Uit een nieuwe Europese enquête naar inkomens en levensomstandigheden (EU-SILC) die het Belgische statistiekbureau Statbel donderdag publiceert, blijkt dat het risico op armoede in West-Vlaanderen een stuk lager ligt dan elders in ons land. In 2019 werd 8,9 procent van de West-Vlamingen beschouwd als een risicogroep voor monetaire armoede, de eerste indicator in het onderzoek. Enkel Vlaams-Brabant scoort met 7,4 procent beter.
...

Uit een nieuwe Europese enquête naar inkomens en levensomstandigheden (EU-SILC) die het Belgische statistiekbureau Statbel donderdag publiceert, blijkt dat het risico op armoede in West-Vlaanderen een stuk lager ligt dan elders in ons land. In 2019 werd 8,9 procent van de West-Vlamingen beschouwd als een risicogroep voor monetaire armoede, de eerste indicator in het onderzoek. Enkel Vlaams-Brabant scoort met 7,4 procent beter.Wie in een huishouden woont waarvan het totale beschikbare inkomen lager ligt dan 1.230 euro per maand voor een alleenstaande, behoort tot die risicogroep. Het Vlaams gemiddelde lag in 2019 op 9,8 procent, het nationaal gemiddelde op 14,8 procent. De Waalse provincies Henegouwen (21,3 procent) en Luik (19,3 procent) maar vooral het Brussels Hoofdstedelijk Gewest jagen de nationale cijfers fors de hoogte in. In Brussel loopt bijna één op de drie (31,4 procent) risico op monetaire armoede.Ook op de andere armoede-indicatoren scoort West-Vlaanderen beter dan de rest van het land. Zo leeft hier 6,7 procent van de bevolking in een huishouden met lage werkintensiteit, het Vlaams gemiddelde bedraagt daar 7,4 procent. En amper 0,6 procent van de West-Vlamingen werd geconfronteerd met ernstige materiële deprivatie (als je te weinig geld hebt om elementaire levensbehoeften te kopen, red.). Het Vlaams gemiddelde ligt daar ruim drie keer hoger.Mensen die te maken krijgen met een van de drie indicatoren, worden beschouwd als risicogroep voor armoede of sociale uitsluiting. Voor 2019 gaat het in West-Vlaanderen om 11,4 procent. Ook hier scoort enkel Vlaams-Brabant beter. Het Vlaams gemiddelde ligt voor deze overkoepelende indicator op 13,4 procent, het nationaal gemiddelde bedraagt 19,5 procent. Opnieuw scoren Brussel (37,8 procent) en enkele Waalse provincies barslecht.Meest kwetsbaar voor armoede zijn mensen die in dichtbevolkte gebieden wonen, laagopgeleiden en werklozen maar ook huurders en éénoudergezinnen. Wie eerder in een gemiddeld bevolkt gebied woont, hoogopgeleid is, werkt of een eigen woning bezit loopt minder risico. Ook personen die in een huishouden wonen bestaande uit twee volwassenen jonger dan 65 jaar, lopen een lager risico om in armoede te belanden.