https://api.mijnmagazines.be/packages/navigation/

Philip Carlisle (Stad Brugge) zal niet stoppen aan 65: “Deze job doe je niet alleen voor het geld”

Uitbater Philip Carlisle (helemaal achteraan) met het Zevende Dag-panel van Café Stad Brugge. We zien vlnr. Patrick Hoffman, Sonja Salembier, Carlo Crevits, Noel Carlisle, Geert Messiaen, Willy Debaes en Raoul ‘van de veiling’. © (Foto Stefaan Beel)
Peter Soete

Onze volgende stop in de Roeselaarse KW volkscafé-route is in café Stad Brugge. Dit café op Krottegem is enkele jaren geleden overgenomen door Philip Carlisle, de vroeger mede-uitbater van de Ierse pub. En hij voelt er zich als een vis in het water.

Vrijdagmorgen 10 uur. Philip Carlisle opent de deuren van café Stad Brugge in de Ardooisesteenweg en enkele minuten later stapt de eerste klant het café binnen. Hij bestelt een colaatje in een flesje. De volgende klant bestelt een biertje in een flesje maar vanaf dan loopt de tap. Tegen half elf zitten zes stamgasten verspreid over het café en bespreken ze de actualiteit en die gaat heel breed. Ze hebben het over de overstromingen in dardennen en de plunderingen in Verviers (ze zouden ze allemaal moeten doodschieten!) over het afscheidsfeestje van Greet van café Melrose (zelfs de burgemeester kwam een pintje drinken) tot het Dovy Natourcriterium (ik heb gehoord dat je niet langs het parcours mag wandelen, klopt dat, mijnheer de journalist?).

“Voilà”, glimlacht patron Philip Carlisle. “Dat bedoel ik met gelukkig zijn in een volkscafé. Een volkscafé heeft zijn stamgasten met hun vaste gewoontes. Ik weet precies wat ze drinken, waar ze zullen zitten en of ze een goede dag hebben of niet. Peter of Grumpy zal altijd op zijn vaste kruk zitten en is altijd boos op de vliegen die in het café vliegen. En hij kan daar over mopperen (lacht).”

Kleinschaliger

“En terecht”, repliceert Peter of Grumpy. “Bovendien hangt of staat alles hier scheef. Zelfs het uurwerk draait averechts.” En gelijk heeft hij want op het uurwerk staan de cijfers volgens grootte in tegenwijzerzin en draaien de wijzers ook zo. Het vraagt concentratie om de klok te lezen, wat niet altijd zo evident is. Stad Brugge moet het niet hebben van een hip of trendy interieur met loungemuziek. Op de achtergrond klinkt muziek uit de jaren 70 en 80, wellicht niet toevallig de periode waarin Philip Carlisle de wereld ontdekte. Er is een grote toog (die nu niet mag gebruikt worden), er staan enkele stevige houten tafels en stoelen, in het midden van het café staat prominent een biljart, enkele oude radio’s verspreid door de zaak en aan de muur hangen oude familiefoto’s en ploegfoto’s van Club Roeselare.”

“Ik ben op mijn zestien begonnen in de horeca”, gaat Philip even terug in de tijd. “Dat was bij Georges Vannevel van ’t Oud Stadhuis in Rumbeke. Na veel omzwervingen ben ik, samen met mijn familie, gestart met de Ierse pub in Roeselare. Dat was een leuke periode en de pub kende veel succes. Tijdens de week kwamen er veel vaste klanten en was het iets rustiger dan tijdens de weekends. Vrijdagavond en zaterdagavond was het telkens vollen bak en keihard werken maar ik kende soms niemand van de klanten. Op de duur was dat moeilijk voor mij. Eén van onze vaste klanten heeft na achttien jaar dan de zaak overgenomen.”

“Ik kon de horeca echter niet missen maar ik wilde iets kleinschaliger, iets persoonlijker. Toen Mieke Verbeke van café Oud Brugge te kennen gaf dat ze wilde stoppen, was ik kandidaat om de zaak over te nemen. Dit was al heel lang mijn stamcafé. Ik ben opgegroeid in de Mandeldreef, heb gevoetbald bij de Club, mijn vrouw heeft een kapsalon naast Ten Elsberge, het is dus al Krottegem dat aan mij hangt.”

Zevende Dag

“Ik heb er zelf geen idee van waar de naam Stad Brugge vandaan komt of hoe oud dit café is. De naam is eigenlijk niet zo speciaal. In een bepaalde periode waren er heel veel cafés die genoemd werden naar een stad. Denk maar aan Stad Antwerpen, Stad Wervik, Stad Gent of Stad Roubaix om er een paar in Roeselare op te sommen. Stad Brugge is er één in het lange rijtje stadsnamen.”

Ik weet precies wat ze zullen drinken

“De sfeer in Stad Brugge is fantastisch. Iedereen kent iedereen en iedereen praat met iedereen over van alles. Ook wanneer iemand problemen heeft, helpen de stamgasten elkaar: het is één grote familie. En zoals vaak in een volkscafé: men legt hier dikwijls een kaartje of speelt een partijtje golfbiljart. En men lacht en discussieert met elkaar. Zo is er op zaterdag iedere keer het Zevende Dag-panel dat de week overloopt en hun eigen commentaar geeft. Die mannen discussiëren soms heel gepassioneerd maar lachen ook luid. Ik vind dat schitterend. Wat mij meest voldoening geeft, is wanneer de mensen gelukkig en voldaan met de glimlach naar huis stappen.”

“Ik vind het eigenlijk bijzonder jammer dat er zo veel volkscafés verdwijnen. Enerzijds is het wel logisch: onze generatie is daarmee opgegroeid maar de huidige jeugd kent dat niet meer.”

Weinig parkeerplaatsen

“We hebben het hier in Stad Brugge vaak over het aantal cafés dat er is geweest in Krottegem. Gino heeft hier zopas nog verteld dat er in de Koornstraat alleen al zeven zijn geweest. Ons panel van de zaterdag kent ze nog bijna allemaal maar ik moet eerlijk toegeven dat ik het soms in Keulen hoor donderen als ze het over lang verdwenen cafés hebben. Ik ben alleszins zeer tevreden dat Rodenbach mij de kans heeft gegeven om Stad Brugge uit te baten.”

“Ik vrees toch wel een beetje de werken in onze straat. Meer dan een jaar hinder is niet bevorderlijk voor de commerce. Ik ben het eens dat het een mooie straat zal worden maar ik begrijp absoluut niet dat de Ardooisesteenweg een fietsstraat moet worden. En slechts vijftien parkeerplaatsen: dat is aan de magere kant.”

Langer dan 65

“Hoe lang ik zal werken? Ik ben nu 58 jaar en ik hoop om nog lang Stad Brugge uit te baten. Ja, veel langer dan mijn officiële pensioenleeftijd. Stoppen op 65-jarige leeftijd? Neen, ik zou het te veel missen. En ik denk dat ook mijn vrouw het zou missen. Zij springt bij wanneer ze kan en ze amuseert zich ook enorm. En de mannen zijn content dat ze eens een vrouw zien achter de toog (lacht).”

“Ik kan niet zeggen dat ik nu gelukkiger ben dan in de Ierse pub, het zijn twee totaal verschillende werelden als café. Maar wat ik wel weet, is dat je het niet louter mag doen voor het geld. Dan doe je deze job maximum drie jaar. En zo ken ik er wel enkele. Veel collega’ die al lang bezig zijn, zullen dit beamen.”

Volgende week: café ’t Motje

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten