"Ik ben een rasechte Nieuwstadnaar", lacht Franky. "Heel wat jeugdherinneringen zijn mij bijgebleven. Zo herinner ik mij het beeld van de kermismolen van Pietje-met-zijn-paard, tegenover onze winkel waar mama achter de toog stond. Ik was toen een jaar of drie. En ik zie het stukje dreef voor mij waar Norbert Blanckaert oefende voor zijn motorcrosswedstrijden... Mijn grootvader, Camiel Tack, was in de jaren 20 de wekker van de werkmensen in de wijk. Hij vertrok elke morgen op hetzelfde tijdstip met zijn hondenkar om de dagverse melk op te halen voor zijn melkronde. Waar hij langskwam, was dat het sein om naar het werk te vertrekken. Moeder Tack baatte een kruidenierswinkeltje uit in de Brugsesteenweg. De twee dochters moesten...

"Ik ben een rasechte Nieuwstadnaar", lacht Franky. "Heel wat jeugdherinneringen zijn mij bijgebleven. Zo herinner ik mij het beeld van de kermismolen van Pietje-met-zijn-paard, tegenover onze winkel waar mama achter de toog stond. Ik was toen een jaar of drie. En ik zie het stukje dreef voor mij waar Norbert Blanckaert oefende voor zijn motorcrosswedstrijden... Mijn grootvader, Camiel Tack, was in de jaren 20 de wekker van de werkmensen in de wijk. Hij vertrok elke morgen op hetzelfde tijdstip met zijn hondenkar om de dagverse melk op te halen voor zijn melkronde. Waar hij langskwam, was dat het sein om naar het werk te vertrekken. Moeder Tack baatte een kruidenierswinkeltje uit in de Brugsesteenweg. De twee dochters moesten regelmatig helpen. De ene dochter was Marie-Thérèse, mijn moeder, die later de winkel overnam en uitbaatte tot de jaren 70." "Will Tura kwam dikwijls snoep kopen bij mijn oma, maar ik heb hem nooit weten rondtoeren, want toen was hij al naar Brussel vertrokken. Als kind heb ik wel de circustent van Bobbejaan Schoepen op de Grote Markt gezien, waar Tuurtje Blanckaert toen stond te jodelen. Het huis op de Brugsesteenweg waar mijn ouders bleven wonen, was de bakermat van mijn leven. In de 'voorplekke' met de 'schoonste meubels' mocht ik als kind nooit komen. In de winkel stonden twee toonbanken: de oude vol snoep, de moderne had een vitrine waar de kaas lag uitgestald. De kruidenierswinkel was net als cafés een ontmoetingsplaats waar ook flink geroddeld werd. In de keuken leefden we: daar aten we, luisterden we op zondagmorgen naar de radio, moesten we ons op zaterdag beurtelings wassen, daar werden de kerst- en nieuwjaarsfeestjes gevierd... Mijn heiligdom was de mansarde, waar ik kon studeren en waar mijn eerste platendraaier stond. Spelen deden we op straat, in de Hobelaan, waar bijna geen verkeer kwam."Franky ging elk jaar aan papa's hand naar de middernachtmis met Kerstmis. "Daar is waarschijnlijk mijn passie voor kerststallen ontstaan" denkt Franky. "Bij de kerstsfeer hoorde het zelfgemaakte kerststalletje van pépé Leune, lekker eten en kerstverhalen. Later heb ik met Choreo Nieuwstad tientallen kerstspelen, choreo's en evocaties bedacht en opgevoerd in heel wat kerstvieringen. Vanaf het derde leerjaar ging ik naar de 'kloefeschole' in de Lindendreef. En hoe een dubbeltje rollen kan: jaren later was ik er leerkracht Frans en startte er het computerpark op. Mijn eigen kinderen Pieterjan en Delfien volgden er bijzonder onderwijs. Maar vandaag is het schooltje met de grond gelijkgemaakt. "Op het 'groot college' volgde ik de Latijnse afdeling, maar schakelde later over naar de moderne. Uit die periode zijn mij ook een aantal 'flitsen' bijgebleven: de grote brand bij meubelbedrijf Plasman, de zelfmoord van een oudere medestudent die zijn boekentas in de Kaai had gegooid, het kantoor van notaris Heyvaert in de Lindendreef waar papa werkte en waar plots alle linden werden verwijderd."In 1976 studeerde Franky af als onderwijzer in de Normaalschool van Torhout. In die periode leerde hij Chantal Decrop kennen. "Onze eerste afspraak was aan café Flandria, op de hoek van de Grote Markt" zegt Franky. "Anderhalf uur heb ik gewacht... Later bleek dat de familie Decrop nooit op tijd kan zijn! Altijd zijn we samen naar de normaalschool gegaan, met de trein. In Lichtervelde namen we afscheid, daar moest ik verder naar Brugge, zij naar Gent. Allebei zijn we in het onderwijs beland. In 1979 trouwden we. En nu zijn we de trotse ouders van Pieterjan, Delfien en Martijn."(Myriam Van den Putte)