Geanimeerd gesprek over de Batjes, de opkomst van online verkoop en de ontwikkeling van het stadscentrum

Jeroen Neirynck, Ubbe Descamps, Nathalie Sintobin en Kris Declercq gingen met elkaar in een geanimeerd debat: “Het mag gerust nog wat meer bruisen in het stadscentrum”, klinkt het.© Stefaan Beel
Jeroen Neirynck, Ubbe Descamps, Nathalie Sintobin en Kris Declercq gingen met elkaar in een geanimeerd debat: “Het mag gerust nog wat meer bruisen in het stadscentrum”, klinkt het.© Stefaan Beel
Thomas Dubois
Thomas Dubois Editieredacteur De Weekbode Roeselare – Izegem – Tielt

Roeselare moet uitgaan van eigen troeven en die ook ten volle uitspelen, dat is de conclusie van een geanimeerd panelgesprek. Daarin gingen vier spelers met elk een eigen achtergrond in gesprek over de uitdagingen van de toekomst. Van e-commerce tot de ontwikkeling van het stadscentrum en de toekomst van de Batjes. “We bekijken elkaar in het centrum nog te veel als concurrenten, terwijl een betere samenwerking ons allemaal zou helpen”, aldus Ubbe Descamps, zaakvoerder van Brooklyn.

Vier spelers uit het Roeselaarse met elk een eigen achtergrond samenbrengen en hen laten uitweiden over de verschillende uitdagingen waar Roeselare mee te maken krijgt, dat was de bedoeling van dit panelgesprek. Het zorgde voor een geanimeerde babbel die nog meerdere uren kon verder gaan. Jeroen Neirynck (36) was gastheer en de jongste deelnemer aan het panelgesprek, hij nam samen met zijn vriendin Griet Cambie in 2017 Café Cirque op het Polenplein over.

Nathalie Sintobin (47) is geboren en getogen in Roeselare, ze groeide op te midden van de marktkramers en leerde daar hoe je niet alleen moet ondernemen, maar ook voor meerwaarde zorgen. Op haar 21ste begon ze met de verkoop van relatiegeschenken op catalogusniveau, in 1999 maakte ze al heel vroeg de stap naar e-commerce. Met succes, in 2016 werd ze verkozen tot vrouwelijke ondernemer van het jaar. Ubbe Descamps (44) is de tweede generatie in kledingwinkel Brooklyn. De kledingzaak telt ondertussen zeven winkels en is al van bij het prille begin in 1972 een vaste waarde in het centrum van Roeselare. De vierde gesprekspartner was burgemeester Kris Declercq (49), vooral benieuwd naar de mening van zijn terrasgenoten.

Hoe kijken jullie naar Roeselare als commercieel centrum van West-Vlaanderen?

Ubbe: “Ik denk dat we in de stad een mooi aanbod aan winkels en horeca hebben, een mix tussen gevestigde waarden, nieuwe initiatieven, kleinhandel en ketens.”

Jeroen: “Dat klopt, het aanbod is mooi, maar we zitten nog te veel op een eilandje. We hebben veel te lang gedacht dat we elkaar niet nodig hebben. Dat geldt voor zowel de handelaars als horeca.”

Ubbe: “We mogen elkaar niet als concurrenten zien, samen moeten we ervoor zorgen dat het stadscentrum relevant en interessant is. Als iedereen failliet gaat, hebben wij daar als winkel niets aan.”

Kris: “We hebben de handelaarsvereniging Shopping & Centrum Roeselare, zij staan voor de belangen van de handelaars. Wij geven hen de nodige middelen om acties op poten te zetten en in te zetten op de beleving.”

Jeroen: “Ik heb de indruk dat het moeilijk is om daar als een front naar buiten te komen, ik mis ook wat transparantie. We weten amper waar ze mee bezig zijn.”

Kris: “In die optiek pakken we uit met ‘Kernachtig’, een publicatie waarbij we aan de handelaars uitleggen wat de vzw allemaal doet, maar ook waar we als stad allemaal op inzetten om de lokale economie te ondersteunen. Open en duidelijk communiceren, daar moeten we echt voor gaan. Handelaars verwachten dat.”

Nathalie: Roeselare heeft veel goede ingrediënten, de tools zijn er, maar de vraag is: hoe maak je er een smakelijk menu van? Het is een kwestie van de juiste mensen bij elkaar te zetten, mensen met kennis van zaken, met een hart voor de stad die belangeloos samen zoeken met horeca en handelaars naar de samenstelling van het juiste menu en het aanvullen van de ontbrekende kruiden. Er is een gemeenschappelijk doel: Roeselare als commercieel hart van West-Vlaanderen opnieuw op de kaart zetten.”

Ubbe: “Roeselare is een typische stad die mensen van buiten de stad moet aantrekken. Na de eerste lockdown leek dat goed te lukken, maar na de zomer viel alles stil. Momenteel hebben we te weinig koopkracht op straat lopen. Corona houdt de mensen onder de kerktoren, dus moeten we hen een reden geven om naar hier te komen.”

Is de Roeselaarse handelaar mee met het online verhaal?

Nathalie: “Corona was de katalysator om digitaal te versnellen voor vele handelaars en dat stemt me gelukkig. Maar het is een uitdaging om een passende aanpak te vinden voor elke handelaar binnen het digitale verhaal. België loopt nog steeds achter ten opzichte van onze buurlanden, ook al maakten we een mooie inhaalbeweging. Ik pleit ervoor dat handelaars creatief omgaan met deze uitdagingen, inspiratie halen bij elkaar en buiten de grenzen en vooral ondernemend nadenken hoe zij dan het verschil kunnen maken in de digitale wereld en veranderende consumentengedrag.”

Ubbe: De Belgische ondernemer ziet overal bedreigingen, dus ook in de e-commerce, terwijl het eigenlijk een versterking is. Je moet er wel op de juiste manier mee omgaan. Wij zijn met Brooklyn vrij vroeg begonnen met een online webshop en zagen dat als een extra winkel, terwijl het eerder een verlengstuk is van onze fysieke winkels.”

Jeroen: “Voor lokale handelaars is het moeilijk om een evenwicht te vinden met het online gebeuren.”

Nathalie: “De gemiddelde leeftijd van de online consumenten is ook flink toegenomen in vergelijking met een aantal jaar geleden.”

Jeroen: “Mijn vader zou vroeger in Delhaize blijven discussiëren om prijs-kwaliteit de beste wijn te hebben. Nu surft hij gewoon online en bestelt de kistjes waarvan hij weet dat ze goed zijn.”

Ubbe: “Door corona is het online gebeuren in een versnelling gekomen en dat kunnen we alleen maar toejuichen.”

Is een webshop noodzakelijk om te overleven?

Nathalie: “Je moet online bereikbaar zijn, maar een webshop hoeft daarom niet per se.”

Ubbe: “Het hangt ook af van het product. In 2012 was ik lid van de raad van bestuur van Mode Unie. Toen zeiden verschillende bedrijven dat de online verkoop van schoenen nooit een succes zou zijn. Ondertussen zijn schoenen een van de meest verkochte producten online. Veel zaken die toen niet meegestapt zijn, bestaan nu niet meer. Finaal gaat het om boerenverstand.”

Nathalie: “Online shoppen gaat snel, run shopping eigenlijk. Daarnaast heb je fun shopping en daar moet men in Roeselare op inzetten. Je moet een meerwaarde creëren, de mensen een reden geven om in de winkel en daarna bij jou te kopen, online of offline. Ik hecht bijzonder veel belang aan de persoonlijke aanpak. Een winkel of horecazaak waar ik geen goeiedag krijg, daar koop ik niet.”

Kris: “Dat is een van de punten waar onze lokale handelszaken zich kunnen onderscheiden, net zoals de extra service. Ik denk bijvoorbeeld aan het thuisleveren van pakjes. Tijdens de coronacrisis werd dit door heel wat winkels ingevoerd en het wordt wellicht een blijver.”

Hoe kun je de lokale handelaars op de digitale trein krijgen?

Kris: “Met de stad hebben we het project ‘Digipreus’ waarbij we handelaars begeleiden in het online gebeuren. We vinden het belangrijk om als stad inspanningen in die richting te doen.”

Nathalie: “Het wij-verhaal is erg belangrijk, het is meer dan enkele experten uitnodigen op een info-avond, het is een kwestie van te differentiëren en op maat te werken. Ik zie in die stad heel veel handelszaken, ook gevestigde waarden, die mee zijn in het digitale verhaal. Dan heb je anderen die het wat moeilijker hebben. Ik geloof sterk in het elkaar ondersteunen. Zij die een succesvol online verhaal schrijven, kunnen anderen inspireren. Succesverhalen en ervaringen delen, werkt altijd aanstekelijk.”

Kris: “Begin juli gaat de Retail Academy van start en bedoeling is om daar nog verder in te gaan, grenzen verleggen, zonder dat ondernemers hun fabrieksgeheimen moeten vertellen.”

Jeroen: “Je merkt dat heel wat zaken op de digitale kar springen, maar je kan niet zomaar alles in één keer succesvol doen. Online storytelling en een digitaal merk opbouwen dat volledig klopt met het verhaal dat je offline vertelt, is een werk van lange adem. Het is niet omdat je op Facebook of Instagram zit dat je online scoort. Daar kruipt vaak heel veel tijd en moeite in, maar als je het consequent volhoudt, dan is het op lange termijn zeker en vast een meerwaarde.”

Hoe zien jullie de toekomt van de Batjes?

Jeroen: “Die kunnen wel een upgrade gebruiken. Voor de jongere generaties betekenen de Batjes ‘t Vat van Rodenbach, een van de hoogtepunten in het jaar, en marginalen spotten. De Batjes zijn altijd hetzelfde. Af en toe is er een leuk initiatief, maar er zit geen lijn in. Het kan geen kwaad om de Batjes te gaan herdenken.”

Nathalie: “Ik zou daar zelfs ver in durven gaan en ‘Batjes’ niet meer als overkoepelende naam gebruiken. Ik vind de naam Batjes goedkoop klinken.”

Ubbe en Jeroen in koor: “Die naam Batjes is zodanig ingeburgerd, daar kan je niet aan raken! Hoe kan je nog batjes doen als je niet meer van Batjes spreekt?”

Nathalie: “Toch ben ik van mening dat het geen kwaad kan om het evenement een andere naam te geven om een vernieuwend imago te bekomen. Ook hier moet je kijken naar je eigen troeven. Waarom geen culinair evenement organiseren waarbij mensen uit de eigen rijke horeca aan bod komen. Het onderliggend idee moet zijn om mensen bij elkaar te brengen.”

Kris: “We moeten kijken naar wat de Batjes waren, creatief uit de hoek komen met de evenementen en er ook budgetten voor vrijmaken. Altijd met oog voor voldoende return.”

Wat kan het centrum van de stad nog gebruiken?

Kris: “We hebben heel veel toffe cafés, maar op een bepaald uur stopt het. Er moet plaats zijn voor een zaak waar je in de late uurtjes nog kunt gaan dansen zonder daar de hele buurt mee te storen.”

Jeroen: “Dat vraagt dan wel wat verdraagzaamheid van de mensen. Als er iets te doen is, in het centrum of pakweg in Rumbeke, dan is het aantal klachten niet bij te houden, ook al gaat het soms maar om eenmalige evenementen.”

Kris: “Het is belangrijk om daar goed mee om te gaan. Als organisatoren zich aan de afgesproken regels houden, dan zie ik geen reden om in te grijpen. Hoe meer het bruist in het centrum, hoe liever, zeker in de zomer kan er niet genoeg te doen zijn.”

Nathalie: “Ik mis verbinding in het stadscentrum. Zorg dat de verschillende pleintjes met elkaar in contact staan, door bijvoorbeeld thematisch te werken, zo creëer je een extra vorm van beleving. Daarbij moeten we de rol van de auto in het stadscentrum blijven in vraag stellen. Neem daarbij geen overhaaste beslissingen, maar test af en toe een en ander uit en kijk naar de impact. Als die positief is, dan zal je de handelaars snel genoeg weerkeren.”

Jeroen: “Ik ben benieuwd naar de verdere ontwikkeling van de Ooststraat. Vandaag is er een wezenlijk verschil tussen het eerste deel waar er auto’s rijden en het tweede verkeersvrije deel.”

Kris: “Voor het verkeersvrije deel van de Ooststraat en de Jan Mahieustraat komt er binnenkort een aantrekkelijke facelift, minstens bovengronds. We waren van plan om ook het andere luik van de Ooststraat aan te pakken, maar corona heeft daar wat roet in het eten gegooid. We zullen met de handelaars de wenselijkheid en timing daarvan verder bekijken.”

Jeroen: “Op die paar parkeerplaatsen zal het niet komen, er zijn voldoende grote parkings in het centrum.”

Ubbe: “In Kortrijk was er heel wat protest tegen het verdwijnen van parkeerplaatsen voor de verkeersvrije Grote Markt en de verlaagde Leieboorden, het vroeg wat tijd, maar nu is iedereen voorstander van de veranderingen.”

Hoe moet Roeselare zich profileren?

Ubbe: “We moeten uitgaan van eigen sterkte en dat is dat we een stad zijn waar iedereen zich goed voelt, met een toffe mix aan zaken, typisch Vlaams, er is niks dikkenekkerigs aan Roeselare. Gastvrijheid staat centraal.”

Nathalie: “Roeselare heeft sterke troeven met ondernemende mensen. Het ondernemerschap als kenmerk moet je mijn inziens in de verf zetten en communiceren. Roeselare is geen toeristische stad en dat zullen we nooit zijn, dan moet je daar ook niet op inzetten. Ik denk dat het belangrijk is om onze sterkte te communiceren naar de buitenwereld. Oltegoare Roeselare en R van RSL is leuk voor de eigen inwoners, maar daar heeft iemand uit Brugge niets aan. Ik zou durven opteren voor een nieuwe baseline die verwijst naar het ondernemerschap/het energieke van de stad in de brede zin van het woord en over diverse sectoren. Cultuur, gezondheid, onderwijs, economie… Ik mis in de communicatie van de stad ook de taal van de bezieler van een succesverhaal. Hoe meer mensen delen en inspireren, hoe beter, het kan het imago van Roeselare alleen maar ten goede komen!”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.