Rik Verheye: “Ik heb niet het gevoel dat ik iets moet bewijzen”

Het afgelopen jaar was Rik Verheye niet van ons scherm weg te branden, en ook het nieuwe jaar trapt hij af met een nieuwe fictiereeks op Eén. In ‘We moeten eens praten’ speelt hij met Clara Cleymans een koppel dat midden in een stevige relatiecrisis verplicht binnen moet blijven door een gifwolk. Wij mochten ook eens praten met Rik na dit geschifte jaar. “Ik heb maandenlang slechts een uur of twee, drie geslapen.”

Rik Verheye: “Mijn moeder heeft nooit aan mij getwijfeld. Dat is het mooiste compliment ooit geweest.”© Christophe De Muynck
Rik Verheye: “Mijn moeder heeft nooit aan mij getwijfeld. Dat is het mooiste compliment ooit geweest.”© Christophe De Muynck

Of het druk is, vraag ik in de keuken van zijn appartement in Knokke. Terwijl Rik een boterham smeert, wisselt hij een veelbetekenende blik met zijn lief. “Euh, laat ons zeggen dat het een discussiepunt is geweest”, lacht hij fijntjes. In een annus horribilis voor de media- en cultuursector is het aantal mensen dat niét te klagen heeft, op één hand te tellen. En Rik is daar eentje van. Hij zag de opnames voor zijn eigen fictiereeks met een jaartje uitgesteld, maar was niet van het scherm te slaan. Zo was hij te zien in Influencers , De Bende van Jan De Lichte en De Anderhalve Meter Show . Maar ook achter de schermen had hij meer dan zijn handen vol. En dat zal nog een tijdje zo blijven. Vanaf 4 januari is hij met een nieuwe reeks te zien op Eén én hij zit boordevol nieuwe plannen bij productiehuis Woestijnvis, waar hij naar eigen zeggen echt is thuisgekomen. “De creatieve vrijheid die ik krijg, de broeihaard van ideeën en die rock ’n roll-mentaliteit, waarbij programma’s zoals De Container Cup en De Anderhalve Meter Show zijn ontstaan… dat is écht mijn ding. Dus nee, ik mag allerminst klagen in deze coronaperiode.”

Je hebt meer op een set gestaan dan de doorsnee Vlaamse acteur. Wil ik weten hoeveel wissers je in je neus kreeg?

“Het zal toch snel een tiental geweest zijn. Ik vond het altijd wel meevallen, maar de laatste keer ging de dokter zo diep dat ik het gewoon in mijn keel voelde zitten. Voor We moeten eens praten werden we heel intensief getest. Logisch ook, omdat je als koppel soms letterlijk op elkaars huid speelt. Ik was niet zozeer bang om zelf ziek te worden, maar vooral om iemand anders ziek te maken. Op de set waren er veel nachtopnames, met ook de ramen open, maar als acteur krijg je tussen twee takes door meteen een dekentje op je. Voor de crew was het lastiger, denk ik.”

De reeks is in veel opzichten anders dan wat we gewoon zijn: slechts vier afleveringen en geen maanden of jaren in preproductie. Hoe beleefde je dat?

“De situatie noopt de sector tot creatief omspringen met fictie. Lockdown van mijn goede vriend Gilles Coulier en Maarten Moerkerke (vanaf 18 januari op Eén, red.) is daar een goed voorbeeld van. Als acteur vond ik dit project fantastisch. Ik heb de afgelopen jaren veel groteske zaken gedaan, met pruiken en hele transformaties. Maar hier had ik niets om mij achter te verstoppen. Héérlijk. Het leunt in zekere zin heel dicht aan bij theater. De hele reeks zit heel goed en genuanceerd in elkaar: het is grappig op de momenten dat het grappig wil zijn en als het naar de keel wil grijpen, grijpt het ook écht naar de keel. Als acteur voelde ik mij als een kind in een snoepwinkel. Ik kon echt alle registers opentrekken.”

Hoezeer is het anders spelen na rollen in ‘Callboys’ of ‘De Bende van Jan De Lichte’?

“Eigenlijk is dat niet zo anders. Het belangrijkste is authenticiteit. Je moet als kijker geloven dat het mensen van vlees en bloed zijn.”

Stond je eerder al tegenover Clara?

“We hebben veel gemeenschappelijke vrienden – de wereld is klein – maar we hadden elkaar nog nooit ontmoet. Het was belangrijk dat het goed matchte. En bij de eerste lezing voelde je al meteen: dit zal marcheren. Clara is een fantastische actrice. De aandacht die ze ervoor krijgt, is niet altijd recht evenredig met het talent dat ze heeft. Het is allemaal heel snel gegaan. In september lazen we het script en in oktober draaiden we al. Tussen dit en De Anderhalve Meter Show zat er één weekend. De opnames waren een echte trip. Hele lange dagen ook. Ik ben zelfs een paar keer blijven slapen in het bed van mijn personage. Als ik voor iets ga, dan kan ik me er ook volledig in verliezen. Dan heb ik de neiging om het over te pakken, aan de woorden te morrelen. De aard van het beestje, zeker? Op zo’n moment is dat als een verslaving. Nu heb ik het gevoel dat ik aan het afkicken ben.”

Crash je dan niet?

“De adrenaline neemt het over. Ik werkte ondertussen nog door aan andere fictie-ideeën, ik deed Het Huis , De Slimste Mens … Je focus is zo diffuus. Je moet dat proberen te catalogeren in je hoofd en daarin rust vinden. Ik voelde dat ik crashte terwijl ik bezig was. Ik heb maandenlang maar twee of drie uur geslapen. Da’s zot. Ik werd wakker, stak het licht aan en begon weer aan mijn tekst. Dat moet als een tweede huid zijn, zodat je tijdens het spelen niet meer bezig bent met je tekst, maar echt met het spélen. Dat is best heftig. Het merendeel van je tijdsbestek ben je dat personage en op den duur vervaagt die grens soms. Ik had dat ook heel hard met het personage Jay Vleugels. Dan stond ik op een golfbreker en deed ik mijn imaginaire staart weg. Toen dacht ik: wat ben ik nu in godsnaam aan het doen?” (lacht)

Het is voor jou niet gestopt in 2020.

“Dat was geen doel op zich. Ik vind het moeilijk om mij daarover uit te spreken als acteur. Want eigenlijk zie ik mezelf meer als ondernemer, niet alleen als acteur. Ik werk in televisieland en heb een zekere standvastigheid kunnen inbouwen terwijl het voor ongelooflijk veel mensen echt huilen met de pet op is. De groep waarmee we de fictiereeks Nonkels zouden draaien bijvoorbeeld, zat opeens werkloos thuis. We vonden dat bijzonder erg. Dus zaten we met de schrijvers (onder wie ook Jelle De Beule en Koen De Poorter, red.) samen om iets te doen. In de eerste plaats voor onszelf, maar ook voor het bedrijf en onze toekomstige Nonkels -ploeg. We bedachten en schreven zo in sneltempo De Anderhalve Meter Show.

Behoorlijk rock ’n roll naar televisienormen.

“Absoluut! Dat is zoals bij De Ideale Wereld : à la guerre comme à la guerre . Tegen de productie zeggen: morgen draaien we een scène uit de oorlog, dit is ons lijstje van benodigdheden. Of de nacht ervoor nog volop schrijven. Fantastisch vond ik dat. Al moeten ze dan een rem op mij zetten.” (grijnst)

Was er geen stress om opnieuw iets met sketches te doen na de snoeiharde kritiek op ‘Influencers’?

“Met sketches zijn er altijd mensen voor of tegen. Maar dit kwam met alle respect niet in de buurt van Influencers . En ik snap de kritiek wel, ik praat er niet graag over, maar laat ons een kat een kat noemen: Influencers was gewoon niet goed genoeg. Zonder afbreuk te doen aan de fijne mensen die eraan hebben meegewerkt, maar ja… Ik vroeg me onlangs nog af of sketchshows nog iets van deze tijd zijn.”

Ik heb de indruk dat het ook in 2020 geen goed jaar was voor humor of dat alles heel snel getoetst wordt of het wel woke genoeg is. Je collega Jelle De Beule omschreef het ook treffend in Knack, dat het in wezen simpel is: “Wij beslissen wat comedy is, niet jullie. Ik ben de professional, blijf uit mijn winkel.”

“Het is ook écht zo simpel. Je mag geen compromissen maken. Sorry, maar er is een overcorrectie op alles en dat is niet meer tof. Humor is nu eenmaal heel vaak shockerend, lachen met taboes en overdrijven. Ik hou van sketches, maar persoonlijk ben ik meer geïnteresseerd in verhalen. Bij Nonkels wordt dat een verhaal over mensen, met humor maar ook met tragiek. Voor mij is goeie comedy altijd een beetje schrijnend. After Life van Ricky Gervais is daar een heel mooi voorbeeld van. Ik lach omdat ik het geweldig grappig vind, maar huil ook als het echt aandoenlijk wordt. Dat raakt mij. Herkenbaarheid, in combinatie met een vleugje magisch realisme.”

(denkt na) “Een voorbeeld: onlangs ging ik na een lange draaidag nog eens naar de Quick. Ik stond voor het rode licht, wel vijf minuten lang. Ik nam een beet uit mijn hamburger en net op dat moment stopt er naast mij een vrachtwagen met varkens die naar het slachthuis gaan. En dan zit er eentje je dan aan te staren hoe je die hamburger eet. Er zit geen pointe in, maar dat zou volgens mij geweldig in een verhaal kunnen werken. Als ik meewerk aan een sketch, zoals in De Anderhalve Meter Show , dan is het meestal aan Jelle en Koen om een pointe te schrijven. Daar kom ik maar moeilijk op. Bij De Slimste Mens wil ik ook niet zomaar moppen tappen. Als je naast Wim Opbrouck zit, en je begint onnozel te doen, dat is toch de beste televisie? Geloof me, er is nog heel veel niet uitgezonden geweest.” (lacht)

Ik zie je wel nog opduiken in ‘The Masked Singer’…

“Ze hebben mij gevraagd, maar ik heb nee gezegd. Niet omdat ik me te goed voel maar omdat het niet hetgeen is wat ik nu moet doen, voel ik. Ik stond op een gegeven moment ’s avonds laat op een brandweerladder voor De Anderhalve Meter Show te draaien toen ik plots een pak berichten kreeg met de vraag of ik Duiker wou zijn. What the fuck is een Duiker , dacht ik?” (lacht)

Zegt de man die zich ooit nog aan ‘De Grote Sprong’ heeft gewaagd, waarbij een rits bekende koppen zo sierlijk mogelijk van een duikplank moest springen…

“Dat was op een andere moment in mijn carrière, eentje waarin ik het niet voor het kiezen had. Ik wou alles uitproberen dat op mijn pad kwam. Bij de telenovelle Ella was dat ook zo. Ik was met moeite van de toneelschool, maar had daar zin in. Matteo (Simoni, red.) had het jaar daarvoor ook in één meegespeeld en vertelde me wat een fijne leerschool dat wel niet was. En hij had gelijk. Ik heb daar echt de ambacht van het draaien geleerd.”

Sinds wanneer zit je nu carrièregewijs op je plaats?

“Sinds Callboys , denk ik.”

Je draait al een tijdje mee, was er tot dan geen grote frustratie?

“Dat is een vraag die vaak terugkomt, maar nee. Mijn tijd komt nog wel, dacht ik. En hop, jaren later sta ik bij Jakke (Jan Eelen, red.) op set. De man wiens reeksen ik elke dag herbekeek op kot en waarvan ik dacht: daar wil ik in meespelen. Ik ben altijd dankbaar geweest voor de kansen. Ik heb altijd iets met de nodige overtuiging gedaan en in mijn achterhoofd met het idee: dit is mijn parcours. Als je op alles nee zegt en je onderneemt niets, dan moet je héél veel geluk hebben.”

Zijn er dingen die je anders zou aanpakken?

“Ja. Waar ik heel hard spijt van heb, is dat ik mezelf buitenspel heb gezet bij theatercollectief FC Bergman. Ik ging monologen doen, maar dat paste niet bij mij. Op een bepaald moment zei ik dat ik een broodje ging halen en ik ben simpelweg nooit meer teruggekeerd. (lacht) Ik had een liefje aan zee, best veel issues en ik wilde ook iets doén in plaats van oeverloze gesprekken te voeren. Ik heb dat ontvlambare nodig, van iets doén.”

Rik Verheye: “Ik neem geen genoegen met middelmaat. Ik wil meer.”© Christophe De Muynck
Rik Verheye: “Ik neem geen genoegen met middelmaat. Ik wil meer.”© Christophe De Muynck

Er is nooit een plan B geweest, maar is er ook een eindplan?

“Een eindplan? Oei, nu al? Ik ben amper begonnen. Vooral doordoen waarmee ik bezig ben. Maar ik wil ook met tijd regisseren en misschien producen… Ik wil gewoon kunnen ondernemen.”


Naast een ondernemer in overdrive is Rik nog steeds die nuchtere jongen uit Knokke gebleven. Tijdens zijn recente passage in Het Huis ging het onder meer over zijn getroebleerde vader en de vooroordelen die komen bovendrijven als de kuststad ter sprake komt. “Het is wat het is. Knokke is voor de buitenwereld misschien een raar beestje waar snobisme hoogtij viert, maar dat is niet het Knokke hoe ik het ken. Voor mij was het altijd voetjes op de grond. Er was een moment dat ik samen met mijn mama op een klein appartementje woonde en ze moest bijklussen om alles gebolwerkt te krijgen. Het was niet elke dag rozengeur en maneschijn. Ik heb risico’s gepakt, maar mijn moeder nog veel meer. Zij liet me een vak volgen waar geen toekomst in leek te zitten. Ze heeft nooit aan mij getwijfeld, en dat is het mooiste compliment ooit geweest.”

 © Christophe De Muynck
© Christophe De Muynck

“Na Het Huis kreeg ik een berichtje van Mark Uytterhoeven dat hij niet wist dat Philippe mijn vader was. Ik ken Mark, we zijn al een keer samen naar de voetbal geweest. Het bleek dat mijn vader een studievriend van hem was, dat ze nog samen op kot zaten en dat hij een pak verhalen over hem heeft. Uit heel veel verhalen die ik hoor over mijn vader, moet hij blijkbaar een machtige kerel geweest zijn, ook wel een speelvogel zoals ik. Het verschil is dat ik werd aangemoedigd en hij niet. Het gevolg van de tijdsgeest en het idee dat je maar beter advocaat werd of zo.”

Voel je dat je je ergens moet verantwoorden of compenseren tegenover je vader?

“Eigenlijk niet. Als ik me al aan iemand zou willen bewijzen, dan is het aan mijn moeder. Maar wat ik doe, doe ik in de eerste plaats voor mezelf. Omdat ik zo ben. Anders word ik ongelukkig. Dat is een levensstijl, dit werk. Ik kan bijvoorbeeld moeilijk een boek lezen, zonder na anderhalve pagina door een woord getriggerd te worden en mijn ideeënboekje erbij te nemen.”

Kan je die knop makkelijk omdraaien?

“Ik zoek die knop nog! (lacht) Maar ik vind dat ook best heel ontspannend, zo’n scenario schrijven. Er zijn ergere dingen.”

Je lijkt me met ouder worden wel rustiger te worden.

“Is dat niet het concept? (lacht) Nee, dat komt omdat ik gewoon veel meer rust heb gevonden in wat ik doe. Als freelancer ben je continue op zoek naar je volgende job en met diezelfde gretigheid werk ik nog altijd, want het kan elk moment gedaan zijn.”

Heb je daar schrik van?

“Nee, omdat ik weet wat mijn parcours is. Ik heb het vertrouwen, de honger en de goesting om daarin te groeien. Ik neem geen genoegen met de middelmaat. Ik wil meer en meer.”

Heb je geen schrik van ‘Nonkels’ dat je volgend jaar draait? Dan kan je je in principe niet meer wegsteken?

“Ik heb me er al lang bij neergelegd dat het niet voor iedereen goed zal zijn. Ik kan goed met kritiek om.”

Wat mogen we je tot slot nog wensen voor 2021?

“Een goede gezondheid. Herwonnen vrijheid na dit vreselijke jaar. Dat zal het belangrijkste zijn. En Club Brugge kampioen!”


Wie is Rik Verheye?

Rik Verheye (34) is afkomstig van Knokke-Heist. Hij studeerde in 2009 af aan het Herman Teirlinck Instituut. Hij werkte bij verschillende theatergezelschappen, waaronder FC Bergman met zijn goeie vrienden Matteo Simoni, Stef Aerts en Bart Hollanders. Met dat trio brak Rik definitief door in Vlaanderen in de Woestijnvisreeks Callboys van Jan Eelen. Eerder was Rik al te zien in films als Adem en series als Ella .

Sinds een paar jaar werkt Rik nu voor Woestijnvis. Voor het productiehuis maakte hij dit jaar nog De Anderhalve Meter Show , met Jelle De Beule en Koen De Poorter. Volgend jaar maken ze samen de fictiereeks Nonkels , dat zich in West-Vlaanderen afspeelt.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.