Wouter groeide op in het gezin van Erwin Gheyle en Chris Haesaert in Gits. In het middelbaar volgde hij de richting Latijn-Grieks. Geschiedenis was toen al zijn ding en enkele leerkrachten inspireerden hem om uiteindelijk aan de universiteit kunstgeschiedenis en archeologie te studeren. Momenteel maakt hij deel uit van de vakgroep archeologie aan de Universiteit van Gent. Daar wordt eind 2018 een vierjarig project rond WOI afgerond.
...

Wouter groeide op in het gezin van Erwin Gheyle en Chris Haesaert in Gits. In het middelbaar volgde hij de richting Latijn-Grieks. Geschiedenis was toen al zijn ding en enkele leerkrachten inspireerden hem om uiteindelijk aan de universiteit kunstgeschiedenis en archeologie te studeren. Momenteel maakt hij deel uit van de vakgroep archeologie aan de Universiteit van Gent. Daar wordt eind 2018 een vierjarig project rond WOI afgerond. "Bij archeologie denkt iedereen aan opgravingen, dat is echter maar één van de technieken die wij gebruiken. In dit project hebben wij het landschap van de Westhoek heel ruim bekeken. We gebruikten daarvoor historische luchtfoto's, die door alle vechtende partijen werden genomen. Deze geven een goed beeld van de ligging van de loopgraven, schuilplaatsen en opstellingen voor de artillerie. Wij combineren dit met actuele luchtfoto's en bodemscans in het gebied. Zo krijgen we een idee van wat er zich nog onder de ploeglaag bevindt. Deze laag bevindt zich trouwens op slechts 40 cm diepte", legt Wouter uit."Het resultaat was veel meer dan we verwacht hadden", vervolgt hij, "We wisten wel dat er veel onder de grond lag, maar de schaal is enorm. Tot 80 procent van de loopgraven is, ondanks beschietingen en 100 jaar activiteit, bewaard gebleven. Ook bovengronds, in bossen en weiden bijvoorbeeld, zijn er nog veel archeologische vondsten. Dat maakt het landschap van de Westhoek zelf de ultieme getuige van de Eerste Wereldoorlog."Op zoek gaan naar sporen en het verhaal van WOI opnieuw vertellen, het is een unieke kans voor wie gefascineerd is door geschiedenis. "De meest waardevolle vondsten vind ik altijd voorwerpen of bevindingen, die het verhaal van de mens in de loopgraven vertellen. Kleine gebruiksvoorwerpen met inscripties bijvoorbeeld, of de zogenaamde 'trench art', waarbij soldaten kogels of metaalscherven bewerkten tot kunstige voorwerpen. Het is zeker interessant als deze vondsten aanwijzingen geven, waardoor het onbekende lichaam vlakbij geïdentificeerd kan worden."Onder onze voeten bevinden zich met andere woorden nog talloze archeologische resten. Wie daarin geïnteresseerd is wordt door het Davidsfonds uitgenodigd op een lezing van Wouter op woensdag 21 maart om 20 uur in het Cultureel Centrum. "Voor ons als onderzoeksgroep is het boeiend om ons verhaal tot bij de mensen te brengen. Zo zijn veel van onze bevindingen verwerkt in de tentoonstelling Sporen van oorlog in het Flanders Fields Museum in Ieper. Tijdens de lezing in Gits zal ik proberen zo boeiend mogelijk te schetsen waarmee we bezig zijn. Daarvoor zal ik ook concrete voorbeelden uit de regio gebruiken. Gits en Hooglede lagen immers in het achterland en waren qua uitvalsbasis wel belangrijk voor de Duitsers. Zo diende het station in Gits voor de bevoorrading, was er ook een vliegveld in Git en een Russisch krijgsgevangenkamp in Hooglede."Davidsfondsleden betalen 4 euro, niet-leden betalen 6 euro.