Brigitte Demeester al 25 jaar achter de toog van ’t Katspel in Boezinge

Brigitte Demeester is geboeid door de geschiedenis van de indianen. Dat is duidelijk te zien in het interieur van ’t Katspel. © WVH
Wouter Verheecke
Wouter Verheecke Medewerker KW

Als je café ‘t Katspel op de dorpsplaats van Boezinge binnen stapt, waan je je in het Wilde Westen. Indianen kijken je aan met een doordringende blik, er hangen pistoolholsters achter de bar en daarboven prijken er Amerikaanse nummerplaten. Brigitte Demeester maakt al een kwarteeuw mee deel uit van dit decor. Welcome in the Pussy Game!

‘t Katspel heeft een lange geschiedenis, die volgens cafébazin Brigitte Demeester (64) misschien wel honderd jaar teruggaat. “Vroeger was het hier café en beenhouwerij. Ik weet nog dat ik als kind op de zulle zat, wachtend om een schelletje vlees te krijgen van iemand die ik kende”, vertelt ze.

Toen hing hier nog ‘In de Nieuwe Hoop’ boven de deur van het hoekpand. “De latere naam ‘t Katspel is een verbastering van het kaatsspel dat je hier vroeger kon spelen”, vermoedt Brigitte. “Tegenwoordig heeft het café zelfs ook een officieuze naam, want de jeugd spreekt van ‘Pussy Game’”, lacht ze.

Stamcafé

Veel van die jonge weekendklanten heeft Brigitte weten geboren worden, want in april viert zij haar 25-jarig jubileum achter de toog. Op weekdagen komen er echter vooral gepensioneerden, die hier hun stamcafé hebben. “Kaatsen kan hier ondertussen niet meer, maar we hebben wel een biljarttafel en twee dartsborden. Ook de plaatselijke voetballers, motards en schutters hebben hier hun lokaal. En het moet zijn dat ze graag komen, want ze komen altijd terug”, klopt Brigitte zich op de borst.

Zij omschrijft zichzelf als een vriendelijke cafébazin die graag onder de mensen is, of zij nu welgezind zijn of zagen. “Soms ben ik wel eens dul wanneer iemand een glas te veel op heeft. Dan is die op zijn beurt kwaad en zegt hij dat hij nooit meer zal komen, maar ‘s anderendaags staat hij hier toch weer hoor.”

Aan haar verkoopstrucs zal dat niet liggen, want Brigitte noemt zichzelf geen commerçant. “Voor ik het café overnam van een vriendin die ziek geworden was, werkte ik als verkoopster in een stoffenmagazijn in Ieper. Maar ik ben eerder een luisteraar dan een prater. Dikwijls zit ik hier gewoon op mijn barkruk, te luisteren naar wat de klanten te vertellen hebben. En ik zal je eens wat vertellen: mannen, dat zijn de grootste viswijven. Die zwijgen werkelijk geen minuut!”

Nochtans hoef je niet altijd veel te zeggen voor Brigitte doorheeft dat er iets scheelt. “Als een vaste klant eens een tijdje niet komt, of juist meer dan anders, dan weet ik eigenlijk al genoeg. Als hij wil praten, dan wil ik zeker luisteren, maar ik zal nooit iemand uithoren.”

Indianenbeelden

Wat dit volkscafé nog bijzonder maakt, is zonder meer het interieur. Daarin komen de grootste passies samen van Brigitte en haar man, Jean-Marie Desodt. “Als lid van Motorclub Speedy houdt hij van moto’s; ik heb het meer voor indianen.”

“Waar die interesse vandaan komt, weet ik zelf niet precies. Ondertussen ben ik ook al veel van wat ik over hun geschiedenis geleerd had vergeten. Feit is dat we zo’n twintig jaar geleden op reis zijn geweest naar Florida en Los Angeles, en dat ik toen zo veel mogelijk souvenirs heb meegebracht. Andere beelden kreeg ik van klanten cadeau; voor de zoveelste verjaardag van het café, of wanneer zij hun zolder opruimden. Om de zoveel tijd zet ik mijn indianen eens buiten, om hen dan met de tuinslang af te spuiten”, toont ze.

Weer wennen

Dit jaar viel die lenteschoonmaak samen met de heropening van het nachtleven. “Hoe ik terugblik op die coronaperiode? Saai!”, zegt Brigitte.

“Er zijn enkele oudere klanten overleden en anderen durfden nog niet terugkeren, ook al mochten we alweer open. Het is hier dus kalm geweest in de wintermaanden. Ik ben dan ook heel blij dat we stilaan kunnen terugkeren naar het normale leven, al ben ik het late sluitingsuur niet meer gewoon. Opblijven tot 2 of 3 uur ‘s nachts, dat is nu toch al even geleden!”

Zoon gaat niet op café

De cafébazin wordt er natuurlijk niet jonger op en hoewel ze ondertussen de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, wil ze nog even voortdoen. “Het caféleven kruipt zeker in je kleren, maar wat moet ik anders doen? Ik zetel in het kermiscomité, maar daarmee krijg ik mijn dagen niet gevuld”, stelt ze.

Een overname is dus nog niet meteen in de maak. “Opvolgers heb ik niet, want onze zoon is een sporter die niet op café gaat en onze dochter is eerder artistiek aangelegd. En daarbij: ik heb ervoor gekozen, zij niet. Wat de toekomst dan brengt, weet ik niet. Daar ben ik ook niet mee bezig, want als wij plannen maken, komt er toch altijd iets tussen. Daarom denk ik liever niet te ver vooruit en leef ik van dag tot dag. We zien wel…”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.