75 jaar Ter Duinen (3): van generatie op generatie

© WVH
Wouter Verheecke
Wouter Verheecke Medewerker KW

75 jaar hotelschool Ter Duinen, dat levert verscheidene generaties aan chefs op. Wie hier de kneepjes van het horecavak leerde, wil dikwijls dat zoon- of dochterlief van diezelfde paplepel proeft. Zo ging het alvast bij deze twee duo’s uit onze regio.

“De horecamicrobe zit in ons bloed”

Angus Wittevrongel (52) van visrestaurant Julia en traiteur Mare Nostrum uit Sint-Idesbald stamt uit een echte horecafamilie en wist op zijn twaalfde al dat hij naar Ter Duinen wou. “Ik mocht er echter pas in het vierde middelbaar starten en rondde mijn zevende jaar af in 1988. De taferelen in De Mijn vond ik pure magie en lieten een diepe indruk na. Dat is het mooiste theater van ons land”, glundert hij.

Zo’n dertig jaar later mocht ook zijn zoon Cesar (20) de typerende dynamiek en diversiteit van HK gaan ontdekken, in het derde jaar TSO. Hij studeerde vorig jaar af en is sindsdien bij zijn vader aan de slag. “Ik stond versteld van de familiale omgang met de leerkrachten, maar tegelijk dwongen zij respect af. Je kreeg dikwijls een hand toegereikt, maar moest niet proberen om de spreekwoordelijke arm te grijpen”, weet hij.

Stages

Ook Angus blikt tevreden terug op zijn schooltijd in Ter Duinen, waar hij als puber ook kennismaakte met het nachtleven. “Ik herinner mij nog hoe er na de avondshift tijd werd gemaakt om met medeleerlingen een pint te pakken. Veel jongens zaten op internaat en móésten wel een band smeden met elkaar. Zo ging het trouwens ook toen ik als 18-jarige petit Belge drie maanden lang stage mocht lopen bij driesterrenchef Alain Chapel in Zuid-Frankrijk. Ik zorgde ervoor dat ik snel in de armen van het andere personeel werd gesloten, door ’s avonds met hen op te trekken.”

Cesar liep onder meer stage bij Zet’Joe van Geert Van Hecke in Brugge. Zijn buitenlandse stage zag hij vorig jaar jammer genoeg in het water vallen, door de coronamaatregelen. “Zo ben ik niet in mijn opzet geslaagd om mijn Frans wat bij te schaven, maar mijn Engels is er wel op vooruitgegaan. De Britse viskok Michael Yates was hier namelijk de hele zomer aan de slag als gastchef, wat ik als een extra stage beschouw. Papa schakelt hier trouwens regelmatig HK’ers in, als stagiairs.”

Selectieproef

Volgens Angus is Ter Duinen nog altijd een goeie leerschool, maar is de discipline erop achteruitgegaan. “Haar tot op de oren was vroeger ondenkbaar; daar zetten de leerkrachten meteen de visschaar in. Anderzijds is het uniform nu een écht uniform, terwijl wij onze das en jas zelf mochten kiezen. Ik vind het een goeie zaak dat het schooltenue blijft, want zo’n strak pak draagt bij tot de klasse van de horecastiel.”

Hoewel Angus de school een warm hart toedraagt, uit hij graag nog een puntje van kritiek. “Het leerlingenaantal gaat erop vooruit, maar velen zitten er niet op hun plaats en gaan na hun studies niet in de horeca aan de slag. Daarom ijver ik voor een selectieproef en voor nog meer praktijklessen”, klinkt het.

“Veel vrijheid, maar er heerst discipline”

Bij Charlotte Verbrugghe (39) en haar dochter Eloïse Bouttefeux (15) uit Veurne hangt er geen HK-bordje aan de voorgevel. Nadat Charlotte haar beroepsopleiding aan de hotelschool had afgerond, werkte ze nog enkele jaren op haar voormalige stageplek en in de keuken van een woonzorgcentrum. Nu runt ze echter een kledingwinkel, al grijpt ze als hobbykok graag nog eens naar haar HK-kookboeken.

Eerste lichting

“Ik startte mijn schoolcarrière in Ter Duinen in het derde middelbaar, in 1996, en behoorde toen samen met mijn zus en nog een vijftal anderen tot de eerste lichting meisjes. Dat was voor iedereen wat wennen. In 2000 zwaaide ik er af, na het specialisatiejaar gastronomie”, opent Charlotte.

Ondertussen kun je er al vanaf de eerste graad in de potten roeren, maar Eloïse schreef zich pas vorig jaar in op de school, voor de TSO-richting Hotel. “Tegenwoordig is het aantal jongens en meisjes ongeveer in balans, en ik heb ook niet de indruk dat wij anders worden aangepakt”, aldus de vijfdejaarsstudente.

Veel vrijheid

Over wat er zich zoal binnen de muren van het internaat afspeelt, kunnen ze allebei niet veel vertellen. “Eloïse woont dicht bij school en ik kon er vroeger zelfs te voet heen. Dan trok ik ‘s avonds dikwijls naar de internen die buiten stonden, om dan weer huiswaarts te keren wanneer zij naar binnen moesten”, vertelt Charlotte.

Ook Eloïse heeft niet het gevoel daardoor iets te missen, al was het vorig jaar hoe dan ook geen gewoon schooljaar, door de pandemie. “Een groepssfeer is er sowieso, door de uniformen. Wat de school voor mij zo bijzonder maakt, is dat je er leerlingen uit alle Belgische provincies en zelfs uit Nederland vindt, met elk hun eigenheid.”

Charlotte verwonderde zich destijds vooral over de vrijheid. “Zo mochten wij roken op de speelplaats en leerden we als tieners kennismaken met alcohol. Tegelijk leerden we omgaan met verantwoordelijkheid en was de grote discipline die van ons verwacht werd ook effectief aanwezig.

De leerkrachten waren er ruimdenkend en hadden geen 9-to-5-mentaliteit”, zegt ze.

Consommé

Anekdotes uit haar schooltijd rakelde Charlotte onlangs nog op tijdens een klasreünie. “Een voormalige klasgenoot stapte op mij af om te vragen of ik nog wist hoe ik hem voor de geïntegreerde proef had geholpen met zijn geklaarde soep. Ik had die handelingen goed onder de knie, maar bij hem mislukte zijn gerecht. Daarom schoof ik hem buiten het oog van de jury mijn bord toe en maakte ik mijn soep opnieuw. Zo hadden we uiteindelijk allebei een consommé comme il faut!”