"Kok worden, was mijn jeugddroom" steekt Leen Pauwelijn van wal. "Mijn ouders zagen dat echter totaal niet zitten en onder wat druk van hen ben ik verpleegkundige - vroedvrouw geworden. Ik heb die job ook vijf jaar uitgeoefend in de kraamkliniek in Veurne, ik ben afkomstig van Kortemark."
...

"Kok worden, was mijn jeugddroom" steekt Leen Pauwelijn van wal. "Mijn ouders zagen dat echter totaal niet zitten en onder wat druk van hen ben ik verpleegkundige - vroedvrouw geworden. Ik heb die job ook vijf jaar uitgeoefend in de kraamkliniek in Veurne, ik ben afkomstig van Kortemark.""Toen we trouwden, ben ik mijn partner gevolgd naar Pittem, waar we samen in de varkenssector gestapt zijn. De ambitie en onze ondernemingszin trokken mij hier wel in aan en met succes. Gedurende 25 jaar hadden we een bloeiend bedrijf, waarbinnen ik de tussenpersoon was tussen de mensen op de werkvloer en het management. Ik denk dat het toch vooral het zorgende in de functie was, dat mij het meest voldoening gaf.""Naast het bedrijf werd ik ook mama van vijf dochters en een zoon, waar ook wel wat te zorgen viel. Een kleine tien jaar geleden begon het echter slecht te gaan in de varkenssector en helaas liep ook mijn huwelijk op de klippen, waardoor ik de varkensbusiness definitief vaarwel zei.""Dat was een moeilijke periode in mijn leven. Ik moest het bedrijf en mijn huis achterlaten en inmiddels waren ook de kinderen al uitgevlogen. Ik moest dus noodgedwongen op zoek gaan naar een nieuwe invulling van mijn leven. Ik heb dan echt wel alles gedaan. Ik heb in een bloemenwinkel gewerkt, in een bistro opgediend, ben zes maand weer verpleegster geweest en heb zelfs drie jaar lang psychologie gestudeerd, want ik wilde rouwtherapeute worden. Door mijn persoonlijke problemen wilde ik anderen helpen.""Toen ik hoorde dat koffiehuis Castelly over te nemen stond, kwam mijn oude liefde weer opborrelen. In het verleden heb ik als hobby heel wat kookcursussen gevolgd, dus ik had op dat vlak wel de nodige ervaring. Ik moet toegeven dat ik er met onzekerheid en vraagtekens aan begonnen ben, maar het waren vijf fantastische jaren. Het waren vooral het enthousiasme, de glimlach en de dankbaarheid van mijn klanten die het tot een succes gemaakt hebben. Het was van meet af aan de bedoeling een familiale, gezellige en ongedwongen sfeer te creëren en dat is zeker gelukt.""Ik heb van bij het begin alle taarten en gerechten zelf bereid en maakte bewust tijd voor een babbeltje met de klanten. Door een interieur met heel wat brocante en het gebruik van verschillende tassen, glazen en stoelen kon ik een huiselijke sfeer scheppen, waarin de mensen tot rust kwamen en vaak terugdachten aan vroeger, toen alles nog persoonlijker en minder afgemeten was.""Door corona en de daarmee samenvallende lockdown heb ook ik drie maand moeten sluiten. Gedurende die periode ben ik een handje gaan toesteken in het bedrijf Louisianna van mijn twee dochters Louise en Anna, een firma in Gent die kant en klare gerechten produceert en in twee winkels verkoopt. Mede door corona kreeg hun bedrijf een dermate grote boost dat ze me voorstelden om permanent bij hen te komen meehelpen.""Dit kwam als een grote verrassing voor mij en het spreekt voor zich dat ik niet over één nacht ijs ben gegaan. Na rijp beraad, diverse slapeloze nachten en ook wel met flink wat pijn in het hart, heb ik dan toch besloten op mijn 59ste deze nieuwe uitdaging aan te gaan.""Ik ga een van de winkels uitbaten, dus ik blijf contact houden met de klanten, al zal het niet meer zo nauw zijn als in Castelly. Een gezellig babbeltje slaan zal er vaak niet meer bij zijn.""Het is nu wachten op een geschikte overnemer voor het koffiehuis. Er zijn al wat kandidaten langsgekomen. Ik zoek iemand waarin ik mijn eigen passie en bezieling terugvind, zodat ik met een goed gevoel de deur van Castelly definitief achter mij dicht kan trekken.""Wanneer ik terugkijk, is het duidelijk dat de periode in Castelly mij weer gelukkig gemaakt heeft en dat ik niet dezelfde persoon zou geworden zijn mocht ik een andere weg gevolgd hebben", eindigt Leen Pauwelyn.(Jan Goossens)