Vincent Van Quickenborne bezoekt West-Vlaamse land- en tuinbouwers

Minister Van Quickenborne bezoekt tuinbouwbedrijf in Ardooie. © Stefaan Beel
Redactie KW

Op dinsdag 16 november bezocht vice-eersteminister Vincent Van Quickenborne (Open Vld) het glastuinbouwbedrijf van Bert Depoortere en Evelien Vandewaetere in de Hoogbeverenstraat. Hij werd als minister uit West-Vlaanderen uitgenodigd door de voorzitter van de Boerenbond, die de land- en tuinbouwsector onder de aandacht wil brengen.

Bert en zijn echtgenote Evelien baten samen een slabedrijf uit in de Hoogbeverenstraat. In hun oude serres wordt kropsla in vollegrond geteeld, in de nieuwe serres kweken ze multicolorsla op een mobiel gotensysteem. De sla wordt afgezet via de REO Veiling in Roeselare en wordt voornamelijk gekocht door supermarkten.

Voorzitter van de Boerenbond Sonja De Becker nodigde Van Quickenborne uit voor een bedrijfsbezoek aan het glastuinbouwbedrijf. “Deze onderneming is een mooi voorbeeld van een grote productie op een kleine oppervlakte, door duurzame inspanningen te leveren”, vertelt De Becker. Tijdens een rondleiding op het West-Vlaamse bedrijf kreeg de vice-eersteminister een interessante inkijk in de uitdagingen van de sector en werd er gesproken over de moeilijkheden in de Vlaamse tuinbouw.

Hogen kosten bemoeilijken competitieve prijs

“Terwijl ons product jarenlang dezelfde prijs behoudt, stijgen de energieprijzen aan een razend tempo en wordt het moeilijker om geschikt personeel te vinden”, vertelt Bert Depoortere. Recent investeerde het koppel in een warmtekrachtkoppeling die tegen het einde van dit jaar werkzaam zou moeten zijn. Met deze duurzame investering kunnen ze gelijktijdig warmte en elektriciteit produceren met behulp van een motor op één brandstof.

Naast inspanningen om herbruikbare energie in te zetten, werken de eigenaars met seizoensarbeiders om de kosten te drukken. “Als we een Belgische inwoner moeten inschrijven, kunnen we die extra kost nooit doorrekenen in de prijs. Bovendien is het moeilijk om personeel te vinden in de land- en tuinbouwsector. Daarom werken wij met vier groepen Roemeense seizoensarbeiders, waarvan we heel tevreden van zijn”, zegt Depoortere.

Volgens de huidige wetgeving mag iedere seizoensarbeider 65 dagen per jaar in België werken. Daar zouden de slatelers graag verandering in zien. Van Quickenborne treedt hen daarin bij: “Om deze sector draaiende te houden, willen we dat aantal optrekken naar honderd dagen per jaar. Het is belangrijk om deze bedrijven te ondersteunen, het gaat over lokale producten die zowel in het binnen- én buitenland verkocht worden. Daarnaast moeten we bekijken hoe snel de shift naar duurzame energie haalbaar is. We willen af van fossiele brandstoffen maar moeten de huidige installaties blijven steunen tijdens de overgangsperiode.”

(LV)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.