Het moet gezegd: wie iets meer wil weten over hoe ongelooflijk wreed WO I in onze contreien heeft huisgehouden, moet bij kenner en auteur van onder meer 'Nieuwpoort Sector 1917' Kristof Jacobs zijn. Hij raakte al van jongs af aan in de ban van oorlogsgeschiedenis en daar heeft zijn overgrootvader van moederskant Hendrik 'Henri' Hollevoet veel mee te maken.
...

Het moet gezegd: wie iets meer wil weten over hoe ongelooflijk wreed WO I in onze contreien heeft huisgehouden, moet bij kenner en auteur van onder meer 'Nieuwpoort Sector 1917' Kristof Jacobs zijn. Hij raakte al van jongs af aan in de ban van oorlogsgeschiedenis en daar heeft zijn overgrootvader van moederskant Hendrik 'Henri' Hollevoet veel mee te maken. "Mijn overgrootvader stierf in 1978. Hij vertelde heel weinig over wat hij destijds heeft meegemaakt, maar in zijn laatste uren kwamen de herinneringen aan de loopgraven en de oorlogen weer boven", herinnert Kristof zich. "Hij woonde toen in bij zijn dochter Angèle, mijn grootmoeder, en daar werd het oorlogsgebeuren voor mij tastbaar, mede door onder meer zijn medailles en resterende documenten die ik er op zolder vond. Ik raakte erdoor gefascineerd en dat is zo gebleven tot op vandaag", aldus Kristof.Het verhaal van Henrik Hollevoet, geboren in Ramskapelle op 27 maart 1887, is er één van vallen en opstaan met als bloedrode draad de onbeschrijfbare verschrikkingen van een helse oorlog in de regio. Op 14 oktober 1911 trouwde Henri, zoals hij meestal genoemd werd, met Eliza Dedeyster uit Westende. Ze kregen drie kinderen: Maria, geboren in 1912, Gustaaf in 1914 en Angèle in 1920."Aan het begin van de oorlog vluchtte het gezin, dat in de Zeelaan in Lombardsijde woonde en waar Henri als zelfstandig schrijnwerker aan de slag was, voor het Duitse oorlogsgeweld", vertelt Kristof. "Ze trokken naar Frankrijk en deden dat via Koksijde, waar zoontje Gustaaf jammerlijk overleed. Lombardsijde viel in oktober 1914 en werd eerst ingenomen door jonge Duitse soldaten, voornamelijk vrijwilligers en studenten. Wat volgde waren jaren van verwoesting, bombardementen en beschietingen. In 1917 werd mijn overgrootvader gemobiliseerd in Frankrijk en toegevoegd aan de vijfde Legerdivisie. Mijn overgrootmoeder trok met het gezin naar Bayeux, waar nog meer Lombardsijdenaars verbleven. Zij werkte er in de plaatselijke ciderfabriek en kon er overleven mede dankzij de soldij van haar man die met de zesde artillerie bij de Bloemmolens in Diksmuide streed tegen de Duitsers in niets meer dan een echte 'hellhole'", gaat Kristof verder.Na de geallieerde overwinning en de wapenstilstand moest Henri Hollevoet eerst mee naar Duitsland. De regio kreeg het in de laatste dagen van WO I trouwens nog heel hard te verduren. De Duitsers richtten voor een laatste vernietigende maal hun artillerie op het Nieuwpoortse front. Alle koop- en eetwaren namen ze tijdens hun vlucht mee."Mijn overgrootvader keerde in juli 1919 terug om verenigd te worden met zijn gezin", gaat Kristof verder. "Vanuit Adinkerke, waar ze toen verbleven, reed hij met de fiets naar zijn woonplaats om er te gaan kijken naar zijn huis. Het enige wat hij vond was puin en verschrikking. Lombardsijde lag er compleet verwoest bij, alles was weg. Ook Westende was veranderd in een spookdorp, met de grond gelijk gemaakt en doorkliefd met loopgraven en stellingen. Alleen in Middelkerke stonden er nog enkele gebouwen recht. Henri ging op zoek naar de plaats waar ooit zijn huis en atelier hadden gestaan en vond de positie ervan door een deurklink die hij herkende. Van dat moment af begon hij met de heropbouw van zijn huis, dankzij onder meer de vergoedingen die hij kreeg van de administratie Verwoeste Gewesten. Die kreeg hij in schijven, en zo bouwde hij in functie daarvan wanneer hij kon een stukje of een kamer bij. De woning in de Zeelaan staat er nog altijd."Het verhaal van Henrik 'Henri' Hollevoet eindigt daarmee niet. "Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 1938 raakte hij verkozen bij de Katholieke Partij en werd hij bovendien burgemeester van Lombardsijde. Zes maanden later stonden de Duitsers daar terug... Hij bleef als verkozen burgemeester zetelen tijdens de oorlogsjaren, maar moest zich op het einde toch verstoppen voor de Duitsers, die naar hem op zoek waren. In 1946 werd hij bij nieuwe verkiezingen niet meer herkozen. Ironisch toch. Hij was hoegenaamd geen oorlogsburgemeester in de pejoratieve betekenis van het woord, vermits hij zelf moest onderduiken, maar een nieuw mandaat zat er niet in", besluit Kristof. (DVL)