De cijfers komen van federaal minister van Werk Nathalie Muylle. Midden april, in volle lockdown, telde West-Vlaanderen 164.210 tijdelijke werklozen. Ook het aantal bedrijven dat een beroep doet op die tijdelijke werkloosheid is fors (ruim 41 procent) verminderd: van 17.288 in mei tot 10.048 in juni.
...

De cijfers komen van federaal minister van Werk Nathalie Muylle. Midden april, in volle lockdown, telde West-Vlaanderen 164.210 tijdelijke werklozen. Ook het aantal bedrijven dat een beroep doet op die tijdelijke werkloosheid is fors (ruim 41 procent) verminderd: van 17.288 in mei tot 10.048 in juni.In alle sectoren zijn weer meer mensen aan het werk. "Maar de daling is niet overal even sterk. Voor zwaar getroffen sectoren zoals horeca, de evenementen- en de reissector, voorzien we daarom de mogelijkheid om tijdelijke werkloosheid omwille van corona toe te passen tot eind dit jaar. Ook bedrijven die hun werknemers in het tweede semester voor minstens 20 procent van de tijd op tijdelijke werkloosheid zetten, kunnen tot eind dit jaar van het systeem gebruik blijven maken," zegt minister Muylle.In de bouwnijverheid verminderde de tijdelijke werkloosheid het sterkst, met bijna driekwart. Ook de groot- en detailhandel kent veel minder tijdelijk werklozen in juni in vergelijking met de maanden daarvoor: min 68 procent.Dat heeft natuurlijk alles te maken met de versoepeling van de coronamaatregelen en de heropening van winkels en handelszaken.Bij de horeca en de recreatiesector verminderde het aantal werklozen maar met ongeveer één vijfde.De cijfers voor West-Vlaanderen ogen trouwens opvallend beter dan die voor heel het land. Voor de hele West-Vlaamse industrie is het aantal tijdelijke werklozen met de helft verminderd, terwijl dat nationaal maar voor iets meer dan 42 procent is. Ook voor de vervoer- en opslagsector scoort West-Vlaanderen gelijkaardig beter dan nationaal en voor administratieve en ondersteunende diensten ogen de West-Vlaamse cijfers ook opvallend beter: een daling van tijdelijke werkloosheid met meer dan 60 procent bij ons, terwijl de daling nationaal beperkt blijft tot 41 procent. Ook in de landbouw en in de bouwnijverheid is de daling in onze provincie sterker (maar minder opvallend) dan nationaal. (JG)