"Ik heb hier de stilte gezocht om te schrijven, maar steeds meer de wereld ontdekt", schreef Gwij Mandelinck in een brief die op de opening van het Huis van de Dichter in februari 2018 werd voorgelezen. Iets meer dan twee jaar ondertussen vormt het voormalige huis van deze dichter, die de poëziezomers van Watou tot een begrip uitbouwde, ook een inspiratieplek voor andere dichters. Zo ook voor 'rivierdichter' Maarten Inghels (32), die er van 2 tot en met 6 maart resideerde. "Het is zeker niet voor het eerst dat ik kennismaak met de stilte en de rust, de weidsheid en uitgestrektheid van de natuur in de Westhoek", vertelt Maarten. "In de zomer van 2018 maakte ik voor het kunstproject Waterlanders bijvoorbeeld een tocht op een vlot in de vorm van het eenwoordgedicht 'WATER'. Beeldend kunstenaar Sven Verhaeghe en Birgit Provoost uit Poperinge waren de curators van dit project. Hierin gingen ze de uitdaging aan om te midden van de overstroombare ijzerbroeken landschapskunst te laten opduiken en verdwijnen."
...

"Ik heb hier de stilte gezocht om te schrijven, maar steeds meer de wereld ontdekt", schreef Gwij Mandelinck in een brief die op de opening van het Huis van de Dichter in februari 2018 werd voorgelezen. Iets meer dan twee jaar ondertussen vormt het voormalige huis van deze dichter, die de poëziezomers van Watou tot een begrip uitbouwde, ook een inspiratieplek voor andere dichters. Zo ook voor 'rivierdichter' Maarten Inghels (32), die er van 2 tot en met 6 maart resideerde. "Het is zeker niet voor het eerst dat ik kennismaak met de stilte en de rust, de weidsheid en uitgestrektheid van de natuur in de Westhoek", vertelt Maarten. "In de zomer van 2018 maakte ik voor het kunstproject Waterlanders bijvoorbeeld een tocht op een vlot in de vorm van het eenwoordgedicht 'WATER'. Beeldend kunstenaar Sven Verhaeghe en Birgit Provoost uit Poperinge waren de curators van dit project. Hierin gingen ze de uitdaging aan om te midden van de overstroombare ijzerbroeken landschapskunst te laten opduiken en verdwijnen.""In zes dagen peddelde ik van Roesbrugge tot Nieuwpoort, met de bedoeling om onderweg gesprekken aan te knopen met bewoners, passanten en recreanten. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan, want mede door het druilerige weer lagen de oevers van de IJzer er ongelofelijk desolaat bij. Ook deze week viel me opnieuw dat 'verlatene' op. Zelf woon ik op een appartement en heb ik mijn schrijfatelier in het bruisende, maar hectische Antwerpen. Het contrast met Watou in putje winter is groot. Ik kende het dorp al van het Kunstenfestival, waarvoor ik hier ooit eens mijn stadsgedicht 'Wanneer wij zomer zaaien in elkaar' kwam planten, met eetbare zaadjes van radijs, rucola, tuinkers en mosterdzaad. Ik herinner me nog dat de grond hier hard en droog aanvoelde."Sinds 25 februari 2018 inspireerde het vakantiehuis in het poëziedorp al tal van schrijvers, al kwam Maarten niet naar Watou om er zich te laten inspireren. "Via Sven en Birgit van het waterproject leerde ik ook Elias kennen, een 26-jarige bewoner van De Lovie. Meteen bij onze eerste ontmoeting wist hij me te charmeren met zijn ideeën over hoe hij de wereld wil redden. Die gedachte laat hem niet los en hij wou er graag een boek over schrijven. Toen dichter Michaël Vandebril - de ambassadeur van het Huis van de Dichter - mij vroeg of ik interesse had om een weekje in Watou te resideren, leek me dat de ideale uitvalsbasis om Elias nog eens een bezoekje te brengen. Ik ben er de afgelopen week twee keer enkele uren langs gegaan. Ik hielp hem een brief aan de koning te schrijven waarin hij zijn ideeën over een betere wereld toelicht.""Onderweg naar De Lovie spotte ik een wielewaal, wat voor een stadskind als ik wel bijzonder is. Ook kruiste ik in Proven een overblijfsel, een soort zuilengang met drie uitkijktorentjes, te midden van een veldweggetje. Heel speciaal. Ik vraag me echt af wat het ooit voorgesteld heeft. Voor ik naar Watou vertrok, nam ik me voor om wat schrijfopdrachten af te werken. Zo werkte ik aan een gedicht in opdracht en redigeerde ik de eerste versie van mijn nieuwe roman. Veel kan ik er nog niet over kwijt, behalve dat het gebaseerd is op waargebeurde feiten en het hoofdpersonage afkomstig is uit West-Vlaanderen. Bij wijze van research ging ik een interview afnemen in Eggewaartskapelle bij Veurne. Doordat ik de hele tijd doelgericht bezig was, nam ik nog niet echt tijd om me te laten inspireren. Al zit de kans er wel in dat ik later nog aan de slag ga met de indrukken die ik hier onbewust opdeed. In plaats van vooraf verwachtingen te stellen laat ik me veel liever leiden door toeval."Maarten vertoefde een volledig jaar in het buitenland en verbleef onder andere in New York, Rome, Zürich en Oost-Europa. "Toen ontwikkelde ik de eigenschap om me snel te leren aanpassen aan nieuwe situaties of locaties. Aan spullen en materiële zaken hecht ik weinig waarde. Een tafel en een stoel, een computer en wat boeken volstaan. De olmen vloeren, authentieke deuren, getaande blauwsteen en de bakstenen kelder: ontegensprekelijk ademen de muren van deze woning geschiedenis. Over de inrichting werd duidelijk nagedacht: er hangen kadertjes en het huis werd sfeervol ingericht. Opvallend wel is dat er in het Huis van de Dichter geen enkel boek voorhanden is. Gelukkig nam ik er zelf meer dan voldoende mee. De verschillende klokken op de schoorsteenmantel intrigeren, al hoor je er geen enkele tikken. Muisstil is het hier. In contrast met Antwerpen kan dat wel tellen", lacht hij. "Op zich doen de rust en de stilte wel deugd, vind ik. Toch voor eventjes. Die stilte valt ook door te trekken naar het dorp zelf en de hele omgeving. Er loopt hier werkelijk bijna niemand over straat. Mijn lievelingsplek in het dorp is Dirks café, het oud gemeentehuis. De romantische lampenkapjes, de porseleinen beeldjes en de vele volkswijsheden aan de muur: het hele interieur roept een niet te evenaren romantische sfeer op, op het randje van kitsch. Zo stel ik me de woonkamer van Guido Belcanto voor. 'Plastic rozen verwelken niet', leerde een spreuk mij er gisteren nog. Opmerkelijk: op een doordeweekse namiddag zat er veel volk aan de toog, veel Fransen ook." "Van het plaatselijke dialect kan ik niet veel maken. Ik hou wel van de sfeer die hier heerst, al heb ik de indruk dat buitenstaanders niet gemakkelijk worden opgenomen. In dat 'gesloten' karaktertrekje kan ik echter goed komen. Even sprak men mij wel aan als 'den dichter'. Tijdens mijn verblijf was ik ook graag eens een kijkje gaan nemen in café De Filosoof, maar dat is enkel in het weekend open. Wie hier hartje winter iets wil meemaken, moet kunnen rekenen op een kleine portie geluk", lacht de dichter. (SVP)