Belleman Joris Goens (60) roept al 15 jaar om àààààndàcht

Joris maakte van de vrijgekomen tijd gebruik om bij hem thuis een mancave in te richten. Daar staan zijn bekers uitgestald en hangen er herinneringen van zijn optredens als belleman tegen de muur.© WVH
Joris maakte van de vrijgekomen tijd gebruik om bij hem thuis een mancave in te richten. Daar staan zijn bekers uitgestald en hangen er herinneringen van zijn optredens als belleman tegen de muur.© WVH
Wouter Verheecke

Joris Goens geeft al vijftien jaar gestalte aan het personage van de Veurnse belleman. Het voorbije jaar moest ook deze volksfiguur echter grotendeels in zijn kot blijven, dus zag hij veel vaste afspraken uit zijn agenda geschrapt. Het roepen is hij evenwel nog niet verleerd en … ook nog lang niet beu!

“Leeftijd?” Het is een standaardvraag bij het begin van onze interviews, maar van Joris mag je blijkbaar geen standaardantwoord verwachten. “Ik ben geboren in 1960 en zou dus vorig jaar een feestje geven voor mijn zestigste verjaardag. Dat is er echter niet van gekomen, dus ben ik 59 gebleven”, zegt hij met uitgestreken gezicht, waarmee hij meteen de rasacteur in zichzelf naar boven haalt. Maar die verjaardag is lang niet het enige waar hij naar uitkeek en dat niet doorging.

“Met de Sint-Lutgardisgilde zouden we net de première van ons toneelstuk Het Cluedo Mysterie brengen, toen ons land in maart vorig jaar in lockdown ging. Na vele maanden repeteren en voorbereiden, moesten we het decor weer opbergen, wat ons allemaal diep geraakt heeft. Ondertussen hebben we deze productie zelfs alwéér uitgesteld, tot 2022. Als ik mijn tekst tegen dan maar niet vergeten ben!”, lacht Joris.

Dat probleem heeft hij naar eigen zeggen niet als koning Herodes, de rol die hij al sinds 1996 elk jaar vertolkt in de Boetprocessie. “Dat doe ik in navolging van mijn nonkel en mijn grootvader. Je kon hen al van een straat verder horen roepen en dat wou ik zelf ook kunnen”, vertelt hij, terwijl hij zijn typerende snor nog wat meer doet krullen.

Gilde van Bellemannen

Dat bleek niet echt een uitdaging, want toen hij in 2005 officieel werd aangesteld als Veurnse belleman, nam Joris meteen deel aan het eerste Belgisch Kampioenschap voor bellemannen. Hij behaalde er de vierde plek. “En dat terwijl ik eigenlijk gewoon deelnam omdat ze op zoek waren naar een extra, zevende kandidaat. Een jaar later behaalde ik mijn eerste van negen titels. Ondertussen is het deelnemersveld op de BK’s trouwens verdubbeld en telt de Vlaamse Gilde van Bellemannen nu een twintigtal leden, die de oude functie van stadsomroeper vervullen. Geen uitstervend ras dus, maar wel een ras apart!”, knipoogt hij.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Wanneer het gaat over de belleman, spreekt Joris immers in de derde persoon. “Van zodra ik dat kostuum aantrek, zit ik in mijn rol en ben ik als het ware een ander mens. Dat ervaar ik ook als toneelspeler: op de planken durf ik dikwijls meer dan anders, want ik ben eigenlijk vrij schuchter”, bekent hij.

“En zo is hij zeker niet de enige belleman die een theaterman is”, weet zijn echtgenote Monica, die vanachter de keukendeur meeluistert. Zij vergezelt hem dikwijls op de stoeten en evenementen over heel het land, als ‘escortedame van de belleman’. Zo is ook zij al jarenlang opgenomen in die vriendengroep van gelijkgezinden met diezelfde passie.

“Van zodra ik dat kostuum aantrek, zit ik in mijn rol”

Als hij belleman is geworden om van zijn vrouw weg te zijn, dan is dat plannetje dus mooi mislukt. Maar waarom dan wel? “Dit is voor mij een uitlaatklep, ik heb dit echt nodig”, legt Joris uit. “Het brengt mij ook op plaatsen waar ik anders nooit zou komen, en zo heb ik dus ook al veel nieuwe mensen leren kennen. Andere bellemannen, maar ook toeristen die mij iets komen vragen en mijn foto op hun reisblog plaatsen. Het sociale aspect is voor mij dus vrijwel even belangrijk als de eigenlijke performance.”

Goed articuleren

Al komt ook daar meer bij kijken dan je wellicht denkt. “Vooreerst moet je natuurlijk een luide stem en een goeie articulatie hebben, zodat je je boodschap op grote afstand kan overdragen. Maar ook die boodschap zelf is belangrijk. Joris is geen groot schrijver, de belleman is daar beter in. Voor kampioenschappen schrijf ik de teksten over de gaststad dan ook heel kort tegen de deadline, zodat de belleman al wat wakker wordt. Die teksten moeten verbloemend zijn, maar niet te moeilijk. Kort en krachtig, met veel a’s en o’s. Ook aan mijn presence hecht ik veel belang. Mijn kostuum, de bel, handschoenen, draagtas en bril: ik heb het destijds allemaal zelf zorgvuldig uitgekozen.”

Ondertussen hangen er al heel veel verschillende pins aan dat kostuum, maar Joris blijft in de eerste plaats natuurlijk de belleman van Veurne. “In normale tijden treed ik zo’n twintig keer per jaar op, waaronder een vijftal keren in mijn thuisstad. Vroeger was dat meer, maar ik vind het goed zo. Ik heb er zelf nog nooit tegenop gezien om mijn kostuum aan te trekken, maar ik zou ook niet willen dat de Veurnenaars mij beu raken”, zegt hij.

“De opening van de kermis, de bloemenmarkt, de Sint-Maartenstoet en Sinterklaas: dat zijn de vaste afspraken waarvan ik in samenspraak met de toeristische dienst denk dat de belleman een meerwaarde kan zijn. Vorig jaar had ik echter maar twee optredens: één keer stak ik van op een hoogtewerker het zorgpersoneel een hart onder de riem en een andere keer stond ik als verrassing een koppel op te wachten dat zou trouwen in het oud stadhuis.”

Jubileumjaar

Dat was dus een erg mager jaar en hij hoopt natuurlijk dat daar snel verandering in komt. “Nochtans moest 2020 ook voor de belleman een feestjaar zijn, want ook hij zou dus een jubileum vieren. Daarom wilden we het Belgisch Kampioenschap graag in Veurne organiseren, maar die plannen moesten we algauw opbergen. Nu mikken we voorzichtig op de zomer, al staat daar nog een groot vraagteken achter”, vertelt hij.

Joris zou dan de modelroep doen voor de jury, maar zou als gastheer zelf niet deelnemen. Dan zou hij dus zijn tiende Belgische titel niet op zak kunnen steken, al droomt hij daar wel nog van. “Zolang ik het graag doe, denk ik nog niet aan stoppen. Integendeel: mijn pensioen als schrijnwerker zit eraan te komen en dan heb ik meer tijd voor deze hobby.” Men zegge het voort!

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.