In 2003 schreef Mark het boek 'De laatste koloniaal' over zijn belevenissen als hulpgewestbeheerder in de provincie Kivu in Congo in de jaren 1959 en 1960. "De duizend exemplaren waren in korte tijd uitverkocht. Maar de vraag bleef groot. Vooral de jongste tijd is er veel interesse voor de geschiedenis van 'onze' kolonie. Er worden vragen gesteld naar excuses, en schuldbetalingen aan Congo. Door allerlei totaal verkeerde informatie in de media en vooral op het internet, worden onder meer standbeelden neergehaald. Wat bijvoorbeeld Adam Hochschild beschreef in zijn boek is je reinste waanzin, voortgesproten uit een gruwelijke fanta...

In 2003 schreef Mark het boek 'De laatste koloniaal' over zijn belevenissen als hulpgewestbeheerder in de provincie Kivu in Congo in de jaren 1959 en 1960. "De duizend exemplaren waren in korte tijd uitverkocht. Maar de vraag bleef groot. Vooral de jongste tijd is er veel interesse voor de geschiedenis van 'onze' kolonie. Er worden vragen gesteld naar excuses, en schuldbetalingen aan Congo. Door allerlei totaal verkeerde informatie in de media en vooral op het internet, worden onder meer standbeelden neergehaald. Wat bijvoorbeeld Adam Hochschild beschreef in zijn boek is je reinste waanzin, voortgesproten uit een gruwelijke fantasie! Sommige mensen vragen mij soms: 'Hoeveel handjes heb jij afgehakt?' Terwijl er in totaal slechts zes foto's bestaan van geamputeerde mensen, maar steeds dezelfde worden getoond. Ik verricht al jaren studiewerk naar het verleden van Congo en had er tot 1970 nooit eerder over gehoord", vertelt Mark Scheldeman."Uiteraard zijn er voor mijn tijd heel wat wantoestanden gebeurd. Leopold II en later de Belgen gingen er voor de machts- en gebiedsuitbreiding, net zoals ieder Europees land toen. Het was een prestige om koloniën te hebben. En natuurlijk om er ertsen, edelmetalen en rubber te halen. De Kerk ging er zieltjes winnen. Maar toen wij er waren, gebeurde alles op commerciële basis. De lokale bevolking werd betaald. Wij waren wel de baas, om organisatie en een systeem in het werk te krijgen. Maar wij waren niet de racisten en de Kapo's (kampbewakers in de concentratiekampen tijdens WOII, red.), zoals je kon lezen in De Standaard", aldus nog Mark."Ik ben een van de beste Swahili-kenners van ons land. Talenkennis was daar enorm belangrijk. Ik schreef niet overzichtelijk met een totaalbeeld, maar wel zeer anekdotisch over wat ik dagelijks meemaakte in mijn streek daar. Ik was er onder meer ook politierechter, want ik moest vaak geschillen bijleggen. Want Congolezen hebben een totaal ander wereldbeeld dan wij. Ik neem geen blad voor de mond, maar spaar ook mezelf niet. Ik beschrijf de mooie, maar ook minder mooie kanten van iedereen uit mijn omgeving, en geef zonder schaamte mijn eigen gevoelens, frustraties en driften bloot. Iedere dag was er een avontuur. Het geheel is onthullend, misschien af en toe schokkend, maar vooral bijzonder eerlijk. Ik heb het ook over mijn avontuurtjes als vrijgezel met de plaatselijke meisjes. Mijn vrouw Hilde zegt soms smalend dat ik daar 'mijn rijbewijs' behaald heb (lacht)." Sindsdien trok Mark al 43 keer terug naar Midden- en Oost-Afrika. Vijf keer doorkruiste hij die streken met de fiets en de rugzak. De laatste keer was hij er begin dit jaar, samen met zijn kleindochter. In het voorwoord schreef VRT-journalist en Congo-expert Peter Verlinden: "Mark verbloemt niet, en dat is mooi. Zijn onzekerheden en angsten lezen even waarheidsgetrouw als zijn 'heldendaden'." "Ik ben fier op mijn koloniaal verleden en op mijn boek. Ik maak ook deel uit van de redactieraad van 'De Mohikanen', een tijdschrift voor oud-kolonialen", lacht Mark.