Zomerse ontmoeting (3): De rebellerende encadreur

Thalisa Devos
Thalisa Devos Chef Magazine

Na anderhalf jaar lockdowns en bubbels trekt journalist Thalisa eropuit. In het rijk der vrijheid gaat ze op zoek naar toenadering. De hele zomer lang giet ze haar ontmoetingen in kortverhalen. Illustratrice Penelope maakt bijpassende tekeningen.

Het is op een zonnige namiddag, met vier op een terrasje, dat Frank (62) naast ons komt zitten. Niet met veel lawaai of als een opvallende persoon die alle aandacht naar hem toetrekt. Wel duidelijk nieuwsgierig, en op zoek naar contact. Hij is diegene die een halve blik en dito opening nodig heeft om er gretig op te springen. Om dan volledig los te barsten en er – met pretlichtjes in de ogen – zijn vele verhalen tussen te wurmen. Gevraagd of niet. Eén ding is zeker: het wordt entertainment.

Frank bestelt een Cola Zero. Alcohol drinkt hij zo goed als niet meer. Als hij wijn drinkt, dan liever kwaliteit. Kwaliteit zoals diegene wanneer hij bij klanten gaat leveren. Frank is encadreur en restaurator. Hij lijst schilderijen en spiegels, papieren werken en voorwerpen allerhande in en herstelt ze indien nodig in hun volle glorie. “Ik kom uit een nest van ambachtslieden uit Brugge. Mijn vader is afgestudeerd met een gouden medaille als decorateur, mijn grootvader was houtsnijder, zijn vader zat ook in dezelfde stiel. Voor mijn ouders was het belangrijk dat ik een diploma haalde, wat dan ook, daarna mocht ik doen wat ik wilde. Ik wilde het vooral allemaal. Fotografie, architectuur, kunst… Ik kon niet kiezen. Uiteindelijk werd het schilderkunst op de academie. Dat heb ik vier jaar gedaan. De artiest uithangen was niet mijn doel. Wanneer leerkrachten me vroegen waarom ik voor schilderkunst koos, kaatste ik een vraag terug: vind je jezelf een goede artiest? Waarom ben je dan leraar? Is het niet het een of het ander? Ik wilde vooral een beetje tegen de schenen schoppen.”

Van Rome naar het leger

Het lijkt een correcte analyse van zichzelf als tegendraadse puber. De geniepige lachjes die doorheen zijn verhaal schemeren, verraden dat er nog evenveel rebellie en kattenkwaad in de jonge zestiger schuilt.

“Tussen mijn studies door ging ik in de leer in het veld, bij een maat van mijn vader om schilderijen te gaan restaureren. Na vier jaar ben ik een restauratiemaster gaan volgen om aansluitend voor anderhalf jaar richting Rome, het mekka van de restauratie, te trekken.” Het is niet de eerste keer dat ik mijn best moet doen om Frank te volgen. Zijn verhaal schiet niet alleen alle kanten uit, hij weeft er ook constant zaken tussen waarvan je niet weet of ze deels verzonnen zijn of een beetje aangedikt om de verhalen iets sappiger te maken. Daarnaast onderbreekt hij zijn verhaal om de haverklap om te zwaaien en goeiedag te roepen naar de halve stad die voorbij flaneert.

De geniepige lachjes die doorheen zijn verhaal schemeren, verraden dat er nog evenveel rebellie en kattenkwaad in de jonge zestiger schuilt

“Toen ik 26 was, moest ik mijn legerdienst nog doen. Door mijn opleiding kon ik in het Legermuseum terecht om schilderijen te restaureren in plaats van te gaan schieten.” Dan gaat het fast forward naar het begin van zijn eigen zaak in ’88. Gaspart, heet zijn geesteskind. Een ode aan twee lieden, een Italiaanse restaurator en een Franse encadreur, die hem mee het vak leerden én een knipoog naar to gasp art. Het snakken naar kunst. Het is de kunst die Frank beroert en voedt in het leven. “Ik heb geen hobby’s. Heb ik een vrij moment, dan trek ik naar Brussel, naar Brugge of zoek ik wat er te bekijken valt in Gent. Ik heb het geluk veel kunst te kunnen consumeren omdat mijn klanten vaak verzamelaars zijn van alles wat mooi is. Zo kom ik op de mooiste plekken en zie ik de meest fantastische dingen. Van Parijs, tot Londen, tot hier om de hoek. In detail kan ik niet treden, want discretie is uiteraard belangrijk in mijn branche. Er zijn nog weinig ambachtslieden zoals ik. Ik maak er een eer van tijd te nemen voor mijn klanten, bij hen thuis te gaan, op prospectie voor wat ik voor hen kan betekenen. Het is een tijdrovende job. Een vakman word je met vallen en opstaan. Zelf ben ik nog niet van plan om snel te stoppen. Zo lang ik gezond ben, doe ik verder. Ik heb nog geen opvolger. Mijn kinderen zullen het niet zijn. Momenteel is het een onvervulde droom om alle kennis die ik doorheen de jaren heb vergaard, kennis die je niet op school kan leren, door te geven.

Kunst als grote liefde

Terug naar die kinderen. Twee heeft hij er. Beide twintigers. Getrouwd is hij niet, maar wel al 26 jaar samen met de moeder van zijn kinderen. In het huwelijk als sacrament gelooft hij niet. Frank is gedecideerd in de dingen. “Ik heb nergens spijt van in het leven. Achterom kijken, doe ik niet. Vooruit wel, met de dingen die ik geleerd heb.” Dan mijmert hij opnieuw over zijn grote liefde: de kunst.

“Ik kijk naar kunst om iets te vinden, om de confrontatie met mezelf aan te gaan. Het is een honger die ik niet gestild krijg.” Het zijn de interessantste mensen, diegene die blijven zoeken, graven en altijd op zoek zijn naar schoonheid. Bij het afscheid geven we een elleboogtikje en zwaaien we nog even. Frank blijft nog even hangen op het terras en heeft intussen drie andere gesprekspartners gevonden.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.