Koning Boudewijn enkele weken voor hij stierf, Bart De Wever toen de kilo's er nog aanhingen en Yves Leterme naast een halfnaakt model, het zijn maar enkele van de iconische beelden die je in het boek van Patrick Holderbeke zal terug vinden. De persfotograaf was jarenlang een begrip in Zuid-West-Vlaanderen. Ook nu nog contacteren kranten hem geregeld voor archieffoto's. "Maar op 1 augustus stop ik ermee, dan is het goed geweest", zegt hij. Zijn archief, met daarin 450.000 foto's, kan je wel blijven consulteren. Meer dan de helft daarvan staan trouwens nog steeds op negatieven.
...

Koning Boudewijn enkele weken voor hij stierf, Bart De Wever toen de kilo's er nog aanhingen en Yves Leterme naast een halfnaakt model, het zijn maar enkele van de iconische beelden die je in het boek van Patrick Holderbeke zal terug vinden. De persfotograaf was jarenlang een begrip in Zuid-West-Vlaanderen. Ook nu nog contacteren kranten hem geregeld voor archieffoto's. "Maar op 1 augustus stop ik ermee, dan is het goed geweest", zegt hij. Zijn archief, met daarin 450.000 foto's, kan je wel blijven consulteren. Meer dan de helft daarvan staan trouwens nog steeds op negatieven.Een kleine tien jaar geleden zei Patrick al vaarwel aan de kranten, nu stopt hij dus ook met zijn werk voor magazines en websites. "Eerlijk? Ik zou het in deze tijden niet opnieuw doen en ik zou het ook niemand aanraden", zegt hij beslist."Er is geen evolutie geweest in de wereld van persfotografie, wel een revolutie. De kranten willen tegenwoordig dat journalisten zelf hun foto's nemen. De prijzen zijn gekelderd, en dat voor een job waar je dag en nacht 24/7 mee bezig bent. Dat kon ik niet meer opbrengen. Het beroep is gewoon volledig uitgehold."Toen Patrick als 14-jarige voor het eerst zijn fiets opsprong om een brand te fotograferen waren de tijden dan ook heel anders. "Onze buurman werkte bij de brandweer, dankzij hem slaagde ik erin de kazerne te bezoeken. Op den duur stond ik daar iedere keer dat ik sirenes hoorde te bedelen aan de deur. Uiteindelijk belden ze mij zelfs op, ook 's nachts. Daar kon mijn vader niet om lachen. Dus zette ik de telefoon op de trap, om er rap bij te zijn. Ik wilde zeker niet de ramptoerist uithangen, maar ik voelde wel de drang om alles te documenteren en vast te leggen. Ik moest dan weken mijn drinkgeld sparen om de filmpjes te kunnen laten ontwikkelen. De foto's kwamen toen nog in albums terecht."Het is dan ook niet verwonderlijk dat Patrick er na zijn studies elektronica voor koos om fotografie studeren in het Sint-Lukas in Brussel. "Ik hoor het mijn pa nog altijd zeggen tegen die prof op de opendeurdag. 'Hij wil graag persfotograaf worden', waarop die professor een beetje schamper antwoordde 'Dat willen ze hier allemaal meneer.' Die had zich toch wat mispakt (lacht).""Als student leverde ik al aan kranten. Ik had mij toen een brommertje gekocht, dat ging rapper. Mijn stage deed ik bij FotoNews in Brussel. Daar mocht ik blijven, maar verhuizen naar de hoofdstad zag ik niet zitten. Mijn wortels liggen in Kortrijk. Bovendien was het bijna vanzelfsprekend dat ik hier een professionele carrière zou uitbouwen." Die carrière zou uiteindelijk iets meer dan 40 jaar duren. "Vooral de instorting van basisschool 't Fort en het vliegtuig dat neerstortte op de grens met Bellegem zijn mij bijgebleven. Maar ook de recente politieke omwentelingen in Kortrijk zal ik niet snel vergeten."Opvallend is dat elke foto in het boek voorzien is van een korte tekst. "Noem het gerust ouderwets, maar ik vind het heel belangrijk dat je als fotograaf je foto's voorziet van een begeleidende tekst met het wie, wat, waar en wanneer. Daar kroop meteen ook het meeste werk in. De foto's zelf waren er immers al. Maar we hebben van elke afgebeelde persoon, veelal politici, opgezocht of ze überhaupt nog in leven zijn. Mijn goede vriend Noël Maes heeft daarna elk punt en elke komma gewikt en gewogen. Fouten zal je er dus niet in vinden (lacht)."Het zaadje voor het idee van een boek werd een jaar geleden in het hoofd van Patrick geplant door niemand minder dan Stefaan De Clerck. "Stefaan gaf vorig jaar een speech tijdens de opening van mijn tentoonstelling in Vichte. Daarin zei hij dat er echt een boek moest komen. Ik heb toen eens goed gelachen en dat weggewuifd. Ik had daar immers geen tijd en geen geld voor, ik had net heel wat geïnvesteerd in een tentoonstelling. Maar ook mijn dochter stond achter het idee, dus zo is dat toch wat blijven hangen."Gelukkig zag ook Jan Despiegelaere, algemeen coördinator van het Streekfonds West-Vlaanderen, de waarde in van het gigantische archief van Patrick. "Eigenlijk belde hij mij op om te vragen of ik enkele foto's wilde veilen voor het goede doel. Maar wie zou die willen hebben? (lacht). Dus stelde ik hem het idee van een boek voor. Daar was hij meteen voor te vinden." "Ik mag regelmatig cheques van goede doelen ophalen. Daarvoor wordt de pers en dus ook Patrick steevast opgetrommeld. Zo verscheen hij op mijn radar", vult Jan aan. "Ik was ook naar zijn tentoonstelling geweest en die voelde echt aan als een wandeling door mijn jeugd. Zijn foto's zijn heel laagdrempelig en herkenbaar."De opbrengst van het boek gaat integraal naar studentenfonds LISA, dat kanszoekende studenten ondersteunt. "Oorspronkelijk kwam het project van de Kortrijkse Lionsclub Mercurius, maar omdat we het nu gaan uitbreiden naar heel West-Vlaanderen gaven zij het bij ons in beheer. Op dit moment steunen we 35 studenten die het omwille van hun privésituatie anders waarschijnlijk niet zouden redden op de hogeschool of universiteit. Dat lijkt niet veel, maar we helpen hen doorheen hun hele studententijd, niet enkel financieel maar ook met een peter of een meter. We assisteren de studenten ook met stageplaatsen en een uitgebreid netwerk", vertelt Despiegelaere.