Kunstenfestival Watou en dorp hebben elkaar teruggevonden: “We keren terug naar onze roots”

Schepen Loes Vandromme in het werk ‘September’ van kunstenares Anne ten Ham in Kasteel De Lovie. © LBR

Het kunstdorp Watou ademt opnieuw kunst en poëzie. Nog tot en met zondag 4 september wordt Watou opnieuw ondergedompeld in beeldende kunst en poëzie tijdens Kunstenfestival Watou 2022 ‘Sense of Place’. “De interactie tussen het dorp en de kunstenaars en het samenspel tussen kunst en poëzie staat voorop. We krijgen lovende reacties en dat doet deugd”, zegt cultuurschepen Loes Vandromme (CD&V).

“Deze editie van Kunstenfestival Watou keren we terug naar onze roots. De interactie van het dorp en de kunstenaars wilden we versterken en dat is gelukt. De inwoners voelen zich opnieuw betrokken en dat was onze bedoeling. Ook het luik poëzie heeft tijdens deze editie van Kunstenfestival Watou een prominente rol gekregen. Daar is het werk Atelier Haute Cuisine van Bernd Tyskens en Benny Conings in het Brennepark een voorbeeld van”, zegt cultuurschepen Loes Vandromme (CD&V). “Tijdens hun deelname aan Patchwork 2021 merkte het duo dat het poëzieluik van het kunstenfestival het publiek niet altijd optimaal kon bereiken. Via een drive-through willen ze poëzie in Watou bij een groter publiek introduceren. De vorm van de installatie doet natuurlijk denken aan het logo van een gekende fastfoodketen. ‘The Watou Read Thru’ bij de installatie is een bestelkiosk waar de bezoeker het menubord met verschillende soorten poëzie kan aantreffen en eenvoudig een bestelling doorgeven. Een kassabonnetje levert het gedicht naar keuze, dat meegenomen kan worden. Je gekozen gedicht kan op je eigen tempo lezen.”

Atelier Haute Cuisine van Bernd Tyskens en Benny Conings in het Brennepark.
Atelier Haute Cuisine van Bernd Tyskens en Benny Conings in het Brennepark. © LBR

In situ

Stad Poperinge engageert zich voor de tweede keer als organisator van het Kunstenfestival Watou. Koen Vanmechelen, die het voortraject ‘Patchwork’ op poten zette, blijft inspirator. James Putnam en Michaël Vandebril werden aangesteld als curatoren voor beeldende kunst en poëzie. “We streven naar 20.000 bezoekers, maar willen vooral dat bezoekers tevreden zijn over hun bezoek. Extra duiding voor de bezoeker kregen we vorig jaar meermaals te horen. Met die feedback zijn we ook aan de slag gegaan. We hebben tijdens de vorige editie wat te veel vertrouwd op de bezoeker zelf en te weinig uitleg en duiding voorzien. Dat was toen een bewuste keuze. De ene bezoeker kon dat smaken en de andere bezoeker had net dat tikkeltje meer duiding nodig. Bij elk werk prijkt een bord met wat informatie over de kunstenaar en het werk. Deze aanpassing kon al gesmaakt worden door de bezoekers en dat doet ons plezier”, zegt Vandromme.

“We vinden tevredenheid belangrijker dan het aantal bezoekers”

Over de toekomstige festivaljaren blijft het afwachten. “We hebben een sterke editie beet. Elk werk en elk bijhorend stuk poëzie gaan hand in hand. Het is haast onmogelijk om er slechts enkele te selecteren die eruit springen. Elk stuk heeft zijn sterkte en krijgt nog meer betekenis door de poëzie die eraan wordt toegevoegd”, vindt Vandromme. “Hoe we onszelf volgend jaar zullen overtreffen? Dat valt nog af te wachten. We zorgen voor sterke subsidiedossier zodat we daar zeker werk van kunnen maken. We konden al een subsidie van 90.000 euro binnenhalen, dus dat is een mooi begin.”

Vijf topwerken

1. “Een prachtig voorbeeld van interactie tussen dorp en kunstenaar is het werk van Tom Bogaert met ‘Wij Gwij Popinjay’. Zijn installatie focust op gedwongen en ongedwongen participatie. Met foto’s van gezichten die hij vond op internet, maakte hij een ‘Watou Kop’. De Kop werd gemonteerd op de staande wip van de handboog van de schuttersgilde Sint-Sebastiaan’ op het terrein van OC De Bollaard. De 30 meter hoge staande wip is een herkenningspunt, zichtbaar vanuit alle windstreken in Watou. In samenspraak met de schuttersgilde en enkele lokale handelaars werkte hij zijn installatie uit. Bezoekers kunnen ook stappen in een tweedehands kooi, die getransformeerd werd tot een kapel. De naam van de installatie verwijst naar Gwij Mandelinck, de bezieler van het festival. Anne Provoost zorgde met ‘Ik sta weer voor staak’ voor een prachtig gedicht.”

‘Wij Gwij Popinjay’ van Tom Bogaert.
‘Wij Gwij Popinjay’ van Tom Bogaert. © LBR

2. “Kunstenares Anne ten Ham nam één van de kamers van het kasteel De Lovie onder handen. Met haar werk ‘September’ blikt kunstenares Anne ten Ham op de herfst van iemand of iets zijn of haar bestaan. ‘Alle tijd volstaat’ van Stijn Vranken is een mooi stuk poëzie die hierbij aansluit. De kunstenares schakelde de hulp in van de bewoners die zich op hetzelfde domein bevinden. Afgelopen herfst verzamelden ze heel wat gevallen bladeren. Deze liet ze vervolgens drogen in de serres van het domein en strooide ze uit in een van de kamers in het kasteel. Wanneer je binnenstapt, word je meegenomen naar een andere plaats en doet het je denken aan een moment uit het verleden.”

3. “De douanepost bracht De Reuringdienst na twintig jaar terug naar Watou. Tijdens Patchwork namen ze plaats in hun Komiezekot en luisterden ze naar de verhalen van de inwoners. Het kunstcollectief vroeg hen waar ze de grens trokken. De drie woordkunstenaars Marie Darah, Giovanni Baudonck en Benjamin Hertoghs hebben de verhalen van de inwoners in tekst en geluid vertaald. De poëzie van elk van de drie woordkunstenaars werd omgezet in een installatie in situ. Met ‘Ontvouwen grenzen’ in de Winnezelestraat werd via een accordeonsysteem opnieuw een grens geplaatst in het dorp. Wanneer je in het werk staat hoor je de prachtige rap ‘Watoudermee’ van Benjamin Hertoghs. Ook hier gaat de poëzie en het werk hand in hand.”

4. “Curator James Putnam en inspirator Koen Vanmechelen haalden het werk van Margarita Zafrilla Olayo naar Watou. Het is één van de kunstwerken die buiten Patchwork werd geselecteerd. Margarita is een danseres en kunstenares die werkt met choreografische projecten, stilstaande en bewegende beelden en schilder- en installatiekunst. ‘We Buried Her Alive’ toont de wisselwerking tussen haar bewegingen en de inkt- en wijnprocessen die Pato Bosich gebruikt voor zijn tekeningen.”

5. “Ook het werk van Helena Cnockaert ‘Kjér mo ekè were’ vind ik prachtig. Haar werk is de vertaling van verschillende gesprekken die ze voerde met bewoners van Watou. De kunstenares vroeg de bewoners om een object te omschrijven dat hen raakt of geraakt heeft. Zij maakte haar interpretatie van dit object in textiel, op basis van de omschrijving in het gesprek. Ze speelt met textiel en taal en weeft alles door elkaar. Ook het gedicht dat erbij hoort van Esohe Weyden is treffend.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.