Een zalmkwekerij, een dronefabriek, de marine die een hernieuwde belangstelling voor Oostende toont, een nieuwe overeenkomst tussen de stad en de Vlaamse Visveiling.. Er beweegt een en ander in de Oostendse haven. Nochtans profileerde Oostende zich de voorbije jaren vooral als offshorehaven. Zowel voor de bouw als voor het onderhoud van de windparken op zee wou Oostende de ideale uitvalsbasis zijn.
...

Een zalmkwekerij, een dronefabriek, de marine die een hernieuwde belangstelling voor Oostende toont, een nieuwe overeenkomst tussen de stad en de Vlaamse Visveiling.. Er beweegt een en ander in de Oostendse haven. Nochtans profileerde Oostende zich de voorbije jaren vooral als offshorehaven. Zowel voor de bouw als voor het onderhoud van de windparken op zee wou Oostende de ideale uitvalsbasis zijn. Dat lukte aardig, want de meeste Belgische offshoreparken op zee zijn vanuit Oostende gebouwd en normaliter zal dat ook het geval zijn voor de nieuwe windmolenparken die er nog aankomen voor de Westkust. Toch kreeg de Oostendse haven vaak het verwijt haar eieren te veel in één mand te leggen. Het nieuwe stadsbestuur, met Havenschepen Verkeyn, verbreedde de focus."Vorig jaar ontwikkelden we een nieuwe beleidsvisie. We werken nu rond vijf peilers", legt Charlotte Verkeyn uit. "De peiler offshore blijft erg belangrijk, maar is verruimd tot blauwe economie in het algemeen. Daarnaast zijn er circulaire industrie, visserij, ferry's en cruises, bulk en general cargo. We zijn dan hard op die vijf peilers gaan werken en haalden inderdaad al enkele grote vissen binnen.""Wij kochten de zwaailastkaai terug van REBO, het bedrijf dat Oostende uitbouwt als offshorehaven. In REBO is de haven wel aandeelhouder, maar geen meerderheidsaandeelhouder. De terminal was tot vorig jaar eigendom van REBO en kon daardoor alleen voor de bouw van windmolenparken gebruikt worden. Maar die activiteit gaat soms op en af en zal binnenkort een tijd stil liggen. Vandaar dat het beter was om er als haven zelf eigenaar van te zijn, zodat de terminal ook voor andere zaken gebruikt kan worden.""We zetten ook hard in op samenwerking", vervolgt Charlotte Verkeyn. "In Oostende heb je het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ), de Vlaamse visserijonderzoekers van het ILVO, Bluebridge, de Oostendse campus van de Universiteit Gent... Vroeger waren die te veel op hun eiland bezig, maar wij proberen om ze allemaal met elkaar te verbinden. Ook de samenwerking met de luchthaven is uiteraard van belang. Om een logistieke keten te vormen, is het een troef om zowel over een haven als een luchthaven te beschikken."Ook de Oostendse luchthaven, sinds 2014 uitgebaat door privégroep Egis, geeft blijk van een grote dynamiek. Begin september werd een exclusiviteitscontract ondertekend met Groep Versluys om 45.000 vierkante meter magazijnen te bouwen op de luchthaven. Versluys richt daarvoor een nieuwe nv op, Versluys Logistics. En vorige week nog mocht de Oostendse luchthaven een nieuwe Chinese cargomaatschappij en logistieke holding verwelkomen, Hongyuan Group en Mukden Logistics BV. Maar terug naar de haven. Bij het begin van de legislatuur lag daar nog voor 45 hectare ongebruikte gronden, maar daarvan is intussen twee derde ingevuld. "Als alles kan doorgaan zoals afgesproken is", blijft Charlotte Verkeyn voorzichtig. "Maar we zien dat meer en meer mensen in onze haven geloven. Wij zijn ook nog bezig met nieuwe trafieken, waaronder een ferrylijn."Intussen is de Demeysluis, die de voorhaven met de achterhaven verbindt, meer dan 100 jaar oud, niet meer breed genoeg en dringend aan vernieuwing toe. "Ook aan Sas-Slijkens moeten er werken gebeuren. We proberen de Vlaamse overheid te overtuigen om de bouw van een nieuwe waterkeringsmuur die ons moet beschermen tegen overstromingen te combineren met de nieuwe sluis. Op lange termijn is dat de goedkoopste en meest efficiënte oplossing. Wij moesten al schepen weigeren omdat ze niet door de sluis kunnen. Dat is pijnlijk voor een haven. Het is niet omdat we in ons land een hele grote haven hebben, dat onze haven niet van strategisch belang zou kunnen zijn. Maar dat is onvoldoende bekend."