"Een vriendin die op bezoek was en het hele verhaal kende, wou niet in die kamer slapen. Maar ze heeft het toch gedaan en ze sliep als een roosje."
...

"Een vriendin die op bezoek was en het hele verhaal kende, wou niet in die kamer slapen. Maar ze heeft het toch gedaan en ze sliep als een roosje." De huidige bewoonster van de spierwitte villa in de Blankenbergse Koning Boudewijnlaan moet lachen als ze vertelt over haar moordhuis. "Toen het te koop stond, heeft het immobiliënkantoor met geen woord gerept over wat hier gebeurd is. Maar mijn man en ik kenden het verhaal wel. Voor ons was dat geen beletsel om hier te komen wonen. We woonden op dat moment in een huisje in Loppem, vlakbij het kasteel. Zeker tweehonderd jaar oud was het, wat zou er daar allemaal niet gebeurd zijn? Ach, het is overal iets", zucht ze."Toen we hier introkken, was er van de feiten niets meer te zien. Het tapijt in de slaapkamer was weggenomen, er zaten alleen nog wat bloedspatten op het beton. We hebben alles een likje verf gegeven en wonen hier nu heel graag. Zelf slapen we niet in die slaapkamer, dat is een logeerkamer geworden. Mijn kleindochter slaapt er af en toe. Zonder probleem", klinkt het.Hoe luchtig de dame ook vertelt over haar mooie villa, erg fraai waren de feiten niet die zich er afspeelden. Het huis werd sinds 1992 bewoond door het echtpaar Willem Broos en Marie-Christine Maria Housen. Bekende fruithandelaars in Blankenberge. Zij runden het Super Fruitpaleis in de Kerkstraat, de zaak die Willems vader Jules na de oorlog uit de grond had gestampt. Willem had het Fruitpaleis gekregen, zijn broer Herman kreeg ook een fruit- en groentewinkel verderop aan de Pier. Elkaar beconcurreren deden ze niet, de gebroeders Broos, maar voor Willem bestonden er maar drie dingen in zijn leven: de winkel, de winkel en de winkel. Jarenlang bleven ze ook boven de winkel wonen, met hun enige zoon Peter. Later trokken ze naar de grote, witte villa in de Koning Boudewijnlaan, terwijl Peter boven de zaak bleef wonen. Als enig kind had hij na zijn legerdienst de winkel geërfd van zijn ouders. Althans op papier, want vader Willem bleef achter de schermen de boeken controleren en de bestellingen plaatsen. In de winkel zelf kwam Willem niet meer. Vrouw Maria en zoon Peter hadden hem dat met lichte dwang verboden. De licht tirannieke Willem durfde al eens met bevroren diepvriesboontjes of een bloemkool naar een klant gooien, als die zich net voor sluitingsuur nog de winkel binnen wurmde. Een kind dat een kers stal, werd door vader Willem uitgekafferd voor de hele Kerkstraat. Niet meteen een toonbeeld van klantvriendelijkheid en dus sloot Willem zich op in zijn villa in de Koning Boudewijnlaan. Van daaruit zag hij jaar na jaar hoe de omzet daalde en zijn Super Fruitpaleis stilaan in de rode cijfers terechtkwam. Zijn vrouw probeerde hem te paaien door te beloven een oogje in het zeil te houden en zoon Peter bij te staan, maar toen zij na een operatie ook thuis bleef, stond Peter Broos er helemaal alleen voor. Met allerlei boekhoudkundige trucjes - cash geld afhalen en in zijn kassa steken - probeerde hij de financiële malaise nog voor zijn vader verborgen te houden, maar na een ongeval in november 2012 ging de doos van Pandora dan toch onherroepelijk open.Op maandag 26 november 2012 werd Peter Broos van zijn koersfiets gereden door een onoplettende autobestuurder. De man belandde in levensgevaar in het ziekenhuis. Dat zijn zoon dood had kunnen zijn, daar dacht Willem Broos volgens de aanwezige politieagenten niet aan. Wie er dan wel de winkel zou opendoen, dát was zijn grootste bekommernis. Niemand, zo bleek. En dus profiteerde Willem Broos ervan om, ondanks het opgelegde plaatsverbod, toch eens te gaan neuzen in zijn Super Fruitpaleis. Wat hij daar zag, was zijn grootste nachtmerrie. Rot fruit, lege rekken, een lekkend dak, een kapot deurslot, hopen afval, zelfs plastic flessen vol urine. In de opslagplaats was het zo mogelijk nog erger. Dagen aan een stuk ruimde hij samen met broer Herman alles op, liet het dak én het slot herstellen. En dan belde zoon Peter, om te melden dat hij naar huis mocht uit het ziekenhuis. Vader Willem ging hem ophalen. Wat er zich in de uren daarna op die noodlottige vrijdag 9 december 2012 heeft afgespeeld, zal nooit duidelijk worden. Volgens Willem Broos was hij "dolblij dat we herenigd waren met zijn drietjes", hebben ze samen gegeten en naar het voetbal gekeken terwijl zijn vrouw al naar bed ging. "Over de winkel heb ik alleen gezegd dat we alles daags nadien zouden bespreken", aldus Willem.Vader en zoon vielen beiden in slaap in de zetel. Toen ze wakker werden, hielp Willem zijn zoon Peter in bed. Rond een uur of twee 's nachts werd Willem wakker. "Ik ben naar het toilet gegaan. Toen ik terugkeerde, keek ik nog even in de kamer van Peter. Hij lag vredig te slapen. Het volgende beeld dat ik me herinner, sta ik met een mes op mijn keel en zie ik die twee in een plas bloed liggen", verklaarde hij op zijn assisenproces. Nochtans was hij bijzonder helder en kalm toen hij meteen na de feiten zelf de politie belde. "Kom mij maar halen. Ik heb mijn vrouw en mijn zoon doodgestoken", meldt hij aan de agenten. "Ze liggen in de zetel, het was me allemaal even te veel geworden", vertelt hij wanneer de politie arriveert. Om vervolgens vijf bladzijden lang en tot in het kleinste detail uit te leggen wat er gebeurd is.Op het proces in juni 2015 is Willem Broos minder spraakzaam, tot grote ergernis van assisenvoorzitter Boudewijn Desmet. "Ge hebt uw vrouw en zoon de keel overgesneden. De ene achttien keer gestoken met een koksmes uit de keuken, de andere zeventien keer. In uw eerste verhoor vertelt ge daar over, nu komt ge met dat verhaaltje over uw tweede slaap waarin het gebeurd is. Wees nu toch eens eerlijk", maant de ervaren magistraat Willem Broos aan. Die is het niet gewend om aangemaand te worden en reageert als door een wesp gestoken. "Ik sta hier niet te liegen. Het kan niet dat ik dit bewust gedaan heb. Ik ben zo niet. Ik was niet in een normale toestand. Nooitvanzeleven heb ik ze willen dood doen. Ik ben zelf slachtoffer van die hele situatie", brengt hij uit. "Zelf slachtoffer? En uw vrouw en zoon dan?", werpt voorzitter Desmet hem voor de voeten. "Ook. Denkt u misschien dat ik geen spijt heb?", begint vader Broos zelf de vragen te stellen. "Ik heb er vruchteloos naar gezocht in de vier kartons van het dossier", antwoordt magistraat Desmet gevat.Het hele proces lang blijft Willem Broos nukkig in de beschuldigdenbank zitten. De armen gekruist, hevig met zijn hoofd schuddend wanneer de zoveelste getuige komt vertellen hoe boers hij zich gedroeg tegenover de klanten van het Super Fruitpaleis en hoe hij zijn enige kind Peter in een gouden kooitje had opgevoed. "Die mensen, dat waren de koning, de koningin en de prins van het Fruitpaleis", zei een ex-vriendin van Peter smalend. De ervaren assisenpleiter Kris Vincke, die optrad voor de broer van Willem en dus de oom van Peter, gebruikte dat beeld in zijn pleidooi. "De avond van de feiten heeft de koning zijn koninkrijk vernietigd, zijn koningin en kroonprins gekeeld en zijn Super Fruitpaleis doen ontploffen. Het Super Fruitpaleis... Het was de laatste jaren alleen nog klatergoud", pleitte advocaat Vincke. Openbaar aanklager Lode Vandaele zag de gekrenkte trots over de lamentabele toestand van het Super Fruitpaleis als enige motief voor het familiedrama. "Het Super Fruitpaleis was een Super Leugenpaleis annex Fruitstort geworden. Voor die schande heeft hij zijn vrouw en zoon geofferd op het altaar van de schone schijn", klonk het hard. Daphne Duméry, advocate van Willem Broos en huidig burgemeester van Blankenberge, probeerde de voorbedachtheid weg te pleiten. "Dit was geen weloverwogen en geplande daad. Willem had niets voorbereid, hij had voor Peter zelfs nog thuisverpleging geregeld", klonk het. Tevergeefs: de jury verklaarde Willem Broos schuldig aan dubbele moord en veroordeelde hem tot 29 jaar cel.In de loop van 2022 kan Willem Broos een verzoek indienen om vervroegd vrij te komen. Tot dan blijft hij opgesloten in de gevangenis van Beveren. "Ik heb nog af en toe contact met hem gehad", zegt meester Duméry. "Al is dat alweer even geleden. Hij heeft altijd gezond geleefd en zichzelf ook in de gevangenis goed verzorgd. Als hij ooit vrijkomt, zal hij in principe naar een woonzorgcentrum verhuizen. Of dat in Blankenberge zal zijn? Goh, dat lijkt me onwaarschijnlijk. Die affaire is in onze stad nog altijd niet verteerd. Dat zou in ieder geval zeer gevoelig liggen", klinkt het.