Illustrator Gerda Dendooven werkt en geniet op TAZ: “Ik ben nogal moeilijk in vakantie nemen”

Gerda Dendooven. © Davy Coghe
Hannes Hosten

Je hebt het vast al gemerkt: tijdens Theater aan Zee staat aan de Mercator een sfeervol retroreuzenrad. Voor de gelegenheid vervangen we ons Mercatorgesprek door een ‘reuzenradgesprek’. Deze week praten we er met Gerda Dendooven (59), vooral bekend als illustrator van kinderboeken, maar ook schrijfster van kinder- en jeugdboeken en theaterstukken. Een daarvan is Radman, het stuk zonder acteurs dat zich afspeelt op het rad.

Gerda Dendooven, die in Marke bij Kortrijk opgroeide, is ab-so-luut geen strandganger. Maar voor Theater aan Zee zakt ze graag eens vanuit Gent af naar zee. “Het is al bijna 20 jaar dat ik bijna elk jaar wel iets doe op TAZ”, vertelt ze. “Dikwijls voorstellingen waarbij ik live beelden maak. Ik combineer dan een week aan zee met wat werken. Ik ben immers nogal moeilijk in vakantie nemen. Een West-Vlaamse afwijking zeker? Ik kan nooit niets te doen hebben. Maar hier koppel ik het aangename aan het nuttige.”

Wat spreekt je aan in Theater aan Zee?

“Ik ga heel veel naar theater. Ik probeer de dingen te zien die ik in de loop van het jaar niet heb kunnen zien. Je kan hier de hele dag door naar theater gaan, niet alleen ’s avonds. Daarnaast is het leuk dat je hier heel Gent ziet. Dit jaar is het misschien een beetje anders met gastcurator Caroline Pauwels, die meer de link met Brussel legt. Maar meestal is het een volksverhuizing van Gent naar Oostende. Ik kom hier de mensen tegen die ik anders ook tegenkom, maar dan in andere omstandigheden.”

Hoe ontstond de voorstelling Radman?

“Het Nederlandse theatermakersduo Schippers en Van Gucht belde me tijdens de eerste coronagolf met de vraag een coronaproof voorstelling te maken voor een Nederlands theaterfestival. Er was toen niets open van theater. Ik schreef een tekst die zich afspeelt op een reuzenrad en die je met koptelefoons kan beluisteren. Radman stelt zich vragen bij wat je allemaal ziet: de dame die op de 20ste verdieping van dat appartementsblok zonder lift woont, hoe brengt zij haar kerstboom naar boven? En waarom stopt een andere mevrouw elke dag een brief in de bus bij de buren? Het is eens op een andere manier naar de stad kijken. Soms ook wat absurd. En dat stuk speelt nu in Oostende.”

Wat doe je nog meer dit jaar op TAZ?

“Ik ontwierp één van de postkaartjes uit Oostende die je tijdens het festival kan versturen, maakte enkele levensgrote beelden die deze dagen in Thermae Palace hangen, teken enkele keren live en maakte een tekening bij het gedicht van Bart Moeyaert, dat verspreid wordt in het kader van De Grootste Bloemenzee.”

Veel verhalen van vroeger doorstaan de tand des tijds niet meer

Maakte je zelf als kind zo’n papieren strandbloemen?

“Nee, ik denk dat het gebruik meer bekend is op plaatsen met een zeedijk en wij gingen vroeger altijd naar Bredene. Ik maakte gisteren wel enkele bloemen met mijn dochters en een vriendin. Ik raad het iedereen aan: je kan je creatief laten gaan en bent samen iets aan het maken. Maar ik ben niet zo’n strandganger. Je zal me zelden in de zon zien, zeker niet op een strand en al helemaal niet als er veel volk is. Ik ben eigenlijk liefst alleen. Dat vraagt mijn job ook. Ik moet alleen zijn om me op mijn werk te kunnen focussen. Ik kan dàààgen doen over één tekening. Maar voor de voorstellingen op TAZ ben ik wel een ploegspeler hoor. Dan zit ik vaak bij de zangers of de muzikanten en ben ik echt één van de ploeg. Ik vind het een mooie balans met mijn werk alleen thuis.”

Hoe moet ik je noemen? Illustrator? Schrijfster? Performer?

“Ik weet het niet (denkt na). Misschien is beeldenmaker de beste samenvatting van de verschillende dingen. Als ik schrijf, maak ik beelden met woorden. Als ik teken, live of op papier, maak ik ook beelden.”

Het is wel anders als je beelden maakt bij je eigen tekst of bij de tekst van iemand anders.

“Dat is waar. Soms vind ik het een gemak dat ik niet meer moet nadenken over de tekst. Soms vraag ik de auteur dan om iets aan te passen in functie van het beeld. Als er staat: ‘de kat zit in de mand’, maar het komt beter uit voor mijn beeld als die kat op het bed zit, dan vraag ik om dat te veranderen. Bij eigen teksten is het een voortdurende wisselwerking tussen tekst en beeld. Soms is dat zo vermoeiend! Maar de beide zijn aangenaam.”

Zit er een boek in je gedachten dat je zeker nog wil maken?

“Er is een lange lijst met ideeën. Ik sleep me van het een naar het andere. Maar recent ontdekte ik iets raars. Ik wou een verhaal van zo’n tien jaar geleden, dat zo goed als klaar was, eindelijk afwerken. Maar ik vrees dat het niet meer zal lukken. De wereld is op korte tijd zo veranderd! Het multiculturele, de genderkwestie, de rollenpatronen… Veel dingen doorstaan de tand des tijds niet. Zelfs ‘eeuwige’ verhalen, zoals de Griekse mythen, zijn niet altijd meer aanvaardbaar: vrouwen ondergeschikt aan de mannen, machtswellust, verkrachtingen… Ik denk daar echt over na: een vrouwelijke agent, een vrouwelijke boef, een witte man die de kinderkoets met een zwart kindje duwt… Ik vermijd de clichés. En zolang je daar niet door verlamd wordt, is dat prima.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.