Op 26 maart 1944 - een dag waarop heel wat kinderen hun plechtige communie deden - vielen het meeste burgerslachtoffers: 250 doden. De halve stad was vernield. Op 10 mei vielen nog eens tien doden en dan was er het bombardement op de Nationale Feestdag. Er vielen 127 slachtoffers, minder dan in maart. Dat kwam vooral omdat sinds de bombardementen van maart niemand zich nog veilig voelde in de stad. Velen trokken naar familie of vrienden in aanpalende gemeenten. Er vielen wel veel slachtoffers in bejaardenhuizen. Mensen zonder hulp of familie konden het oorlogsgeweld niet ontvluchten.

Op 21 juli begonnen de bommen rond 01:00 uur 's nachts te vallen. Het bombardement duurde een kwartier, maar dat was voldoende. Het spoorwegknooppunt tussen de Kongoweg en de Marksesteenweg was beschadigd. Een uur later volgde nog een tweede luchtaanval, deze keer uitgevoerd door meer dan 300 vliegtuigen.

De ravage was enorm. Alle gebouwen vanaf hotel Damier tot aan de Rijselsestraat waren vernield. Het postgebouw uit 1906 aan de Graanmarkt was compleet weg gevaagd, enkel de torenspits bleef overeind. "De Grote Hallen, het pronkstuk van Kortrijk, zijn een knapperende vuurzee", noteerde een brandweercommandant. Het museum voor oudheidkunde was in de hallen gevestigd. Slechts een klein deel van de collectie kon gered worden.

Uiteraard was de hele stationsbuurt zwaar getroffen. Ook het beroemde meubelbedrijf De Coene in de Weggevoerdenlaan was zwaar beschadigd.

© BELGAIMAGE

Er is op deze nationale feestdag geen speciale herdenking voor dit bombardement. Wel is er de wandelroute 'Kortrijk in het vizier' langs de plekken die het hardst getroffen werden. In een begeleidend boekje en op sokkels ter plaatse vindt men foto's en verhalen van toen. Hetwandelboekje met kaart kan men gratis afhalen bij de dienst Toerisme in het Begijnhofpark, in de centrale bibliotheek of aan het onthaal in het stadhuis.

(NOM)