Archeologen van Monument Vandekerkhove hebben een belangrijke opgraving uitgevoerd aan een boerderij in de buurt van gehucht Verlorenhoek langs de Zonnebeekseweg in Ieper. "Toen we dit dossier op onze tafel kregen, wisten we dat de kans groot was dat we iets zouden aantreffen in de grond", zegt Bert Heyvaert, de in WO I-gespecialiseerde archeoloog die de leiding van het project op zich nam. "Het terrein bevindt zich immers pal op de 1ste Duitse linie van de Ieperboog. Tussen mei 1975 en juli 1917 verschoof het front op deze plaats met geen centimeter, wat de Duitsers de kans gaf hun stellingen goed uit te bouwen."
...

Archeologen van Monument Vandekerkhove hebben een belangrijke opgraving uitgevoerd aan een boerderij in de buurt van gehucht Verlorenhoek langs de Zonnebeekseweg in Ieper. "Toen we dit dossier op onze tafel kregen, wisten we dat de kans groot was dat we iets zouden aantreffen in de grond", zegt Bert Heyvaert, de in WO I-gespecialiseerde archeoloog die de leiding van het project op zich nam. "Het terrein bevindt zich immers pal op de 1ste Duitse linie van de Ieperboog. Tussen mei 1975 en juli 1917 verschoof het front op deze plaats met geen centimeter, wat de Duitsers de kans gaf hun stellingen goed uit te bouwen.""Het overgrote deel van de archeologische restanten in dit gebied liggen in akkerland. Daar hebben de houten structuren te lijden onder diepploegen en de gevolgen van intensieve bemesting. Deze site lag echter al sinds de jaren '20 van vorige eeuw op het achtererf van de hoeve. De grond was er nooit bewerkt geweest", aldus de archeoloog. Een onderzoek van luchtfoto's en loopgraafkaarten toonde dat het projectgebied een deel van de voorste Duitse loopgraven zou aansnijden. Het proefsleuvenonderzoek liet vrij goed bewaarde loopgraven zien. De archeologen beslisten meteen om 1.500 m² Duitse stelling op te graven. "De resultaten overtroffen onze verwachtingen", zegt de archeoloog. "Van de meer dan 100 meter loopgraven die we blootlegden, was het merendeel bijzonder goed bewaard." De onderzoekers vonden mooie sporen. "Niet enkel de loopplanken van de vloer waren in goede staat, ook de houten werkpanelen die de wanden vormden bleken goed bewaard. Daarnaast legden we houten schuilplaatsen vrij. De evolutie daarvan konden we goed volgen op de site. De oudste, die wellicht in de lente van 1915 zijn gebouwd, waren niet veel meer dan een groot rechthoekig gat met wat roofingpapier op de grond, bedekt met stro en voorzien van een dak. Later kregen de onderkomens een houten vloer, sommige zelf onderkomens met een houten vloer gebouwd, sommige aangesloten op het drainagesysteem."In en rond de structuren troffen de onderzoekers honderden kogels, uitrustingstukken en andere spullen. Zo haalden ze een schouderkenteken en stukken uniform van het prestigieuze 'Life Guards Regiment boven. "Dat alles geeft ons een mooi beeld van het leven aan het front."De site viel op 31 juli 1917 in handen van de geallieerden. In aanloop naar de 'Slag om Passendaele' werd het terrein het onderwerp van een de zwaarste artilleriebombardementen uit WO I. "Desondanks bleven de structuren goed gespaard", aldus de archeoloog. "De hoogste delen van de loopgraven werden het eerst geraakt, vulden de rest deels op en zorgden vervolgens voor een buffer tegen de Britse projectielen. De basisstructuur van de loopgraven was bijna onbeschadigd. Het afwateringssysteem van de Duitsers bleek na 100 jaar onder de grond zelfs nog operationeel te zijn, iets waarvan we na hevige onweders dankbaar gebruik maakten.""De Britse soldaten vestigden zich een tijdje in de loopgraven, maar verlieten ze waarschijnlijk alweer toen het front verder opschoof naar Passendaele", weet Bert. "Ze deden slechts hier en daar moeite om de loopgraven echt te herstellen. Er werd zelfs bijna geen puin geruimd. Flessen en gebruiksmateriaal werden gedumpt waar men ze kwijt kon. Een groot verschil met de Duitsers, die relatief weinig achterlieten in de stelling."Op het terrein werden de resten van een 5-tal soldaten aangetroffen. "Die zijn wellicht gesneuveld tijdens de Slag om Passendaele of later", verduidelijkt Bert Heyvaert. "Twee stoffelijke overschotten waren nog min of meer intact en konden als Brits worden geïdentificeerd. Eén soldaat was nog voorzien van zijn volledige bepakking." De stoffelijke resten worden nu verder onderzocht door de archeologen, door de Commonwealth War Graves Commission en door de Britse autoriteiten.(CMW)