Oud-burgemeester Willy Dewilde vertelde zijn verhaal als jongeling. "Via de clandestiene Engelse radio hoorden we dat de bevrijders snel naar onze streek oprukten. Ik was toen 12 jaar in 1944 en uitzinnig van vreugde. Eindelijk verlost van 4 lange jaren Duitse bezetting, de angst voor represailles, deportaties en ontberingen. De laatste Feldgrau uniformen zagen we op woensdag 6 september 1944. Die avond stonden we in de Statiestraat met buren te keuvelen toen we een colonne haveloze Duitse soldaten opmerkten die vanuit de Bikschotestraat kwamen. Sommige kwamen per fiets andere met paard en kar en een groepje op een lichte vrachtwagen getrokken door 2 paarden. Toen een buurman een smalende opmerking maakte, sp...

Oud-burgemeester Willy Dewilde vertelde zijn verhaal als jongeling. "Via de clandestiene Engelse radio hoorden we dat de bevrijders snel naar onze streek oprukten. Ik was toen 12 jaar in 1944 en uitzinnig van vreugde. Eindelijk verlost van 4 lange jaren Duitse bezetting, de angst voor represailles, deportaties en ontberingen. De laatste Feldgrau uniformen zagen we op woensdag 6 september 1944. Die avond stonden we in de Statiestraat met buren te keuvelen toen we een colonne haveloze Duitse soldaten opmerkten die vanuit de Bikschotestraat kwamen. Sommige kwamen per fiets andere met paard en kar en een groepje op een lichte vrachtwagen getrokken door 2 paarden. Toen een buurman een smalende opmerking maakte, sprong een piepjonge Duitser met gericht geweer uit de laadbak en bedreigde ons. Iemand riep "Nicht schiesen bitte". Daarop trokken 2 oudere soldaten hun jonge collega weg. Net voor hij in de laadbak geduwd werd, riep hij "Wir kommen sofort zuruck". Jonge elementen waren nog lang niet oorlogsmoe. Denk maar aan het Von Runstedt offensief dat begon half december 1944", bracht Willy Dewilde in herinnering.Volgens een getuigenis van oud-bugemeester Jozef Dumoulin hadden de Duitsers de brug van Boezinge gedynamiteerd en van die kant konden ze niet meer komen. "Plots hoorden we vanuit het zuiden een naderend gebulder. We liepen naar de Canadien, maar daar was niets te zien. Door de hevige regen en stormwind, stapten we wel met honderden naar de Fortuinhoek in St.-Juliaan. De tanks reden volle vaart richting Poelkapelle. Het waren Polen van de eerste Poolse pantserdivisie, onder het bevel van generaal Maczek. Wij bewonderden ze en juichten hen toe. Vele tanks waren bedekt met bloemen. Omstaanders reikten de Polen peren en appels aan. Ik was hees van "Welcome" te roepen. Ze bleven maar komen. De bevrijders waren gecharmeerd door de aanmoedigingen en de genegenheid die we toonden. Rond de middag trokken we naar huis, doornat en doorwaaid, maar gelukkig van het Duitse juk verlost", liet Dumoulin destijds optekenen.Het centrum van Poelkapelle noch van Langemark werd door de bevrijders aangedaan. De Polen gebruikten Engelse wegenkaarten uit WOI. De wegen liepen door velden en landerijen heen. Karin Ghequiere meldde in ene post dat naast hun woning, een voormalige hoeve en Hoevedreef de tanks gedurende een dag en een nacht vanuit Passendale door hun weiden naar Westrozebeke reden. Later werd de landweg gewijzigd in Tankdreef .Willy Dewilde: "De 4 lange bezettingsjaren hebben mijn mooiste jeugdjaren verpest. Er was een constante angst voor de soldaten, de gestapo's en de verklikkers. Ik spreek dan nog niet over de tekorten aan voedsel, medicijnen en kledij. Daarom staat de bevrijding van donderdag 7 september 1944 scherp in mijn geheugen gegrift."Tijdens de plechtigheid noemde Robert De Wandel alle gesneuvelden uit WOII van de gemeente. De soldaten van Langemark-Poelkapelle die stierven zijn Ligneel Arthur op 25 mei 1940 en Bossaert Julien op 10 mei 1940. De inwoners van Langemark-Poelkapelle die overleden zijn als politiek gevangene: Arthur Verhoustraete op 21 oktober 1944, Michel Buyse op 14 februari 1945, Achiel Canepeele op 16 februari 1945, Hendrik Coryn op 11 maart 1945 en Jules Opsomer raakte vermist. 7 burgers van Langemark-Poelkapelle stierven tijdens de tweede Werelbrand: Camiel Parrein op 20 november 1940, Julien Delie op 27 oktober 1943, Remi Deverweraere op 23 maart 1944, Marie-Louise Barthier op 26 maart 1944, Michel Dewilde op 13 augustus 1944, Roger Huyghe op 17 augustus 1944 en Albert Truwant op 22 augustus 1944.(pco)