Vis van het jaar, maar sector in moeilijkheden: “Garnaalvisserij heeft zeker nog een toekomst”

Vlaams minister van Visserij Hilde Crevits is een fan van de Noordzeegarnaal. © IV
Redactie KW

De grijze garnaal is dus Vis van het Jaar, zo maakte Vlaams minister van Visserij Hilde Crevits (CD&V) maandag bekend in Nieuwpoort. Een vreemde keuze omdat de garnaal geen vis is, maar een schaaldier, maar ook omdat deze keer een bekend product in de kijker wordt gezet dat geen extra reclame meer behoeft. Of toch? Hoe populair de garnaal ook is, de garnaalvisserij heeft het – vooral door de hoge brandstofprijzen – niet gemakkelijk. “Maar er zijn echt wel mogelijkheden om de sector nieuw leven in te blazen”, zegt wetenschappelijk directeur Hans Polet van het ILVO.

De garnalenvangst is voornamelijk een verhaal van de kustvisserij: het grootste deel van de vangst gebeurt in de kustgebieden van de Noordzee, voor België, Nederland, Duitsland en Denemarken. Ook in België worden grijze garnalen hoofdzakelijk vlak voor de kust gevist en dan vooral in de periode dat ze het grootst zijn, van augustus tot november. Garnaalschepen onder Belgische vlag landen jaarlijks tussen 369 en 1200 ton grijze garnaal aan (2018-2020). Het aandeel van de Belgische visserij in de totale vangsten van Noordzeegarnaal bedraagt daarmee minder dan 3 procent, maar het is wel de belangrijkste commerciële soort voor de Belgische kustvisserij.

En die kan dus zeker een duwtje in de rug gebruiken. De Belgische vloot telt een 30-tal schepen die uitgerust zijn om op garnaal te vissen en 15 daarvan doen dat ook heel gericht, zeker in het seizoen. Slechts een zes- tot zevental garnaalvissers zijn nog in handen van Belgische reders, al maakt dat volgens de Rederscentrale niet zoveel uit. “Een aantal schepen is eigendom van Nederlandse reders, maar zij varen onder Belgische vlag en naar Belgisch recht en kunnen dus beschouwd worden als Belgische schepen”, verduidelijkt adjunct-directeur Sander Meyns. Maar door de hoge brandstofkosten heeft in 2020 en 2021 slechts een handvol schepen gericht op garnalen gevist. Zo ging het aantal ton door de Belgische vloot opgeviste garnalen van 517 in 2019 naar 307 in 2020 en 369 in 2021.

Concurrentie

“Onze vloot krijgt zware concurrentie uit Nederland en deels ook uit Duitsland”, weet Hans Polet van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) in Oostende. “Zij beschikken over krachtige vaartuigen, die dus een veel groter gebied kunnen bevissen, en bovendien heel modern zijn uitgerust. Onze kustvloot bestaat uit oudere vaartuigen. Onze kustreders investeren maar weinig in nieuwe schepen. De kustvissers pleiten voor een uitbreiding van de driemijlszone – de zone waar zij exclusief kunnen vissen – tot zes mijl. In de drie- tot zesmijlszone komen immers vooral Nederlandse vissers. Voor onze kustvisserij zou dat een heel goede zaak zijn, maar het ligt politiek gevoelig. Die afspraken liggen immers vast in Europese verdragen.”

“Toch denk ik niet dat onze garnaalvisserij op sterven na dood is”, stelt Hans gerust. “Het zal van de reders afhangen, maar er zijn echt wel mogelijkheden om de sector nieuw leven in te blazen. We moeten kijken hoe we meer diversiteit kunnen krijgen in de beviste soorten. Het is moeilijk om rendabel te zijn als je een heel jaar op garnaal vist. In het seizoen lukt dat wel, maar daarbuiten is de opbrengst te mager. Vroeger visten de garnaalvissers buiten het garnaalseizoen op tong, maar het tongbestand heeft erg geleden onder de pulsvisserij die er geweest is. Het is wel een optie om in de windmolenzones op krabben en kreeften te vissen, al moeten de vissers dan ook toelating krijgen om daar te komen. Een andere mogelijkheid is passief vissen met potten op zeekat. En zo zijn er nog wel enkele. Maar die alternatieven vragen natuurlijk heel wat flexibiliteit van de vissers en de kennis en ervaring zijn voor het ogenblik niet aanwezig. Deze alternatieven zijn haalbaar voor de kleine kustvaartuigen, als ze ervoor worden uitgerust. Daar moeten de vissers de centen en de kennis voor hebben. En dat is een grote stap.”

Garnalenbestand

En dan is er nog de hoeveelheid garnalen die er in de Noordzee zit. Dat varieert heel sterk van jaar tot jaar. “2018 was een topjaar, 2019, 2020 en 2021 waren erg mager en voor 2022 is het nog wachten op de cijfers”, weet Hans Polet.

“Hoe groot het garnalenbestand is, hangt vooral af van het weer, niet van de intensiteit van het vissen. De garnaal is een kortlevend dier, dat slechts zo’n twee jaar oud wordt, maar zich ook heel snel voortplant. Over 20 jaar bekeken, zit er nu veel meer garnaal in de Noordzee dan toen. We begrijpen nog niet helemaal hoe dat komt, maar het feit dat roofvissen als kabeljauw door de klimaatopwarming naar noordelijker gebieden uitwijken, speelt zeker een rol.”

“De verkiezing tot Vis van het Jaar in België is belangrijk, maar nu ook niet van zo’n grote betekenis dat het garnalenbestand in de Noordzee daardoor overbevist zal raken”, vermoedt Hans Polet. “Maar het is wel zo dat het garnalenbestand nu al vrij intens bevist wordt. Zoveel meer moet het nu ook weer niet worden. Voorzichtigheid is geboden.”

Christel Dewaele: “Mensen staan er niet altijd bij stil hoeveel garnaalvissers moeten investeren om garnalen aan land te krijgen.”
Christel Dewaele: “Mensen staan er niet altijd bij stil hoeveel garnaalvissers moeten investeren om garnalen aan land te krijgen.” © Jeffrey Roos

Reder Christel Dewaele: “Het belang van de kustvisserij werd veel te laat ingezien”

De keuze om de grijze garnaal de Vis van het Jaar te maken, valt in erg goede aarde bij de kustvissers. “Dit is de beste keuze ooit”, klinkt het bij Christel Dewaele, reder van de O.191 Romy., die haar vers gevangen garnalen dagelijks verkoopt aan de Oostendse Vistrap.

“We zijn er heel blij mee. In Oostende hebben we nog drie echte kustvissers en in Nieuwpoort en Zeebrugge nog elk twee. Dat betekent dat nog amper zeven schepen elke avond vertrekken om diezelfde ochtend weer de haven binnen te lopen met hun vangst. Mensen staan er niet altijd bij stil hoeveel wij moeten investeren om de grijze garnaal aan land te krijgen. Dit is dus welgekomen.”

Of deze erkenning te laat komt? “Eigenlijk hoeft de kwaliteit van de garnaal geen betoog”, is Christel duidelijk. “Iedereen weet maar al te goed dat de grijze garnaal het kaviaar van de Noordzee is. Er is alleen niet vlug genoeg ingegrepen geweest om de kustvisserij te redden. Het belang van de kustvisserij werd veel te laat ingezien. Men zet nu hard in op de zogenaamde ‘korte keten’. Wel, korter kan het bij ons kustvissers niet zijn. We brengen de garnalen aan land waar ze amper 50 m verder verkocht worden. De Oostendse Vistrap is de enige plaats waar de garnalen verkocht worden die minder dan twaalf uur oud zijn. We merken wel dat het stadsbestuur ons genegen is. Schepen Charlotte Verkeyn en burgemeester Bart Tommelein doen er alles aan om onze belangen te verdedigen en daar zijn we dankbaar voor.” (JRO)

“De titel Vis van het Jaar kan bijdragen tot rendabeler prijzen voor de garnalen”, luidt het bij de Rederscentrale.
“De titel Vis van het Jaar kan bijdragen tot rendabeler prijzen voor de garnalen”, luidt het bij de Rederscentrale. © Peter MAENHOUDT

Rederscentrale: “Wij geloven nog in de garnaalvisserij”

“De promotie als Vis van het Jaar kan ertoe bijdragen dat het vissen op garnaal rendabeler wordt”, denkt adjunct-directeur Sander Meyns van de Rederscentrale. “Laat duidelijk zijn, wij geloven nog in de garnaalvisserij. Anders hadden we de garnaal ook niet voorgesteld voor deze titel.”

“Net zoals de hele vissersvloot heeft de garnaalvisserij te lijden onder de grondstof- en brandstofcrisis. Mede door het Oekraïneconflict is het moeilijk om rendabel te vissen en een mooie prijs te krijgen op de veiling”, aldus Sander. “Toch zijn wij ervan overtuigd dat de Belgische garnaalvisserij nog potentieel heeft, zeker in het hoogseizoen, als er ook heel wat gevangen wordt.”

Wat vindt de Rederscentrale van het voorstel van de kustvissers zelf om de voor hen voorbehouden driemijlszone uit te breiden tot zes mijl? “Wij zijn daar vrij neutraal in”, luidt het. “De kustvisserij zou die zone graag uitgebreid zien, maar het tussenbootsegment – dat veel in de drie- tot zesmijlszone vist – krijgt dan extra concurrentie. En wij vertegenwoordigen ook die reders. Maar zeker is wel dat de kustvissers, zeker als er nog windmolenparken en natuurgebieden bijkomen, nood hebben aan extra ruimte om te vissen. De kustvissers zijn hard getroffen door het verlies aan ruimte en daar moet iets aan gedaan worden. Wij staan klaar om die dialoog te voeren.”

“Maar onze garnaalvisserij op sterven na dood? Dat geloven wij niet. Anders hadden we ook niet voorgesteld om de garnaal tot Vis van het Jaar uit te roepen”, zegt Sander Meyns. “We geloven nog in de garnaalvisserij, die specifiek is voor onze kust. Met de Z.24 Elia kiest nu ook een kustvisser voor nieuwbouw. Dat wil toch ook iets zeggen.” (HH)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.