Zomerse ontmoeting (2): De bedeesde buurvrouw

Thalisa Devos
Thalisa Devos Chef Magazine

Na anderhalf jaar lockdowns en bubbels trekt journalist Thalisa eropuit. In het rijk der vrijheid gaat ze op zoek naar toenadering. De hele zomer lang giet ze haar ontmoetingen in kortverhalen. Illustratrice Penelope maakt bijpassende tekeningen.

Een jaar geleden, toen de zon acht maanden ononderbroken scheen en de lockdown nog absoluut was, wisselden we onze eerste woorden. Marleen (60), kort grijs haar, dito ogen en een beetje verlegen, zat op haar knieën te wroeten in de aarde van de gemeenschappelijke tuin achter onze appartementen. Ik zat er met een vriendin te aperitieven. Een scenario dat zich meerdere keren herhaalde vooraleer ze iets dichterbij kwam. Eerst nog wat onwennig, maar na een korte introductie ging Marleen even zitten. Dicht genoeg om tegen elkaar te praten, ver genoeg om coronaproof te zijn. Ik weet nog dat ze me vertelde dat ze alleen woont en dat het groen van mijn kleedje mooi bij mijn ogen paste. Momenteel is het plezanter op de (overdekte) terrasjes in de stad dan in onze natgeregende tuin, dus zagen we elkaar niet meer. Tot ze vorige week zwaaide van op haar balkon aan de overkant. Want we wonen op hetzelfde verdiep, in een aanpalend gebouw. Omdat dat het enige was wat ik van haar wist, en ik haar een koffie wilde voorstellen, ging ik haar opwachten in de gang.

Marleen is het type waarvan je weet, nog vooraleer ze een woord heeft verteld, dat ze veel meemaakte. Dat het leven haar getekend heeft, maar dat ze er sterker door geworden is. Clichés zijn er nu eenmaal omdat ze veel en vaak de waarheid bevatten. Ook haar appartement geeft in één oogopslag veel over haar prijs. Een eclectische verzameling van zelfgemaakte natuurfoto’s, een gehaakt schilderijtje, kattenspeeltjes en -palen, veel boeken en groen. Planten tegen de ramen en erachter, op haar terras.

Eerst vraagt ze me hoe ze haar verhaal moet vertellen, maar eenmaal ze een kopje koffie uitgeschonken heeft en even diep ademhaalt, rolt het er in één ruk uit. “Toen ik in mijn twintiger jaren was, heb ik drie dingen gezworen voor mezelf: ik zou nooit in auto rijden, nooit roken en nooit trouwen. Het eerste doe ik intussen wel, maar van roken heb ik nog altijd een degout. Aan de laatste eed heb ik me ook gehouden. Op mijn 25ste ben ik het huis uitgegaan en ben ik alleen gaan wonen. Een keertje heb ik een korte relatie gehad, maar ik ben nooit echt verliefd geweest. Nooit heeft een man de baas over mij gespeeld.”

Ondraaglijke empathie

“Ik kom uit een gezin van vijf. Met mijn oudste zus had ik de beste band. Zij was als een tweede mama voor me. Die zus is recent, na vele tegenslagen en een slepende ziekte, overleden. In de heftige lockdown van vorig jaar. Tot op het einde heb ik voor haar gezorgd.”

Vertellen over wat haar gelukkig maakt, straalt op haar af. Het licht sluipt in haar ogen, stuwt de expressie in haar handen en de intonatie in haar zinnen

Haar ogen worden even vochtig wanneer ze het hele verhaal vertelt. “Ik heb meerdere keren gewenst dat ik een van haar ziektes kon overnemen, dat ik een beetje van haar pijn kon verlichten.” Het is dat wat zal bovendrijven in Marleen haar verhaal. Wanneer ze vertelt over de ziekte van haar vader en haar moeder. Hoe ze alles voor hen gedaan heeft. Om de ander te helpen, hun laatste jaren dragelijker te maken. Doorheen het gesprek zal blijken dat het net die onbaatzuchtige, gevoelige en empathische kant, haar perfectionisme en een knagend schuldgevoel van niet genoeg te kunnen doen, is die haar enkele keren de donkere kant zullen opduwen. “Ik heb veel verdriet en heel donkere gedachten gehad. Tot twee keer toe kreeg ik een depressie, vorig jaar een burn-out. Momenten waarop het lijkt alsof de zon en je ziel weg zijn.”

Vogeltjes en insecten

“De eerste lockdown was voor velen zwaar, voor mij is het mijn redding geweest. Na een burn-out weer parttime pendelen naar Brussel, naar mijn job bij Binnenlandse Zaken, viel me zwaar. Het ging te snel. En toen ging de wereld op slot. Net zoals de vorige keren, is het de natuur die me er bovenop hielp. Ik ging wandelen en opnieuw fotograferen. De vogeltjes en de insecten op mijn pad.”

Vertellen over wat haar gelukkig maakt, straalt op haar af. Het licht sluipt in haar ogen, stuwt de expressie in haar handen en de intonatie in haar zinnen. “Hoe diep ik ook heb gezeten, vandaag leef ik enorm graag. Ik heb eindelijk het gevoel dat ik de mens ben die ik altijd heb willen zijn. Er zullen weinig vrouwen zijn die je dit zullen vertellen, maar dit is sinds ik de menopauze bereikt heb. Ik ben gearriveerd op de plek waar ik wil zijn en ben enorm gelukkig. Daar ben ik ongelofelijk dankbaar voor. Ik geniet van dikke boeken lezen, in de zon op mijn terras zitten, plantjes verzorgen in de tuin, mijn kat Mimi die een streeltje komt vragen… Ik ben graag alleen. Dat betekent niet dat ik niet graag praat met mensen. Vroeger was ik een gesloten persoon. In ons gezin werd ik geleerd om te zwijgen over de dingen. Dat doe ik niet meer. Ik houd de dingen niet meer binnen. Zelfs als het een dagje minder gaat.”

Terwijl Mimi intussen ook langs mijn been krult, haalt Marleen haar dikke map met foto’s boven. En vertelt ze me over dat bos waar ze graag alleen in zou gaan wonen. Maar dat de stad haar ook telkens terug roept. Na een babbel van anderhalf uur moet ik er jammer genoeg vandoor. Volgende week spreken we af voor een aperitief.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.