Het gebeurt niet zo vaak dat Kortrijk het decor vormt voor een roman en al zeker niet voor een verhaal van een Nederlandse auteur. Het toeval wil dat wij vrij recent nog eens Kortrijk opmerkten in een kortverhaal van de Nederlandse auteur Tommy Wieringa, maar in 'Niets is gelogen' speelt de hele vertelling zich af in een voor Kortrijkzanen zeer herkenbaar getekende stad.
...

Het gebeurt niet zo vaak dat Kortrijk het decor vormt voor een roman en al zeker niet voor een verhaal van een Nederlandse auteur. Het toeval wil dat wij vrij recent nog eens Kortrijk opmerkten in een kortverhaal van de Nederlandse auteur Tommy Wieringa, maar in 'Niets is gelogen' speelt de hele vertelling zich af in een voor Kortrijkzanen zeer herkenbaar getekende stad.De auteur, die van opleiding kunsthistorica is, was er zes jaar geleden voor het eerst. Voor de opening van Hester Scheurwaters fototentoonstelling waar ze de inleiding verzorgde. "Het is niet moeilijk thuis te zijn in een vreemde stad. Alles is nieuw, alles is goed. Lelijke straten in een nieuwe stad zijn niet zo lelijk, en mooie trouwens ook niet zo mooi. Niets wordt ontsierd of gekleurd door herinneringen... Je stoort je niet aan de mensen, want je herkent ze niet. De dingen doen zich voor zonder bagage...", vertelt Gala, het hoofdpersonage, bij aanvang van de roman."Ik was er inderdaad voor het eerst toen ik die expositie inleidde", duidt auteur Sacha Bronwasser. "Ik herinner mij vooral de lange reis van bij me thuis tot in Kortrijk. Na die opening zijn we iets gaan drinken en eten in de stad. Met de fotografe, haar man, haar galeriehouder, met die Kortrijkse arts... Allemaal mensen die ik nauwelijks of niet kende. Op zich was dat niet zo vreemd, dat gebeurt wel eens dat je na een voorstelling of een concert bij mensen belandt die je eigenlijk niet zo goed kent. Maar in Kortrijk gebeurde dat ook nog eens op een plaats die ik totaal niet kende en wat in het restaurant gebeurde, dat was natuurlijk ook heel uitzonderlijk. Mocht die avond een normaal verloop gekend hebben, dan waren wij dat allemaal vergeten."Het groepje trekt na de vernissage naar het Kapucijnenstraatje, belandt in de voormalige Ierse pub en wandelt naar de Grote Markt - "...een rommelige ongelijkzijdige rechthoek met een rare, iets te korte toren er scheef midden op gezet, alsof iemand 'm heeft achtergelaten... Het voormalige stadhuis in het midden aan de noordzijde met dode, zwarte ramen, royaal van onderaf aangelicht als een theatervedette..." - waar zich in een restaurant een haast noodlottig voorval afspeelt. De arts-mecenas - in het boek heet hij Pé Derkinderen - overleeft het incident ternauwernood.Sacha Bronwasser: "Die Kortrijkse arts kende ik helemaal niet en op de avond van die vernissage kwam ik weliswaar in contact met hem en trok hij met ons mee. Toch bleef hij voor mij een vrijwel onbekend iemand. Voor de roman was hij bij wijze van spreken een 'lege huls' die ik zelf heb ingevuld. Een grotendeels verzonnen personage dus. Trouwens, niets is één op één in deze roman, zelf val ik bijvoorbeeld ook niet samen met kunsthistorica Gala uit het boek."De 'echte' arts die Sacha Bronwasser op de expositie tegenkwam, was in Kortrijk een markant figuur. Gynaecoloog Gery Van Tendeloo profileerde er zich vooral als kunstkenner. Iemand die het van hippie tot kunstcriticus heeft gebracht, zei organisator en cultureel woelwater Guido Lauwaert ooit. Door zijn passie voor kunst werd hij wel eens als half-idioot bestempeld. Zijn collega-dokters zouden zich door hem moeten laten adviseren in plaats van hem te mijden, luidt het. En hoewel Pé Derkinderen een verzonnen karakter kreeg, appelleert hij wel aan wie aan de basis ligt van dat personage. Zijn stijl van praten, het oreren over kunst... Zo heel ver af staat Derkinderen niet van Van Tendeloo.In de jaren die volgden na die Kortrijkse passage kwam de auteur nog wel eens de Nederlandse mensen uit dat gezelschap tegen. "En toen hadden wij het altijd over wat er in dat restaurant op de Grote Markt in Kortrijk was gebeurd. Wat me opviel was dat wij met het allen over dezelfde gebeurtenis hadden, maar het verhaal erover verschilde, details kwamen niet overeen. Terwijl ikzelf dacht dat ik mij die avond perfect kon herinneren."Daar zat een boek, dacht Sacha Bronwasser al een hele tijd. Haar uitgever volgde haar. "En de eerste over wie ik informatie zocht, was Gery Van Tendeloo. Hij bleek overleden. Vervolgens ben ik de rest van het gezelschap langs geweest. Als een journalist, met notitieboekje en dictafoon", aldus Sacha Bronwasser. Maar het resultaat bleef hetzelfde: de verhalen bleven verschillen. Zelfs over de tafelschikking in het restaurant is er na al die jaren geen eensgezindheid. Het geheugen, zo leert de roman, is verraderlijk.Maar de herinneringen over het decor de stad Kortrijk blijven wel vrij werkelijkheidsgetrouw. Toen de Nederlandse schrijfster aan het boek begon heeft ze het decor eigenlijk uit haar geheugen getekend. In het boek wordt Kortrijk terloops ook wel eens een slaapstad genoemd. "Het leek me een kleine grote stad, kleiner dan Gent en Brugge. Maar wel een stad met heel veel geschiedenis. En de dominante aanwezigheid van religie, op elke straathoek, die viel me ook op."Vijf jaar na haar eerste bezoek landt ze nog eens in Kortrijk. Om een en ander te checken. Kortrijk verrast haar. "De stad was veranderd", zegt ze. "Ze leek me veel lichter van kleur geworden. Er is ontzettend veel gebeurd in die vijf jaar. Dat viel me op."Een zeer opmerkelijk tafereel in het boek is de dialoog die als een soort van hoorspel wordt opgevoerd, vlakbij het standbeeld van de Maagd van Vlaanderen. Het speelt midden in de nacht en het is niet duidelijk of de dialoog tussen Gala - de kunsthistorica - en de Kortrijkse arts 'werkelijk' heeft plaatsgevonden of dat Gala de dialoog heeft gedroomd. De sobere regieaanduidingen volstaan om als lezer een perfect beeld van het park en het standbeeld op te roepen. Dat geldt ook voor de begraafplaats waar Gala op zoek gaat naar het graf van Pé Derkinderen. Het is dan november 2018 en ook nu weer laat de auteur niet na om het decor langs de Meensesteenweg trefzeker te schetsen. Met een knipoog naar de beddenwinkel aan de overkant. Sacha Bronwasser: "Ja. De Nachtwacht heet die winkel. Als kunsthistorica moest ik dat wel vermelden."De herkenbaarheid van het decor maakt het voor de Kortrijkse lezer extra interessant om dit boek te lezen. Maar los daarvan is het vooral de heerlijke stijl waarin dit boek is geschreven - prachtig Nederlands, metaforen om aan te stippen, puntige oneliners, rake typeringen en verrassende observaties - die van het lezen een ingetogen feest maken. 'Niets is gelogen' van Sacha Bronwasser is intussen aan zijn tweede druk toe. Het is een uitgave van Ambo/Anthos.