Door Tom Delmotte
...

Door Tom DelmotteHannelore stak als kind al op vrij jonge leeftijd de handen uit de mouwen. "Mijn oom is landbouwer in Sleihage en ik was nog maar 13 jaar oud toen ik al ging helpen op de boerderij. Bloemkolen snijden en in roosjes verwerken, bakken vullen voor de fabriek, prei planten en courgettes oogsten, het was voor mij dagelijkse kost in de zomer. Samen met mijn broer, neef en nichten trokken we het veld op. Het was vaak hard fysiek werk in de blakende zon met rugpijn tot gevolg, maar dat deerde me niet. We stelden er ons weinig vragen bij. Ik heb me altijd geamuseerd."Dat Hannelore in de vakantie zou werken, was altijd al duidelijk. "Mijn ouders wilden het ons er als typische West-Vlamingen duidelijk in peperen: je krijgt niets voor niets. Niks doen was dus geen optie. We hebben het altijd zo geweten en zo zal ook ik het doorgeven aan mijn kinderen. Als kind gingen we trouwens vaak mee naar de fabriek om er te spelen. Toen kon je de productie nog gewoon binnenwandelen. Nu kan je je dat niet meer voorstellen, zeker niet in onze sector met zijn strenge regelgeving rond voedselveiligheid. Het zorgt er ook voor dat mijn eigen kinderen verder af staan van het bedrijf."Naast het helpen bij haar oom nam Hannelore in die tijd ook de plaats in van arbeiders in de fabriek. "In vakantieperiodes sprongen we vaak in, we vulden de gaten in de planning. Dan moesten we de groene aardappelen eruit gooien of paletten stapelen. Het zijn taken die nu allemaal geautomatiseerd gebeuren, bijvoorbeeld door sorteermachines die optisch lezen en de slechte aardappelen vanzelf verwijderen. Die nieuwe technologieën heb je nodig om grotere volumes te kunnen draaien. Anders kan je niet meer concurreren en word je de markt uit gespeeld."Maar dat betekent niet dat er nu met minder mensen gewerkt wordt bij Agristo. Het aantal medewerkers steeg intussen tot 1.000. "We verwachten gewoon andere skills die zich meer situeren op vlak van het bedienen van machines. En natuurlijk moeten ze over de juiste mentaliteit beschikken. We investeren veel in onze medewerkers. Door zelf in de productie te hebben gestaan, heb ik des te meer respect gekregen voor de mensen op de werkvloer. Iedereen is belangrijk voor het succes van ons bedrijf. Onze leuze is dan ook One family. We noemen de collega's potatoholics, mensen die helemaal weg zijn van aardappelen. Ze moeten zich goed voelen in hun vel. We geven ze uitgebreide opleidingsprogramma's en trainingen om zich te ontwikkelen in hun leiderschapsstijl. Of we geven ze veel kansen om te roteren, om af en toe een andere plek te krijgen in de fabriek." "Ik zal mijn kinderen zeker aanraden om ook mee te draaien bij Agristo. Het is op die manier dat ze het bedrijfsleven kunnen leren kennen en zich een idee kunnen vormen van wat ze later wel of niet willen doen. Ik was alleszins gemotiveerd om nadien verder te studeren. Of ze in de fabriek anders behandeld zullen worden als kinderen van de baas? Geenszins! Ook wij hebben moeten leren luisteren naar de chefs. Goeie raad sla je nooit in de wind..."De laatste jaren kennen we een steeds droger klimaat. Iets wat het kweken van groenten er niet altijd makkelijker op maakt. "In extreem droge jaren hebben we inderdaad minder aanbod. Dit jaar was de regen van midden juni erg welkom voor ons. Daardoor zullen we normaal gezien een goede, vroege oogst hebben. Wat het voor de totale oogst van dit jaar betekent, daarvoor is het nu nog te vroeg om te kunnen oordelen. Maar af en toe wat regen is voor ons altijd een zegen."