Brugge onder de loep (52): Het klokje van het Tolhuis

Om het klokje te zien, moet je naar het topje van de natuurstenen puntgevel kijken. (foto Davy Coghe) © Davy Coghe Davy Coghe
Redactie KW

Door corona herontdekte iedereen het plezier van het wandelen. Wie de Brugse binnenstad doorkruist, passeert achteloos honderden details met een bijzonder verhaal. Gediplomeerd gids Chris Weymeis haalt elke week zijn loep boven en vertelt het verhaal van een bijzonder object. Vandaag: het klokje van het Tolhuis.

Hoe kunnen we het nieuwe jaar beter inzetten dan met klokkengelui? We kunnen daar uiteraard voor terecht bij de beiaard van het Belfort of bij die van het Grootseminarie, want ook dat heeft een beiaard die geregeld speelt! Ook de klokken van de kerken en kapellen hebben hun klokken, maar ook die laten we aan ons voorbijgaan. Resten nog een paar kleine klokjes die af toe van zich laten horen. Eentje hangt er aan de Smedenpoort, maar wij kiezen voor het klokje van het Tolhuis op het Jan van Eyckplein.

Zoals het wel eens meer met kleine ‘lawaaimakers’ gebeurt, geldt voor het klokje ook hier: “Je hoort mij wel, maar je ziet me niet”. Om het klokje te zien, moet men naar het topje van de natuurstenen puntgevel kijken. Daar werd in 1878 een fraaie smeedijzeren lantaarn aangebracht met daarin het bronzen klokje. Waarom het klokje er hangt, is niet echt duidelijk, maar hoogstwaarschijnlijk houdt het verband met het feit dat in dat jaar de brandweer in het Tolhuis zijn intrek nam.

Daarvoor was er in een Brugge al wel een groep brandweerlieden actief, maar die stelde niet veel voor. Hun commandant was de politiecommissaris en in een reglement van de Stedelijke Wacht (1837) staat te lezen dat het brandweerkorps als een soort politiekorps “ook dienst zal doen met ene brandspuit”.

Het klokje bevindt zich in een smeedijzeren lantaarn. (foto Davy Coghe)
Het klokje bevindt zich in een smeedijzeren lantaarn. (foto Davy Coghe) © Davy Coghe Davy Coghe

Noël De Mey schrijft in zijn boek “Brugge brandt. Het brandt weer, mannen!” (2005): “Het eigenlijke brandweerkorps van toen bood maar een triestig vertoon. Er waren heel wat struise kloeke mannen onder hen, maar er liepen ook heel wat sukkelaars bij, die bij de ‘Broertjes’ (= een bejaardengesticht in de Katelijnestraat) woonden. Men noteerde toen, jawel, de ouderdom van meer dan tachtig jaar.”

Tolhuis uit 1200

Omdat de situatie met de intrek in het Tolhuis en onder impuls van burgemeester Visart de Bocarmé sterk verbeterde, geldt 1878 als het stichtingsjaar van de Brugse brandweer.

De natuurstenen gevel met de smeedijzeren lantaarn en het klokje is weliswaar in de periode 1877-1881 grondig gerestaureerd onder leiding van de Brugse stadsarchitect Louis Delacenserie, maar bewaart nog heel wat authentieke delen. Dat bewijzen de vroeg-16de-eeuwse steenhouwersmerken van Jaquet Boulle en de familie Nopere uit Ecausinnes die op de benedenverdieping zijn teruggevonden.

De oorsprong van het Tolhuis gaat terug tot circa 1200. Toen werd, met het oog op de groeiende handelsactiviteiten van de toenmalige haven, het stadsgebied errond bebouwd. Als bewijs hiervoor geldt de vondst van een put met daarin resten van aardewerk die rond 1200 te dateren zijn.

(CW)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.