De Tourmalet kende een hobbelig bestaan met veel oponthoud. Sylvère Maes stak ermee van wal in 1936, het jaar dat hij de Tour een eerste keer won. Hij baatte zijn levenswerk uit tot in 1958, toen zijn zoon Michel en diens echtgenote Annie Devriendt het overnamen. Zij runden het tot in 1971, waarna ze het verhuurden en in 1991 verkochten aan de familie Deslijpere.
...

De Tourmalet kende een hobbelig bestaan met veel oponthoud. Sylvère Maes stak ermee van wal in 1936, het jaar dat hij de Tour een eerste keer won. Hij baatte zijn levenswerk uit tot in 1958, toen zijn zoon Michel en diens echtgenote Annie Devriendt het overnamen. Zij runden het tot in 1971, waarna ze het verhuurden en in 1991 verkochten aan de familie Deslijpere. Die verkocht het in 1993 door aan Jan Schaek van Hotel De Stokerij in Roksem die het metamorfoseerde tot een sfeervol restaurant, waarin Johan Museeuw zijn grote successen met zijn fans kwam vieren. Jan liet de zaak na vijf jaar over, maar bleef eigenaar van het gebouw. Meerdere uitbaters passeerden de revue, maar gingen keer op keer over de kop door wanbeheer. Daardoor afgeschrikt kwamen er geen nieuwe huurders en werd het pand in november 2017 verkocht.Helaas was er niemand die overwoog om het iconische pand te laten klasseren. Daar kwam het voor in aanmerking, maar daarvoor zal het nu wel te laat zijn. Ondernemer Frank Delancker, zaakvoerder van de AD Delhaize in Koekelare, kocht het immers net als het naastgelegen woonhuis en de belendende bandencentrale Decramer. Die zowat 5.000 vierkante meter lenen zich uitstekend voor een groots project.Vooral de minder jonge mensen uit de streek zien die ontwikkeling met lede ogen aan. De Tourmalet leek hun eeuwige eye catcher die nostalgie ontlokte. Idealiter zou zijn om er een wielermuseum in onder te brengen, maar dat zou geen lucratieve onderneming zijn. Het minste (en tegelijk het meeste) wat men zou kunnen doen, is de nieuwe bestemming als Tourmalet benoemen.Hallo, burgemeester Bart Halewyck? "Er is sinds een zestal jaar een museum over Sylvère Maes en Johan Museeuw gemaakt, maar blijkbaar is dat onvoldoende geweten." Misschien ligt het gewoon aan de ligging langs de drukke Torhoutsebaan? De machtigste actor in dit verhaal is evenwel de nieuwe eigenaar, Frank Delancker. Hij zal daarin het laatste woord hebben. O'Tourmalet ontleende zijn naam aan de roemruchte Pyreneeëncol die Sylvère tijdens de Tour twee keer, zowel in 1935 als in 1936, als eerste overschreed. Hij won de Tour in 1936 (zonder -) en in 1939 (met een versnellingsapparaat) maar het hadden à la Eddy Merckx even goed vijf Tourzeges kunnen zijn. Sylvère was één van de Tien om te Zien in een Zevekoots boerengezin. Hij was de oom van Elisabeth Vanhille, de moeder van Ignace Dereeper, de teruggetreden burgemeester van Oudenburg. Toen Sylvère na de Eerste Wereldoorlog de memorabele Omloop van de Slagvelden door zijn dorp zag passeren, inspireerde hem dat om ook coureur te worden. Zijn ouders juichten dat plan niet meteen toe, waardoor hij pas op zijn 19de zijn eerste koers kon winnen. Vier jaar later werd Sylvère beroepsrenner bij Alcyon-Dunlop en in 1934 maakte hij zijn Tourdebuut. Niet met de Belgische ploeg, maar als (what's in a name?) onverzorgde. Het belette hem niet om de slotrit in Parijs te winnen en op de achtste plaats in het eindklassement uit te komen. Het jaar daarop koos hij de kant van zijn naam- en streekgenoot (maar geen familie) Romain, uit Zerkegem. Zelf schoof hij op naar de vierde plaats na winst in de zware Pyreneeënrit (met de ... Tourmalet, die hij dus als eerste overschreed) van Perpignan naar Luchon. In 1936 was enkel het hoogste goed genoeg: de definitieve gele trui, die Sylvère veroverde tijdens een wekenlange demonstratie, bekroond met vier ritzeges en zowat een halfuur voorsprong op Antonin Magne, de winnaar van 1934. Daarna volgden twee magere jaren. De Fransen deden er in 1937 alles aan om hem te dwarsbomen en kregen Sylvère zover dat hij na discutabele beslissingen van de jury op vier ritten van het einde opgaf. De Fransen noemden het vaandelvlucht, maar waren ten slotte zelf niet blij met de Pyrrusoverwinning van Roger Lapébie. Ze waren verheugd dat Sylvère Maes er in 1938 weer bij was en gingen zich niet meer onsportief te buiten. Toch won lepe peer die Tour niet. Hij kwam in de afzink van de Aubique immers zwaar ten val, sleepte zich voort en eindigde pas als 14de op ruim een uur van Gino Bartali. In 1939 moest Sylvère eerst een tweespalt met Ward Vissers neutraliseren. Voor één keer stelde hij niet in de Pyreneeën, maar de Alpen, meer bepaald op de bekende Col d'Izoard, orde op zaken. Van Vissers was dan al geen sprake meer, het was René Vietto die hij blameerde en op 17 minuten plaatste. Zelfs Jacques Goddet was zwaar onder de indruk van de West-Vlaming die hij in 1937 nochtans schoffeerde en na 1939 niet meer zou kunnen verwelkomen in de Tour.De Tweede Wereldoorlog zorgde inderdaad voor een onderbreking van zeven jaar. Sylvère Maes nam in 1947 de draad weer op met een vijfde plaats in de Giro, maar dat volstond niet voor een Tourselectie. De Gistelnaar, die bovendien met een aanslepende blessure sukkelde, hield op zijn 38ste de eer aan zichzelf om van 1949 (tot en met 1957) ploegleider van de Belgen in de Tour te worden. In die hoedanigheid was hij niet onomstreden. In zijn periode van leiderschap haalden vier landgenoten het eindpodium: Stan Ockers (tweede in 1950 en 1952), Jean Brankart (tweede in 1955), Jan Adriaensens (derde in 1956) en Marcel Janssens (tweede 1957). Bij sommigen ontlokte dat het nare gevoel dat Sylvère er alles aan deed om te beletten dat een landgenoot de Tour won, zodat hij zijn statuut van laatste Belgische eindwinnaar van de Tour zolang mogelijk kon rekken: exact 30 jaar lang, tot Eddy Merckx in 1969 zijn bloedmooie slag thuishaalde.Sylvère Maes, die als coureur bekend stond om zijn blakende gezondheid, overleed al op zijn 57ste aan pancreaskanker. Dat gebeurde op 5 december 1966, dag op dag één jaar voor Eddy Merckx in het huwelijk trad.