geest halen. Wij zijn toen op ons 'trottinette' gevlucht naar Kortrijk. Het werden lange jaren van onderduiken en in vluchtkelders zitten, want een Joodse familienaam als Isaac lag niet voor de hand in die tijd", vertelt André. "Ik kan er genoeg over vertellen en heb in Kortrijk nog geen enkele herdenking gemist."