Door Carlos Berghman
...

Door Carlos Berghman"De roman speelt zich af in de Barakken, de Rijselstraat en haar zijstraten, op het oud kerkhof en in Halluin", vertelt Ronny Castelein (78). In zijn eerste detectiveroman 'Dood van een notaris' kreeg een sjoemelende notaris een briefopener dwars door zijn hart geboord. "Waarom laat ik voor mijn tweede roman eens niet een pastoor vermoorden, in tijden dat de kerk onderhevig is aan allerlei schandalen?' dacht ik ditmaal. Het slachtoffer is een serieuze en rechtschapen pastoor. De Sint-Jozefskerk leek me de perfecte plaats voor de moord. Zo vlak bij de grens kan de dader zowel een landgenoot als een Fransman zijn. Uiteindelijk kent mijn boek een droevig slot."Is deze roman in navolging van Pieter Aspe en zijn misdaadromans die zich in Brugge afspelen de tweede van een hele reeks moordzaken in en om Menen? "Ik wou graag iets doen voor Menen. Onze stad wordt maar al te vaak in een negatief daglicht gesteld en daarom koos ik ervoor om mijn verhaal hier te situeren en niet in een of andere grootstad.""Het verhaal is volledig fictief, om eventuele verwarring te vermijden heb ik zelfs voor mijn personages namen gezocht die niet in Menen voorkomen. Maar een derde boek komt er niet meer", zegt Ronny heel beslist. "Het schrijven van een boek was een jeugddroom. Met mijn twee detectiveromans heb ik bewezen dat ik dat ook kan. Nu heb ik alles gedaan wat ik wou"De bejaarde auteur kon voor het tot stand brengen van zijn boek rekenen op de hulp van enkele familieleden. " Zelf heb ik geen computer. Ik heb eerst alles met de hand uitgeschreven en vervolgens uitgetikt op mijn typmachine. Mijn nichtje Sofie De Grauwe zette de tekst op computer, terwijl mijn nichtje Karin Castelein zorgde voor de illustratie op de cover." Wie zich nog een exemplaar van het boek wil aanschaffen, is helaas hopeloos te laat. De roman, die 101 bladzijden telt, was reeds in voorverkoop uitverkocht. "Maar de bibliotheek heeft wel twee exemplaren in haar bezit. Wie het boek alsnog graag wil lezen, kan het daar ontlenen", geeft de auteur mee.Schrijven zit hem in het bloed. Reeds van jongs af in de broederschool in Wervik schreef Ronny toneelstukjes en maakte hij stripverhalen. Tijdens zijn schooltijd in het college in Menen en ook tijdens zijn legerdienst in Lüdenscheid schreef hij korte jeugdverhalen. "Die werden gepubliceerd in 't Kapoentje, de jeugdbijlage van krant Het Volk. En tot 1975 schreef ik korte jeugdboekjes voor de reeks Vlaamse Filmpjes van uitgeverij Averbode. Uiteindelijk zou ik 45 Vlaamse Filmpjes schrijven met 'Het water komt' en 'Met de dood voor ogen' als grote succesverhalen."Daarna legde Ronny zich vooral toe op het schrijven van poëzie. "Enorm veel gedichten heb ik geschreven. Voor mij was dat een ideale manier om mij te ontspannen na een dag werken op kantoor", weet de voormalige notarisklerk."Veel van mijn gedichten zijn verschenen in het kunst- en cultuurtijdschrift Vlaanderen van het Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond. Ik werkte mee aan verzamelbundels en bloemlezingen en ook bracht ik zeven dichtbundels in eigen beheer uit. Ik werkte samen met kunstenares Christelle Van Maele en schreef gedichten bij haar schilderijen. Zo komt het dat een van mijn gedichten samen met haar schilderij 'De oorlogsgod en de lotusbloem' in een Chinees museum hangt." Voor het parochieblad schrijft Ronny nog wel eens een gedicht én de jaarlijkse kerstnovelle. "Maar veel dichten doe ik niet meer. Na al die jaren heb ik alles gezegd wat ik kon en moest zeggen. Ik heb gedichten geschreven over de geboorte, over de dood en over alles wat daartussen ligt. De cirkel is nu rond", besluit de Meense auteur.