Op 18 november 1918 werd Bertha in Roeselare als dochter van koopman Joseph Coppens en Coralie Bruwier geboren. Het gezin kreeg twaalf kinderen, vier van hen stierven op jonge leeftijd, van de acht overblijvende was Bertha de zevende in de rij. Intussen zijn al haar broers en zussen overleden. Na de kleuter- en lagere school ging Bertha op haar veertiende nog vier jaar naar Izegem voor een opleiding in een naaiatelier.
...

Op 18 november 1918 werd Bertha in Roeselare als dochter van koopman Joseph Coppens en Coralie Bruwier geboren. Het gezin kreeg twaalf kinderen, vier van hen stierven op jonge leeftijd, van de acht overblijvende was Bertha de zevende in de rij. Intussen zijn al haar broers en zussen overleden. Na de kleuter- en lagere school ging Bertha op haar veertiende nog vier jaar naar Izegem voor een opleiding in een naaiatelier.Bertha woonde in dezelfde straat als Gustaaf Lobbestael. De twee kenden elkaar wel maar pas in 1938 sloeg de vlam ineens over. "We hebben twee jaar verkering gehad en trouwden op 13 november 1940", vertelt Bertha. "Omdat er hier bijna geen werk te vinden was, vertrokken we naar Duitsland waar Gustaaf aan de slag kon bij de M.A.N.-fabrieken. Toen ik zwanger was van ons eerste kind zijn we naar België teruggekomen om te bevallen. Na de geboorte van onze Edith op 29 december 1941 vertrokken we weer naar Duitsland terwijl de baby bij grootmoeder Coralie en tante Adrienne bleef." Gustaaf volgde in Dessau (Dessau was een stadsdistrict in het Oosten van de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt, aan de oevers van de Mulde, red.), een opleiding om les te kunnen geven maar zijn schoonvader kwam hier op tegen dus ging hij weer bij M.A.N. werken, terwijl Bertha als polyvalente hulp in een hotel werkte."In 1947 was ik opnieuw zwanger en kwam weer naar België, we konden bij mijn ouders inwonen en onze Eric werd er geboren", licht Bertha toe. "Gustaaf werkte dan bij Alfons Lobbestael die een bedrijf van stalen meubels had. Onze zoon Luc werd geboren op 24 augustus 1950 en Gustaaf startte een eigen zelfstandige zaak als draaiwerker en maakte stalen meubels. In 1953 overleed vader Joseph Coppens na een korte ziekte. Op 17 december 1954 werd onze Daniella geboren en op 2 november 1955 volgde Hendrik. In hetzelfde jaar stierf mijn moeder, Coralie, na een slepende ziekte. Zowel voor vader Joseph als moeder Coralie heb ik altijd gezorgd toen ze ziek waren." Er volgden nog twee kinderen: zoon Dirk in 1959 en dochter Christine in 1963.Het gezin verhuisde in 1961 naar de Woumenweg in Diksmuide waar het een atelier van stalen meubels uitbaatte. In 1969 stopte het gezin met het atelier en verhuisde naar Herne-Tolembeek. De een na de ander van de kinderen trouwde en op 11 april 2011 overleed Gustaaf. Tot haar 93ste woonde Bertha zelfstandig, samen met haar dochter Christine die het syndroom van Down heeft. Haar bejaardenhelpster en de kinderen Edith, Luc en Hendrik hielpen haar.Op hun aandringen kwam ze naar haar geboortestreek terug. Ze verbleef eerst zestien maanden in een serviceflat van Sint-Andries in Diksmuide. Dochter Christine werd opgevangen in Sint-Jan de Deo in Handzame. In 2013 verhuisde Bertha van haar serviceflat naar wzc De Groene Verte in Merkem. Dagelijks wordt ze er goed omringd door het ervaren en vriendelijke personeel. Haar motto is: Beter geten dan 't bedde versleten. Naar eigen zeggen heeft ze haar hoge leeftijd aan haar optimistische ingesteldheid te danken, waardoor ze van ziektes gespaard bleef. Intussen zijn er heel wat kleinkinderen - Coralie, Franky, Christophe, Olivier, Sven, Yves, Ode, Tom, Jürgen en Amaury - en achterkleinkinderen - Maxime, Amaury en Xiano. Bertha is graag tussen de mensen en genoot met volle teugen van haarfeest. (ACK)