Jan is een bekend figuur in Marke en omstreken. In het verleden baatte hij een krantenwinkel en een kaaswinkel uit in zijn gemeente. Het koaske dat hij al zijn leven lang in zijn naam meedraagt, is een erfenis die hij aan zijn ouders te danken heeft. Zij waren jaren leurders en werden vervolgens marktkramers die zuivelproducten, kaas en eieren aan de man brachten. Dat de wijsvinger aan zijn linkerhand slechts een stompje is, stamt nog uit die tijd. "De rest van mijn vinger draaide mee in het tandwiel van een machine, toen ik twee jaar was. Mijn grootouders hadden een eierzaak, waar de eieren op een lopende band gesorteerd werden. En blijkbaar wou ik een pluimpje pakken", lacht ie.
...

Jan is een bekend figuur in Marke en omstreken. In het verleden baatte hij een krantenwinkel en een kaaswinkel uit in zijn gemeente. Het koaske dat hij al zijn leven lang in zijn naam meedraagt, is een erfenis die hij aan zijn ouders te danken heeft. Zij waren jaren leurders en werden vervolgens marktkramers die zuivelproducten, kaas en eieren aan de man brachten. Dat de wijsvinger aan zijn linkerhand slechts een stompje is, stamt nog uit die tijd. "De rest van mijn vinger draaide mee in het tandwiel van een machine, toen ik twee jaar was. Mijn grootouders hadden een eierzaak, waar de eieren op een lopende band gesorteerd werden. En blijkbaar wou ik een pluimpje pakken", lacht ie.Die ontbrekende wijsvinger heeft hem nooit gehinderd in het horecaleven. Jan was nog piepjong toen hij met zijn eerste vrouw een manège met cafetaria uitbaatte in Melsbroek. In Kortrijk had hij met De Toren in de Weggevoerdenlaan, waar toen nog Van Marcke gevestigd was, een eigen café. "Ik heb ook nog besteld in het Bijenhof en in de Cortina", zegt hij. Maar de laatste jaren was hij op het bureau te vinden van het timmer-en schrijnwerkbedrijf DTA in Marke. Ervaring zat dus en genoeg onder de mensen geweest om voor een echte volksmens te kunnen doorgaan. Ook zijn vrouw, Sophie Servaege, die 33 jaar een kapsalon uitbaat in de Marktstraat, is een bekend gezicht. "Wat ik ook doe, ik moet onder het volk zitten", zegt Jan. Dat volk zal er zeker wel zijn als Jan achter de toog staat. Grote verbouwingen plant hij niet te doen. "Hier en daar een lekje verf misschien. Meer niet", zegt hij. "Het moet meer een bruin café worden. Waar gezapigheid heerst. De muziek zal hier niet te luid staan. Er moet kunnen worden gepraat. En mensen moeten van hun biertje kunnen genieten. De sfeer primeert. Mensen moeten hier graag zitten, en vooral graag blijven zitten. De zitbanken tegen de muur gaan weg en er komen nieuwe. De toog gaan we opnieuw uitbekleden, de kasten achter de toog zullen ook meer in de sfeer van de bruine kroeg baden en de verste muur krijgt een nieuwe kleur. De televisie krijgt een nieuw plekje. Het geweldige terras wil ik echt laten werken zodra de zon van zich laat spreken. En de markt op zondag biedt ook perspectieven. Ik zal op zondag om 9 uur openen. Het is ook het plan om in het weekend een broodplank te serveren."Een feestgemeente zoals Lauwe of Heule zal Marke nooit worden. Er is wellicht geen levende Markenaar meer die zich nog het rijke caféleven in de gemeente herinnert. "Weet je dat er ooit nog 76 cafés waren in Marke? Ik heb dat teruggevonden omdat we oude foto's van het Markse horecaleven aan het zoeken waren om hier uit te hangen. Nu heb je er hier nog een stuk of vier. En met De Vlasblomme erbij, vijf. Maar dat ligt uit het centrum. En De Middenstand staat al een jaar leeg. Ik weet niet of dat café ooit nog opengaat. In ieder geval, elke gemeente heeft zijn cafés nodig. Er zijn altijd mensen die eens een glas willen drinken of een babbeltje willen slaan. De cafés die er nu zijn, moeten allemaal naast elkaar kunnen bestaan. We zijn geen concurrenten, wel collega's. Er zal wel wat verloop zijn, maar dorpelingen die graag op café gaan, komen meestal overal. Ze willen de verhalen die ze in de ene plek horen elders gaan toetsen. Als je op zaterdagavond graag een mondje gaat eten, moet je hier in het centrum toch nog eens kunnen stoppen om iets te drinken." "Of ik getwijfeld heb? Thuis hebben we daar tussen de soep en de patatten van gesproken, en we waren het erover eens: je moet daar niet mee wachten tot je 55 bent. Ik ben nu 48 jaar. De kinderen zijn allemaal het huis uit en ze zijn alle drie op goeie weg. Dus dat is een zorg minder. We zeiden tegen elkaar: we gaan ervoor. Mijn vrouw blijft wel coifferen. Al zal ze misschien op zondag een handje toesteken."Sint-Jan zal voortaan zes op zeven dagen open zijn. "Alleen op maandag, coiffeusekesdag, sluiten we de deuren. Rust zal er niet veel bij zijn. Dat is waar. We hebben voor onszelf lijstjes gemaakt met iedere plus en min. Op het minlijstje stond ook de mobilhome die we sinds een jaar gekocht hadden. Die hebben we inmiddels weer verkocht. Ook mijn vorige job achterlaten was een moeilijke keuze, maar het feit dat ik weer wat meer op eigen benen kom te staan, was een ferme plus."Boven het café is er een zaaltje voor 50 mensen. "En het staat er goed bij. Dat willen we ook gaan uitspelen. Ik ben nog niet open en er is al vraag naar het zaaltje", zegt Jan. "De verenigingen die hier hun lokaal hebben, de harmonie en de biljartclub, zullen wellicht ook blijven. Naar het schijnt zit KFC Marke hier ook, en ik heb eveneens de vraag gekregen van de G-voetbalclub of ze hier ook hun lokaal mogen vestigen. In de toekomst zou er hier ook een manillenclub moeten komen. Het moet echt een typisch dorpscafé worden, waar iedereen zich op zijn gemak voelt."