Kunstenaar Bert Vanwynsberghe uit Kortrijk is te koppig voor de kunstwereld

Bert Vanwynsberghe bij enkele van zijn geboetseerde figuranten.© Kurt De Schuytener
Bert Vanwynsberghe bij enkele van zijn geboetseerde figuranten.© Kurt De Schuytener
Kurt Vandemaele

Wie niet beter weet, zou geloven dat Bert Vanwynsberghe een mens is als een ander. Een noeste, West-Vlaamse werker. Keurig, proper en beleefd. Zelfs zijn rijhuis is er eentje dat in het rijtje past. Tot je wat dichter gaat kijken.

Als je langs de Markebekestraat van Kortrijk naar Marke loopt, zie je op het nummer 64 een rijhuis met een etalage. Een draaiende discobol strooit er ’s avonds het lichtgeflikker over de stoep uit. “Breng je eigen muziek mee en je kunt er dansen,” zegt Bert Vanwynsberghe (48). Even uit de bol gaan voor zijn deur nu onze vrijheid aan banden ligt. Het typeert hem. Er zit humor in zijn kunst.

“Ik was negen toen mijn vader stierf en vanaf toen wist ik dat ik mijn eigen pad moest volgen”, zegt hij. Heel Kortrijk kent één werk van hem: de bebloemde betonblokken rond de fietsstallingen op het Stationsplein.

In zijn atelier dat sinds nieuwjaar in de Peperleenstraat 17 in Bissegem gevestigd is, zit hij weleens zelf in de etalage. Maar ook als hij er niet is, zie je hem overal. Want naast de drie doeken met daarop koeien die in kostuum een boek staan te lezen, hangen er verschillende oudere zelfportretten van Bert. Waaronder enkele waarop hij tegen een oranje achtergrond een felgroen hemd draagt en zijn hoofd getekend is met de lijntjes van Nijntje. Een rare kwibus en tegelijk een doodnormale jongen.

Elke dag gaat hij na de werkuren bij zijn moeder eten. Op zondag neemt hij haar mee uit eten. Verleden tijd. Nu de restaurants gesloten zijn, kan dat ook op een bankje in een natuurdomein of in een stad waar ze samen gaan wandelen. Ooit had hij vier jaar lang een vrouw. Maar ze is er vandoor gegaan met een ander. Ik zei: “Oké, jij kiest voor een ander, ik zal kiezen voor mijn kunst. En dat heb ik gedaan. Nee, ik verlang niet naar een nieuw lief. Ik ben getrouwd met mijn werk.”

Ensorhuis op schaal

Zijn moeder was wellicht altijd al de belangrijkste vrouw van zijn leven. Maar toen zijn vader, een huisschilder, op een dag verongelukte – “’s morgens vertrok hij naar zijn werk en ’s avonds kwam hij niet meer thuis” besefte de negenjarige Bert dat hij zelf zijn keuzes zou moeten maken.

“We waren met drie kinderen thuis, mijn zus was twee jaar ouder, mijn broer twee jaar jonger en we hebben altijd alles kunnen doen wat we wilden. Ik ben naar het VTI gegaan om ook huisschilder te worden. Wellicht als eerbetoon aan mijn vader. Tegelijk wist ik dat ik op die manier van werk verzekerd was. Daarna ben ik naar Sint-Lukas getrokken. Ik wou grafisch ontwerp doen, maar niet om hele dagen achter een computer te zitten. Veel liever wou ik muurschilderingen maken en creatief bezig zijn. Alleen besefte ik wel dat dit niet hele dagen zou lukken. Je moet daar realistisch in zijn. Leven van de kunst is weinigen gegeven.”

Wat hij doet als hij geen kunst vervaardigt, is vaak al even artistiek. Bedrijven en architecten kloppen bij hem aan wanneer ze voor bepaalde projecten een duivel-doet-al zoeken. Zo kreeg hij recent nog een opdracht om een wagentje te pimpen voor een rollercoaster die voor China bestemd was. Met airbrush en met vooraan een dinosauruskop in polyester.

 ©Kurt De Schuytener Kurt De Schuytener
©Kurt De Schuytener Kurt De Schuytener

Via Labo Potteau kwam noAarchitecten bij hem terecht met de vraag om drie maquettes voor het Ensormuseum te maken. “Ik heb het Ensorhuis gemaakt, op schaal 1 op 10. Ook het atelier heb ik gemaakt waar Ensor ‘De Intrede van Christus in Brussel’ geschilderd heeft. Het schilderij was eigenlijk veel te groot voor dat zolderkamertje, maar hij heeft het wel daar geschilderd. Ik heb dat atelier gereconstrueerd op schaal 1 op 2. En verder heb ik ook drie theaterstukken van Ensor driedimensionaal uitgewerkt, waaronder ‘La Boutique Le Grognelet’ en ‘La Place Publique’. Met de figurantjes en zo erbij.”

“Het ene moment ben je een dinokop aan het maken voor een Chinees pretpark en de dag erna sta je ramen te schilderen in Rollegem-Kapelle,” zegt Bert. “Zo kom je tot rust .“ Eigenlijk moest hij al lang onderdak gevonden hebben bij een notoire galerie. Maar hij zoekt niet en zij vinden hem niet. Hij is te koppig voor de kunstwereld. “Als je tekent bij zo’n galerij zeggen ze je wat de klant zoekt. En dat moet ik niet.”

Denkbeeldig project

Intussen is Bert Vanwynsberghe jaren aan een oeuvre aan het werken waarachter niet zelden een sociale boodschap schuilt. Hij heeft ook zijn eigen museum, het M. A. A. M., een letterwoord en palindroom dat kort is voor Museum van Alberto en Anonimo Monte dei Vini. Een denkbeeldig project. Maar niet in het hoofd van Bert Vanwynsberghe. Hij wil de illusie creëren dat zijn M. A. A. M. echt bestaat. Net zoals Panamarenko ons wilde laten geloven dat zijn vliegende tuigen echt konden vliegen. Terwijl het in essentie mooie voorwerpen waren met een verhaal dat hen vleugels gaf.

“Het M. A. A. M. Is een gigantisch museum, ergens gelegen in Kortrijk”, zegt Bert bloedserieus, “maar op een plek die je nooit zult vinden. Het labo van het M. A. A. M. is in Heule, in het Muster. Daar kan je de maquettes zien van alle kunstwerken die in het M. A. A. M. staan, maar dan in klein formaat. Zoals Jezus aan het kruis die een van zijn nagels aan het uittrekken is of twee Indiërs in pak die gigantische pumps ondersteunen waarvan de naaldhakken ontbreken.”

“Om je een idee te geven van de grootte van de werken, zet ik er figuranten omheen, personen als Angela Merkel, Jan Hoet en Vincent Vanquickenborne. En ook mijn eigen familieleden. Mijn moeder stapt er naast Angela Merkel.”

Grote kunst

Van al die figuren heeft hij miniaturen gemaakt. Op zondag zit hij doorgaans in zijn atelier in Bissegem nog meer figuranten te boetseren. Maar in het Muster staat er even goed een polyester giraf van bijna zes meter hoog.

“Ik heb al een paar keer de vraag gekregen of ik die verkoop. En dan zeg ik: ‘Als ik het materiaal reken en de uren werk die erin zitten, dan moet ik 60.000 euro vragen.’ En dan dringen ze niet meer aan. Nee, van mijn kunst word ik niet rijk.”

Maar honger lijdt hij evenmin. Wanneer hij een levensgroot portret van zijn oma laat zien, zegt hij dat hij zoiets voor een 1.500 à 2.000 euro kan doen. Een spotprijs voor zo’n grote kunst.

Alle mensen zijn gelijk, maar tegelijk zijn we ook allemaal verschillend, anders. ‘Anders’ zoomt in op mensen die bewust of onbewust afwijken van de norm. Noem ze ‘buiten gewoon’.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.