Zijn restaurant was lang verplicht gesloten, dus investeerde Pieter (44)

Pieter Verheyde© TP
Pieter Verheyde© TP
Redactie KW

‘Onze-Lieve-Vrouw van Watou staat ons bij in al ons gedoe’. Dit opschrift prijkt op de kapel bij een oude hoeve, die Pieter Verheyde (44) aankocht tijdens de eerste lockdown. De man achter restaurant Terminus wil er een B&B bouwen en werkt nu aan een nieuwe wijnwinkel.

“Toch één voordeel van een verplichte sluiting: ik kon wat vernieuwingen doen in mijn restaurant en de omgeving op mijn gemak verkennen. Plots zag ik dat er een charmante hoeve met een domein van anderhalve hectare te koop stond”, vertelt Pieter. “Ik wil er volgend jaar de B&B Binus bouwen, maar eerst moet er weer wat binnenkomen.”

De omzet van zijn restaurant was in het voorbije coronajaar tot een minimum herleid, maar zijn beenhouwerij en ‘Superette aan de Schreve’ blijven wel draaien door takeaway. “Zo hou ik een kleine helft van mijn 40 medewerkers aan de slag. Om de twee weken slachten we een van onze Belgische wit-blauwrunderen. Van een dier van 1.000 kilogram wordt zo een kleine 700 kilogram afgehaald. Ik stel vast dat bepaalde zaken aan de overkant van de grens zelfs niet aan takeaway beginnen, omdat de overheidssteun twee keer groter is dan hier. Tijdens deze crisis verloor ik mijn vertrouwen in de overheid. Dan neem je beter geen risico’s, maar investeren blijft een noodzaak.”

Korte keten

Een half jaar geleden werden werken opgestart achter de superette voor zijn bier- en wijncollectie. “Het gaat om een winkel en kelder van 350 vierkante meter, die hopelijk tegen juni gebruiksklaar is”, aldus de gerenommeerde sommelier. “Of die hoeve met eigen dieren en een B&B noodzakelijk zijn? Het kan altijd goedkoper, maar deze zaken passen in ons verhaal van de korte keten. Op het domein van de toekomstige B&B kon ik al bijna duizend flesjes vullen met sap van appel- en perenbomen. Veel mensen komen hier op een meerdaagse uitstap of zoeken na een avondje wijnproeven een plek om te slapen.”

Franse cultuur

De naam Terminus verwijst naar “de laatste halte van België”. “En die halte is normaal heel het jaar zeven op zeven open van ’s middags tot ’s avonds. Ik ben graag onder mijn klanten voor een gezellige babbel over de geschiedenis van mijn streek. Door het mondmasker en de coronaregels haalde ik tijdens de korte openingsperiode van het restaurant maar weinig plezier uit mijn werk. Ook de typisch Franse cultuur van handjes schudden werd plots gestopt. Maar dat komt ooit terug, hoop ik.”

(TP)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.