Anna Verheyen treedt in de voetsporen van haar ouders: “Ik heb de smaak te pakken, ja”

Anna Verheyen is trots op ‘Sweet Sixteen’: “Het meidenvenijn staat centraal, maar ik ben zeker dat ook jongens hiervan zullen genieten.” (foto Kurt Desplenter) © Foto Kurt
Bert Vanden Berghe

Sinds deze week kan je in de bioscoop gaan kijken naar ‘Bittersweet Sixteen’, een Vlaamse jongerenkomedie. Voor het coming-of-ageverhaal baseerde Anna Verheyen zich losjes op haar eigen verhaal. Met de entertainende film hoopt ze naar eigen zeggen ook anderen te inspireren om zichzelf boven het pestgedrag te stellen.

De beklijvende prent van Jan Verheyen en Lien Willaert, Red Sandra, is amper de zalen uit of daar staat al een nieuwe film klaar van het regisseurskoppel. Al mogen we de inbreng van dochter Anna allerminst minimaliseren. Zij schreef niet alleen het scenario, maar drukte ook haar stempel op de creatieve invulling, van de styling tot het decor en de muziekkeuze.

In de film Bittersweet Sixteen maken we kennis met Lotte, die uitkijkt naar haar 16de verjaardag. Vooral omdat ze een moeilijk jaar achter de rug heeft. Er is de toxische relatie met Astrid, het mooiste meisje van de klas die haar zelfbeeld een stevige deuk gaf. En ook op het thuisfront is het woelig, nu haar ouders uit elkaar gaan. Reken daarbij een reeks ontluikende liefdes, razende hormonen en de existentiële pubercrisissen, en het belooft een zinderend verjaardagsfeest te worden…

“Het is wel spannend om te zien hoe de mensen uit mijn omgeving zullen reageren”, glimlacht Anna, ietwat bedeesd. “Er zijn er wel een paar die een aantal zaken zullen herkennen, vanop school of van mij zelf.” Anna zat immers zelf ook een tijdje slecht in haar vel op school en schreef haar besoignes van zich af. Onbewust ontstond een verhaal met flink wat fictieve gebeurtenissen, waarmee ze naar haar ouders stapte, die er wel brood in zagen.

Zomerkamp

Voor ze het goed en wel besefte, stond Anna afgelopen zomer op ‘haar’ set. “Het voelde een beetje aan als een zomerkamp, maar dan met camera’s. Er was een hele leuke sfeer. We zaten ook met een hele toffe groep en uiteraard ook een geweldige cast.”

In die cast zien we naast kleppers als Tine Embrechts, Sven De Ridder, Kürt Rogiers, Joke Devynck, Leen Dendievel en Isabelle Van Hecke ook heel wat jonge mensen als Aaron Blommaert, Nell Catrysse, Stien Edlund en Ninalotte Roose. “Je weet op voorhand natuurlijk niet of het zal klikken, dus dat was wel spannend. Maar het viel heel goed mee. We zijn voor de opnames op een soort bootcamp geweest, waarbij we een huis afhuurden en daar twee nachten doorbrachten. Overdag was het repeteren en hielden we tafellezingen. En ’s avonds was er vrije tijd om elkaar te leren kennen. Het klikt nog steeds. Er is een gezamenlijke snapchatgroep en ze kwamen ook naar mijn verjaardagsfeest. Ook op de set voelde je dat iedereen heel gemotiveerd en enthousiast was. Op de avant-premières wilden ze er ook allemaal bij zijn. Dat is wel tof, zo’n avant-première, zeker als je achteraf fijne reacties krijgt.”

Toch voelt het ongetwijfeld raar om ineens je persoonlijk verhaal op een scherm vertaald te zien. “Ik had dat gevoel vooral bij de audities. Dat was de eerste keer dat ik het zag gespeeld worden, dat het scenario echt tot leven kwam. Dan wordt dat plots een heuse dialoog in een scène. Het moeilijkste? De tijdsdruk op de set, en het hele proces dat er vooraf ging zoals de financiering. Dat was wel stresserend bij momenten. Maar ik heb heel veel bijgeleerd van het proces van het filmmaken. Ik heb het niet onderschat, omdat ik wel wist dat het hard werken was. Ik was ook goed voorbereid. Mijn rol was om zowat overal de tussenpersoon te zijn. Ik kwam met iedereen goed overeen, en mijn ouders hebben mij heel goed ondersteund onderweg. Van hen leerde ik veel technische zaken. Zo’n opnames zijn overigens best heftig. Er was één scène in de jacuzzi, wat leuk lijkt, maar die duurde bijna een hele dag, waardoor de huid van de acteurs er helemaal verrimpeld uitzag. En er is ook een grappig verhaal over de alpaca op de set. Er waren er eigenlijk twee. Dat zijn heel sociale beesten, dus er moesten er steevast twee op de set zijn, om die ene te ondersteunen. Een emotional support alpaca dus, heel grappig. Hij moest op een gegeven moment gewoon op de achtergrond passeren, tot hij plots de poten op de schouders zette van een van de acteurs.” (lacht)

Meer dan meidenvenijn

Over de invloeden hoeft Anna niet lang na te denken. “Er zijn zeker invloeden van Mean Girls, wat een heel goeie film is. Het heeft ook de humor van Easy A en een beetje The Edge of Seventeen. Mijn papa is dan weer grote fan van Ferris Bueller’s Day Off. En een film als Project X vond ik ook heel leuk. Het is een verhaal voor iedereen. Dat meidenvenijn staat wel centraal, maar ik ben zeker dat ook jongens hiervan zullen genieten. Er is het klassieke drama, van bitch fights tot manipulatie, maar ook heel veel humor en zelfs een achtervolgingsscène. We wilden geen film waar we zomaar een belerend vingertje opstaken, de manipulatie is eerder verpakt in een grappig jasje. Ik hoop vooral dat veel mensen ervan kunnen genieten en ermee lachen, maar dat mensen in dezelfde situatie ook inzien dat het niet aan hen ligt, en dat ze beter nieuwe vrienden zoeken.”

“Ik heb wel de smaak te pakken, ja. Ik zou het in elk geval heel tof vinden om het nog eens te doen, en verder te gaan met schrijven. Er is nog niets concreets, maar er spelen wel al wat ideeën. Ik droom wel van een horrorfilm, dat lijkt me heel leuk om te doen. Kijk maar naar Yummy (een Vlaamse zombiefilm uit 2019, red.). Er zit zelfs een fragmentje daarvan in onze film. En acteren? Wel, in deze film heb ik een kleine cameo en zeg ik een zinnetje, maar ik was daar heel nerveus voor. Ik voel me niet zozeer genoodzaakt om langere tijd naar mezelf te kijken op het grote scherm. (lacht) Nee, geef mij dan maar dat zitje achter de camera’s.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier