Je bent net afgestudeerd aan de universiteit of hogeschool en staat te popelen om aan het werk te gaan. Na vier, vijf, zes jaar op kot in Gent, Brussel of Leuven lijkt het logisch om er nog even te blijven plakken. Werken doe je in de buurt, uiteraard. En die West-Vlaamse roots? Die zoek je later wel weer op. Herkenbaar? De kans is groot.
...

Je bent net afgestudeerd aan de universiteit of hogeschool en staat te popelen om aan het werk te gaan. Na vier, vijf, zes jaar op kot in Gent, Brussel of Leuven lijkt het logisch om er nog even te blijven plakken. Werken doe je in de buurt, uiteraard. En die West-Vlaamse roots? Die zoek je later wel weer op. Herkenbaar? De kans is groot. Uit cijfers van Eurostat blijkt dat in 2018 slechts 41 procent van onze hoogopgeleide 30- tot en met 34-jarigen in West-Vlaanderen aan de slag is. Maar liefst 6 op de 10 keert na het behalen van hun diploma niet meteen terug om aan het werk te gaan in eigen provincie. Daarmee scoren we het slechtst van alle Vlaamse provincies. Ter vergelijking: in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant, twee provincies met een sterke universiteitsstad, ligt dat aandeel respectievelijk 9 en 15 procent lager. Nochtans ontbreekt het ons niet aan knappe koppen, we kunnen ze alleen niet voldoende aan onze bedrijven binden.Dat zegt ook Brecht Warnez, Vlaams parlementslid voor CD&V. "De cijfers illustreren perfect hoe de zogenaamde braindrain in zijn werk gaat. Hoogopgeleiden van bij ons kiezen voor een job buiten de provinciegrenzen, terwijl onze eigen West-Vlaamse bedrijven smeken om talent. Voor één vacature voor een hoogopgeleid profiel heb je hier amper twee kandidaten, in andere provincies heb je er vaak makkelijk drie. Dat is een groot probleem. We hebben in West-Vlaanderen heel sterke technologische bedrijven in sectoren als mechatronica (electronica, ICT, mechanica, red.), blue energy, voeding, textiel...Ondernemers willen vooruit en willen groeien. Maar ze vinden geen volk." "De braindrain omkeren en van West-Vlaanderen meer dan ooit het paradepaardje op vlak van technologie maken, is mogelijk", is Brecht Warnez overtuigd. "Dat vertrek op zich is niet erg, maar het mag er niet komen omdat er geen andere optie is. Door in West-Vlaanderen de juiste opleidingen aan te bieden, zorg je er zelfs voor dat studenten niet eens hoeven te vertrekken." Om het tij te keren pleit Warnez ervoor om West-Vlaamse hogeronderwijsinstellingen meer middelen te geven om in te zetten op marktgerichte opleidingen en maatschappelijk relevant onderzoek. "De voorbije decennia is een gigantisch onevenwicht gegroeid tussen de verschillende provincies, wat middelen voor hoger onderwijs betreft. Amper 2,2 procent van de Vlaamse onderzoekscenten gaat naar onze provincie, terwijl 18 procent van de mensen er woont en meer dan één op de vijf bedrijven is er gevestigd." In het Vlaams regeerakkoord werd aan onze provincie een opstartbudget van 5 miljoen euro toegekend, specifiek om nieuwe master-na-masteropleidingenen postgraduaten mogelijk te maken. Gedeputeerde Jean de Bethune moet met TUA West het plan ontwikkelen om van de provincie de industriële en technologische motor te maken. Dit plan komt tot stand door overleg tussen de instellingen voor hoger onderwijs (KU Leuven, UGent, Howest en Vives, red.) en het bedrijfsleven. Daarnaast voorziet Vlaams minister Hilde Crevits, partijgenoot van Warnez en bevoegd voor onder meer werk, economie en innovatie, nog eens 1,5 miljoen euro voor innovatie. "Ik weet ook dat we dat gat met de andere provincies niet in één, twee, drie zullen dichtrijden. Maar we moeten wel dringend de juiste stappen zetten.""Onze hogescholen en universiteiten moeten niet inhoudelijk concurreren met Gent of Leuven. We willen geen nieuwe UHasselt waar we ook de brede waaier aan richtingen aanbieden. Integendeel, wij moeten met de bestaande West-Vlaamse onderwijsinstellingen uitblinken in specifieke sectoren en opleidingen aanbieden die gericht zijn op de sterktes van onze arbeidsmarkt. Op die manier wordt de braindrain van nu hopelijk een brain circulation en krijgen we een evenwicht waar ook de omgekeerde beweging - uit andere provincies naar West-Vlaanderen - vaker wordt gemaakt. Onderwijs en bedrijfsleven moeten elkaar nog meer versterken. Relevante thesissen bijvoorbeeld, met een voor de arbeidsmarkt zinvol onderwerp. Maar ook omgekeerd kunnen bedrijven door middel van de juiste stages veel betekenen voor studenten." Stijn Baert, professor arbeidseconomie aan de Universiteit Gent, beseft dat de kennisvlucht West-Vlaamse bedrijven parten speelt. "We zien dat die zoektocht naar hoogopgeleide, hoogtechnologische profielen in heel België moeilijk verloopt. De strijd om het menselijk kapitaal woedt hevig. Dat blijven plakken rond de universiteitssteden verergert de situatie voor West-Vlaanderen nog meer", zegt hij. "West-Vlamingen zijn sowieso al heel mobiel en kijken sneller dan anderen over het muurtje. Maar - en die maar is belangrijk - overal elke opleiding aanbieden, is heel moeilijk en absoluut niet efficiënt. Dat is onrechtvaardig ten aanzien van West-Vlaanderen, dat klopt. Je kan wel nieuwe, specifieke richtingen aanbieden en tegelijk de oefening maken om te rationaliseren in het aanbod. Je moet dan de moed hebben om kleinere opleidingen te schrappen."Of een hogere opleiding gericht moet zijn op de arbeidsmarkt in de omgeving, is volgens professor Baert nog een andere, bijna filosofische discussie. "Zeker op de universiteit gaat het veel meer om een algemene vorming, eerder dan toewerken naar een bepaalde job of sector. Je moet daarin een evenwicht vinden: enerzijds lever je productieve arbeidskrachten af, anderzijds ben je op de universiteit ook bezig met het vormen van mensen."