Brasserie Oosterstaketsel in Blankenberge staat al jaar te koop: “Je moet hier echt je hart aan verliezen”

Francis De Vleminck wil na 33 jaar de horecafakkel doorgeven. © WK
Wim Kerkhof
Wim Kerkhof Medewerker KW

Francis De Vleminck en Ann Warrinnier zetten na drieëndertig jaar hun bekende brasserie Oosterstaketsel in de etalage, en wel met spijt in het hart. “Het is een voorrecht om dag in dag uit op zo’n prachtlocatie te mogen werken.”

Wie kent er het Oosterstaketsel niet van de befaamde vissoep? Francis De Vleminck (57) nam de brasserie in 1989 over van de familie Anciaux. “Ik deed destijds een vakantiejob in de Moby Dick, een jazzcafé in de De Smet de Naeyerlaan. Paula Anciaux had ’t Oosterstaketsel van haar vader, die er nog vóór de oorlog mee begonnen was. Ze baatte in Blankenberge drie horecazaken uit en haar kinderen zagen het niet zitten om ’t Oosterstaketsel over te nemen”, vertelt hij.

Zelfs in 1890 was er volgens De Vleminck al sprake van een horecagelegenheid op deze locatie. “Het was zo’n beetje een place m’as-tu vu: het chique volk van het toen zo mondaine Blankenberge kwam hier graag flaneren op de promenade, en er was ook zo’n spiegeltent waar men in de weekends de beentjes kwam uitzwaaien”, vertelt Francis met de glimlach. Hij is trots op de locatie waar hij al vijfendertig jaar achter het fornuis staat.

Uniek uitzicht

“Klanten staan zich hier altijd te verwonderen om het uitzicht, de eerste keer dat ze hier komen. Het ís ook uniek, zo’n staketsel met horecazaak: van hier tot Zuid-Portugal vind je niemand zoals wij. Maar het vraagt wel een andere approach om je zaak uit te baten. Je moet de zee een beetje kennen.”

“Je moet evenveel voeling hebben met de zee, als liefde voor de horeca”

“Onze brasserie is zoals een boot die nooit vertrekt”, vat Ann Warrinnier (57) het gevoel samen. “Zo’n staketsel beweegt op de golven en de voortdurende blootstelling aan de elementen vraagt ook veel meer onderhoud. Eigenlijk moet je evenveel voeling hebben met de zee, als liefde voor de horeca. Je moet hier echt je hart aan verliezen.” “Zeehondjes, bruinvissen, alle soorten zeevogels: je staat hier middenin een natuurreservaat”, glimlacht Francis.

“En ook de afwisseling van bezoekers is leuk. Het moment dat de beachbars er bijgekomen zijn, speelde dat in ons nadeel: je moest niet zo ver meer lopen voor een pintje met zicht op zee. Maar het toerisme is ook geëvolueerd, de kustbeleving is nu veel minder seizoensgebonden. Toen ik hier drieëndertig jaar geleden begon, sprak dat mij enorm aan: zes maanden keihard werken, om daarna zes maanden te reizen.”

Volledig uitgebrand

In 2006 sloeg het noodlot toe: door een blikseminslag brandde de zaak volledig uit. “Pas twee jaar later, in de zomer van 2008, zijn we weer opengegaan. We wisten toen corona kwam dus al wat het is om twee jaar gesloten te zijn”, zegt Ann.

Na drieëndertig jaar vinden Ann en Francis het mooi geweest. De zaak staat ondertussen al een jaar te koop. “De gezondheid heeft ook meegespeeld bij die beslissing: veertien à zestien uur per dag rechtstaan, dat ga je na verloop van tijd wel voelen. En je hebt op den duur ook geen familiaal leven meer als je in de horeca werkt. Maar we zijn niet gepresseerd; dit is een zaak die je niet zomaar overlaat. Er moet echt een ‘klik’ zijn.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.