Unieke vondsten uit de prehistorie te zien in het Yper Museum

Erfgoedzoeker Jan Fieuw en schepen van musea Dimitry Soenen.© GF
Erfgoedzoeker Jan Fieuw en schepen van musea Dimitry Soenen.© GF
Redactie KW

In het Yper Museum vind je heel wat kunstwerken en historische sporen over Ieper. Sinds kort zijn daar een reeks uitzonderlijke vondsten uit de prehistorie bijgekomen. Het zijn meteen de oudste objecten in het museum. Wat de objecten helemaal speciaal maakt: het zijn schenkingen van de zogenoemde ‘erfgoedzoekers’ uit de streek.

Erfgoedzoekers zijn hobbyisten die op velden en in bossen objecten uit het verleden zoeken. Meestal gebruiken ze daarvoor een metaaldetector. In onze streek vinden ze voornamelijk voorwerpen uit de Eerste Wereldoorlog, maar af en toe komen oudere vondsten aan het licht, zoals deze sporen van de eerste aanwezigheid van de mens in de regio.

Schrabbers

Jan Fieuw en Johan Dils zijn twee erfgoedzoekers. Zij vonden in de Ieperse deelgemeente Dikkebus drie prehistorische ‘schrabbers’. Dat zijn silexstenen bewerkt tot werktuigen om dierenhuiden te behandelen tot draagbare kledij.

De oudste schrabber dateert waarschijnlijk uit het midden-paleolithicum (300.000 tot ca. 37.000 jaar geleden). Neanderthalers trekken in die tijd door onze streek om te jagen. De schrabber is een overblijfsel uit hun kampen. In de tentoonstelling zie je een schrabber uit het laat- en finaal-paleolithicum (van 35.000 tot 9000 v. Chr.). In deze periode doet de homo sapiens zijn intrede die de schrabbers op een ‘modernere’ manier bewerkt. De andere schrabbers worden bewaard in het Erfgoeddepot De Potyze.

(Lees verder onder de foto)

Enkele van de vondsten die je kan bekijken: een pijlpunt, een klingfragment, een schrabber en een votiefbijltje.© GF
Enkele van de vondsten die je kan bekijken: een pijlpunt, een klingfragment, een schrabber en een votiefbijltje.© GF

In de laatste steentijd, het neolithicum, verandert de samenleving fundamenteel. De mens evolueert van jager-verzamelaar tot landbouwer. In België situeert deze overgang zich omstreeks 5300 v. Chr. en in onze regio dateren de eerste gevonden sporen omstreeks 4000 v. Chr. Het tentoongestelde klingfragment was wellicht een onderdeel van een sikkel gebruikt om graangewassen te oogsten.

CO7-archeoloog Jan Decorte vermoedt dat het kleine bijltje uit Dikkebus een votiefbijltje is. Een votief is heel algemeen gesteld een offer aan de goden om ze gunstig te stemmen. Het gevonden bijltje staat hoogstwaarschijnlijk symbool voor een echte bijl en is daarom wellicht een offergift. Jan Decorte situeert het bijgevolg in de ‘religieuze’ sfeer. Het object dateert van ca. 4000 tot 1800 v. Chr., de overgang van het neolithicum naar de bronstijd, wanneer de mens voor het eerst metaal gebruikt.

“Unieke vondsten”

Typisch voor het begin van de bronstijd zijn gevleugelde pijlpunten, zoals de vondst die Jan Fieuw deed op een akker ten noorden van Ieper. Dit soort pijlpunten zijn steviger omdat ze beter aan de houten schachten hechten en minder snel stuk gaan. Ze werden gebruikt tijdens de jacht.

Schepen van Musea Dimitry Soenen is opgetogen met de vondsten: “Het bijltje en de schrabbers zijn getuigen van de eerste menselijke aanwezigheid in onze streek. Het zijn unieke vondsten van amateurarcheologen en meteen ook de oudste relicten in het Yper Museum.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.