Geert en Rita nemen na bijna halve eeuw afscheid van de markt: “Een overnemer vinden, wordt helaas heel moeilijk”

Marktkramers Geert Vantyghem en Rita Cruyt. (foto IV) © Isabelle Vanhassel IV
Redactie KW

Al sinds 1975 staat Geert Vantyghem (67) met een textielkraam op de markt in Nieuwpoort maar daar komt binnenkort een eind aan. “Ik zal vooral de babbels missen”, zegt Geert die binnenkort met pensioen gaat, samen met zijn vrouw Rita Cruyt (64).

“Vele jaren geleden, in 1934, begon mijn vader hier in Nieuwpoort met zijn eerste markt. Ik nam het werk van hem over in 1975, toen ik 20 jaar was”, begint Geert zijn verhaal. Geert studeerde voor kinesist, maar zijn voorliefde ging naar de markt. “Op jeugdige leeftijd gingen we tijdens de schoolvakanties al mee met vader. De eerste vijf jaar was ik ingeschreven als zelfstandig helper en in 1979 werd het mijn eigen zaak. Mijn vrouw Rita is na vier jaar in de zaak gekomen en vanaf 1983 zijn we gestaag beginnen groeien.

Uitbreiden

We hebben geen winkel en doen enkel de markten van Diksmuide, Roeselare, Veurne, Oostende, Nieuwpoort en Brugge. Zes dagen op zeven”, verduidelijkt Geert Vantyghem. “We bleven altijd uitbreiden om onze klanten goed te kunnen bedienen. Het is ook wel een beetje boven ons hoofd gegroeid omdat we te veel artikelen aanbieden. Zo komt het dat we op onze leeftijd nog moeten door doen om alles uitverkocht te krijgen”, zegt hij.

Met brol te verkopen, kan je geen cliënteel opbouwen

Het echtpaar heeft twee zonen. “De jongste (39) werkt in de immobiliënsector en de oudste (40) is politierechter. Zij zien het niet zitten om de markt verder te doen. Toch proberen we wel nog steeds een opvolger te vinden maar we voelen nu al dat het moeilijk wordt en wellicht niet zal lukken. Op ons bericht op een overnamesite kwam tot nog toe heel weinig respons, slechts een drietal personen heeft gebeld. De mensen zijn blijkbaar niet meer warm te krijgen voor het beroep van marktkramer”, zegt Rita.

Duizenden klanten

“De markt is niet meer besteed aan jonge mensen, dat ondervinden wij”, aldus Geert. “De jongeren komen niet zo vaak meer en ouderen verdwijnen geleidelijk samen met ons. De markten zullen nooit helemaal verdwijnen, maar om er als marktkramer van te kunnen van leven, wordt het moeilijk. De jeugd koopt online, dit is zowat het verhaal dat erachter zit. De grootste troef van de markt is nog altijd het grote voedingaanbod en die verse producten houden de markt nog recht.”

“Zonder te overdrijven, wij hebben duizenden klanten. We draaien nog steeds een mooie omzet, maar je moet er natuurlijk ook veel voor doen. Zes dagen op zeven om 4 uur uit bed, een kop koffie drinken en vertrekken naar de markt. Als je thuis komt, is het midden in de namiddag, dan moet je nog de rekken aanvullen, om merchandise gaan of er komen artikelen binnen. De marktwagen moet ook soms eens binnen voor herstel of onderhoud.”

20 jaar geen vakantie

“Eigenlijk hebben we een heel druk leven. We hebben een kraam van bijna 20 meter, dat kan ook veel kleiner, maar als je ambitie hebt, wil je het onderste uit de kan halen”, legt Geert uit. De zondag was hun enige vrije dag. De eerste 20 jaar werkten ze het hele jaar door en gingen nooit op reis. “Pas toen we 40 werden, namen we elk jaar enkele weken vakantie. Dan zagen we in dat we wellicht wat verkeerd bezig waren.”

Het succes van een lange loopbaan is verbonden aan de kwaliteit die je aanbiedt, anders lukt dat niet. “Mijn vader zei altijd: het komt er niet op aan een keer te verkopen, je moet kunnen blijven verkopen. Kortetermijnvisie is niet goed. Met brol te verkopen, kan je geen cliënteel opbouwen. Je moet voordelig werken met een goed product, dat is de kunst.”

Veel investeren

Op de markt in Nieuwpoort staan veel marktkramen met textiel, maar weinig met lingerie, lakens en dekbedden, de artikelen die Rita en Geert verkopen. De meeste andere verkopen vooral dameskledij. “Wij moesten heel veel investeren om een groot assortiment te kunnen aanbieden. Je moet lang vooraf alles aankopen bij grote importeurs. Wij werken nog veel met Belgische fabrikanten, maar 90 procent komt uit het buitenland. Meestal uit China, India, Pakistan en ook Portugal. Ik heb al de Belgische ateliertjes zien verdwijnen, heel triest!”

“Dit is een van mijn fans die al jaren langskomt”, zegt Geert, duidend op Etienne, een vaste vrijdagse marktbezoeker. “Dergelijke mensen waren heel belangrijk voor ons, klanten die weten dat je met een goed artikel werkt en dat ook doorvertellen. We gaan zeker de markt missen, hoewel je het na 48 jaar toch een beetje gezien hebt. Het is ook allemaal aan het veranderen. Momenteel wordt alles heel veel duurder en is het niet meer zo aangenaam.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.