In het voorjaar van 1918 ondernamen de Duitsers vooralsnog een poging om de kust te bereiken, met zijn strategisch belangrijke havens. Dit moest gebeuren via de West-Vlaamse heuvels.

Op 16 april 1918 braken ze door de frontlijn bij Wijtschate - Mesen. Korte tijd daarna stootten ze door tot aan de voet van de Kemmelberg. De berg is het toneel van zeer gruwelijke gevechten. Veelvuldig worden er ook hier diverse oorlogsgassen gebruikt. De slachting bij de Kemmelberg begint in de ochtend van 25 april 1918. De hele nacht hebben de Duitsers gasgranaten afgevuurd op de geallieerden, terwijl de Fransen hun stellingen met bombardementen vanuit vliegtuigen verdedigden. Om 06.00 uur bestormen de Duitse Alpenjagers de heuvel en de Fransen moeten zich terugtrekken op de Rodeberg en de Scherpenberg. Op de Ossuaire worden 5294 Franse doden herdacht; slechts 57 konden met naam worden vermeld.

Naast diverse Franse vertegenwoordigers was ook de Nieuw Zeelandse ambassadeur aanwezig, net als een vertegenwoordiging uit Ierland. De kinderen van de school van Dranouter hielpen de bloemen neer te leggen en zongen het volkslied.

(EF)