Dat de handelaars in onze stadskernen er een moeilijke periode hebben opzitten, is meer dan een understatement. De coronacrisis en lange lockdown hakten er zwaar in, de maatregelen en beperkingen zinderen nog altijd na in de winkelstraten. Ondanks een zonnige zomer moet Kortrijk zich bijvoorbeeld tevreden stellen met een kwart minder bezoekers tijdens de maanden juli en augustus.

Eigen klemtonen

Om de lokale economie in de handelskernen opnieuw schwung te geven, slaan de vijf grote West-Vlaamse steden - Brugge, Kortrijk, Roeselare, Oostende en Ieper - de handen in elkaar in een nieuw Europees EFRO-project: Kernversterking in CentrumKernen. "KICK, zoals het project afgekort wordt genoemd, is een unieke samenwerking tussen de steden", duidt provinciegedeputeerde Jean de Bethune, bevoegd voor Economie, het gloednieuwe verbond. "Belangrijk is niet alleen dat de steden samenwerken, maar ook heel doelbewust eigen klemtonen kunnen leggen. Bovendien zullen ook alle andere West-Vlaamse steden en gemeenten de vruchten kunnen plukken, daarin zal de POM een belangrijke rol spelen."

"Elke stad heeft een eigen DNA, maar door van elkaar te leren, wordt iedereen beter" - Pablo Annys, schepen van Economie in Brugge

Kris Declercq, CD&V-burgemeester van Roeselare, is blij dat het overleg tussen de schepenen van economie van de vier centrumsteden en Ieper een vervolg krijgt in het KICK-project. "We moeten onze handelaars maximaal ondersteunen, en dat kan door de handen in elkaar te slaan", zegt hij. Ook Charlotte Verkeyn (N-VA) en Pablo Annys (SP.A), schepenen van economie van Oostende en Brugge, juichen de samenwerking toe. "Uiteraard heeft elke stad een heel eigen DNA, maar door van elkaar te leren, kan iedereen beter worden", duidt schepen Annys.

Focuspunten

Heel concreet zijn vijf focuspunten opgelijst, waar elke stad zelf een op maat gemaakte aanpak voor uitschrijft. Vooral inzetten op data is prioritair. "Kortrijk bijvoorbeeld heeft op basis van gsm-signalen al een bijzonder systeem om bezoekers te tellen", zegt de Oostendse schepen Charlotte Verkeyn. "Dat kan voor ons ook een mogelijkheid zijn, al maken wij vandaag van andere technologieën in functie van crowd control gebruik. Belangrijk is ook hoe je de resultaten van zo'n slimme metingen analyseert en wat je ermee doet."

Roeselare Bloeit en de Geziene Vitrine, maar ook Kortrijk Zaait zijn al bestaande initiatieven in de strijd tegen leegstaande winkelpanden. Een strijd waar zowat elke stad mee worstelt. "Anderzijds moeten we ook durven kijken naar wat we juist willen in onze winkelstraten", zegt Pablo Annys. "Gerichte versterking, unieke ondernemingen, maar ook jonge starters zoals in The Box: daar willen we heel bewust op inzetten."

Belevingsroute

Daarnaast focussen de steden ook op meer beleving en wervende promotie en communicatie. "Wij plannen in het voorjaar een nieuwe belevingsroute door het kernwinkelgebied, met instagrammable installaties", zegt burgemeester Declercq. "En we willen ook esthetisch stappen zetten, onder meer met een nieuwe look voor het verkeersvrije deel in ons winkelgebied." "Qua beleving moet shoppen in Oostende ook voor gezinnen met (jonge) kinderen aantrekkelijk worden", zegt schepen Verkeyn. "Door middel van marktonderzoek willen we aftoetsen wat zij van ons verlangen."

"In mijn ogen is dit project gericht op een sterkere toekomst voor onze West-Vlaamse steden als handelskernen", sluit de Brugse schepen Annys af. "Wij zien KICK als een unieke kans om elk op onze eigen manier, maar met behulp van elkaars invloeden, te groeien."

Zowel de vijf steden als de POM West-Vlaanderen, Ondernemerscentra West-Vlaanderen en de Provincie zijn partner in het project. De totale kost bedraagt 1.937.675 euro. KICK heeft een voorziene looptijd van twee jaar.

Dat de handelaars in onze stadskernen er een moeilijke periode hebben opzitten, is meer dan een understatement. De coronacrisis en lange lockdown hakten er zwaar in, de maatregelen en beperkingen zinderen nog altijd na in de winkelstraten. Ondanks een zonnige zomer moet Kortrijk zich bijvoorbeeld tevreden stellen met een kwart minder bezoekers tijdens de maanden juli en augustus. Om de lokale economie in de handelskernen opnieuw schwung te geven, slaan de vijf grote West-Vlaamse steden - Brugge, Kortrijk, Roeselare, Oostende en Ieper - de handen in elkaar in een nieuw Europees EFRO-project: Kernversterking in CentrumKernen. "KICK, zoals het project afgekort wordt genoemd, is een unieke samenwerking tussen de steden", duidt provinciegedeputeerde Jean de Bethune, bevoegd voor Economie, het gloednieuwe verbond. "Belangrijk is niet alleen dat de steden samenwerken, maar ook heel doelbewust eigen klemtonen kunnen leggen. Bovendien zullen ook alle andere West-Vlaamse steden en gemeenten de vruchten kunnen plukken, daarin zal de POM een belangrijke rol spelen."Kris Declercq, CD&V-burgemeester van Roeselare, is blij dat het overleg tussen de schepenen van economie van de vier centrumsteden en Ieper een vervolg krijgt in het KICK-project. "We moeten onze handelaars maximaal ondersteunen, en dat kan door de handen in elkaar te slaan", zegt hij. Ook Charlotte Verkeyn (N-VA) en Pablo Annys (SP.A), schepenen van economie van Oostende en Brugge, juichen de samenwerking toe. "Uiteraard heeft elke stad een heel eigen DNA, maar door van elkaar te leren, kan iedereen beter worden", duidt schepen Annys. Heel concreet zijn vijf focuspunten opgelijst, waar elke stad zelf een op maat gemaakte aanpak voor uitschrijft. Vooral inzetten op data is prioritair. "Kortrijk bijvoorbeeld heeft op basis van gsm-signalen al een bijzonder systeem om bezoekers te tellen", zegt de Oostendse schepen Charlotte Verkeyn. "Dat kan voor ons ook een mogelijkheid zijn, al maken wij vandaag van andere technologieën in functie van crowd control gebruik. Belangrijk is ook hoe je de resultaten van zo'n slimme metingen analyseert en wat je ermee doet."Roeselare Bloeit en de Geziene Vitrine, maar ook Kortrijk Zaait zijn al bestaande initiatieven in de strijd tegen leegstaande winkelpanden. Een strijd waar zowat elke stad mee worstelt. "Anderzijds moeten we ook durven kijken naar wat we juist willen in onze winkelstraten", zegt Pablo Annys. "Gerichte versterking, unieke ondernemingen, maar ook jonge starters zoals in The Box: daar willen we heel bewust op inzetten."Daarnaast focussen de steden ook op meer beleving en wervende promotie en communicatie. "Wij plannen in het voorjaar een nieuwe belevingsroute door het kernwinkelgebied, met instagrammable installaties", zegt burgemeester Declercq. "En we willen ook esthetisch stappen zetten, onder meer met een nieuwe look voor het verkeersvrije deel in ons winkelgebied." "Qua beleving moet shoppen in Oostende ook voor gezinnen met (jonge) kinderen aantrekkelijk worden", zegt schepen Verkeyn. "Door middel van marktonderzoek willen we aftoetsen wat zij van ons verlangen." "In mijn ogen is dit project gericht op een sterkere toekomst voor onze West-Vlaamse steden als handelskernen", sluit de Brugse schepen Annys af. "Wij zien KICK als een unieke kans om elk op onze eigen manier, maar met behulp van elkaars invloeden, te groeien." Zowel de vijf steden als de POM West-Vlaanderen, Ondernemerscentra West-Vlaanderen en de Provincie zijn partner in het project. De totale kost bedraagt 1.937.675 euro. KICK heeft een voorziene looptijd van twee jaar.