Vijftien jaar geleden speelde Bart al samen met Koen Vanderbauwhede. Toen hun groepje splitte, besloten Bart en Koen verder te gaan. Al snel kwamen ze bij Hein Vanhuyse uit de Dahliastraat uit. "We wisten dat hij een hele goede muzikant was. Het klikte onmiddellijk. Onze zoektocht naar andere muzikanten was een uitdaging. Het moest met iedereen klikken. Zo kwamen we uit bij de dochter van mijn broer Ruuth en later ook mijn dochter Hanne als zangeressen. Uiteindelijk waren we met zeven muzikanten. Het laatste half jaar spelen we nog met vijf. Daarnaast konden we ook een beroep doen op mijn broer Lieven en zwager Jozef die uren doorbrachten aan de technische kant van onze muz...

Vijftien jaar geleden speelde Bart al samen met Koen Vanderbauwhede. Toen hun groepje splitte, besloten Bart en Koen verder te gaan. Al snel kwamen ze bij Hein Vanhuyse uit de Dahliastraat uit. "We wisten dat hij een hele goede muzikant was. Het klikte onmiddellijk. Onze zoektocht naar andere muzikanten was een uitdaging. Het moest met iedereen klikken. Zo kwamen we uit bij de dochter van mijn broer Ruuth en later ook mijn dochter Hanne als zangeressen. Uiteindelijk waren we met zeven muzikanten. Het laatste half jaar spelen we nog met vijf. Daarnaast konden we ook een beroep doen op mijn broer Lieven en zwager Jozef die uren doorbrachten aan de technische kant van onze muziek", legt Bart uit. De groep begon als folkrockgroep. "Ikzelf speelde al folk en dat genoot onze voorkeur. Stilaan evolueerden we naar een eigen genre dat we omschrijven als folkpop. We speelden altijd met akoestische instrumenten. Dat was de rode draad." Folgazàn begon met covers, maar het verlangen naar het maken van eigen nummers groeide. Zo hebben ze twee cd's uitgebracht: De Groote Oorlog en de kleine Belg en Zee zonder zout. "We wilden iets doen over de Eerste Wereldoorlog, maar we vonden dat we dat in het Nederlands moesten doen. Voorheen zongen we altijd in het Engels, maar het Nederlands lag ons. Daarom maakten we nog een tweede Nederlandstalige cd. Het oorlogsprogramma was het meest uitputtende, maar haalde ook het beste uit ons naar boven. Het was een mooi programma waarbij we klank en beelden met elkaar combineerden. We waren doodop na zo'n optreden", herinnert Bart zich.De amateurgroep verwierf meer bekendheid. Zo speelden de Wielsbeekse muzikanten zelfs in Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. "Door mond-aan-mondreclame in die kleine folkwereld konden we verschillende stappen zetten waar we nu mooie herinneringen aan overhouden", getuigt Bart.Hun muziek kon ook Radio 1 en Radio 2 bekoren. Plots hoorden ze hun eigen nummer op de radio. "We hadden een eigen tactiek. We namen de liedjes voor onze cd per drie op en stuurden die al in degelijke kwaliteit naar de radio. Toen we op een avond van onze studio naar huis kwamen, dacht ik dat mijn broer een demo-cd liet afspelen in de auto. Even later besefte ik dat we op de radio waren. Het deed ons wat toen we zagen dat onze muziek geapprecieerd werd", blikt Bart terug. Wat ze gedaan hebben is fantastisch, maar toch zijn er nog enkele gemiste kansen. "We verdienden zeker onze plaats op het festival van Dranouter. Onze muziek hoorde daar thuis. Verder reden we soms uren naar Limburg, maar kregen we minder kansen in onze regio, terwijl we daar soms een band mee hebben. In Wielsbeke hebben we altijd een publiek gehad. We voelden ons hier thuis en repeteerden ook in De Biekorf. We zijn de gemeente dan ook dankbaar voor de kansen", schetst hij.De band besloot er na 15 jaar de stekker uit te trekken. De chemie tussen de leden is er nog, maar voor sommigen is het tijd voor iets anders. "De kruisbestuiving tussen ons blijft schitterend. Plots merk je dat de muzikanten individueel andere ambities en projecten hebben. De muziek stopt niet met Folgazàn en misschien komen we elkaar wel tegen tijdens een volgend project", vertelt Bart tot slot. (NVR)