Marc Lerouge (69) studeerde Latijn-Grieks aan het Sint-Aloysiuscollege in Menen. Hij was een erkend beroepsjournalist en van 1983 tot 1997 nationaal en internationaal sportjournalist. "Die job bracht me in vele uithoeken van de wereld voor verslaggeving van voetbal, wielrennen en vooral volleybal en tennis. Zo kon ik 15 jaar lang in Parijs Roland Garros en in Londen Wimbledon verslaan", zegt Marc.
...

Marc Lerouge (69) studeerde Latijn-Grieks aan het Sint-Aloysiuscollege in Menen. Hij was een erkend beroepsjournalist en van 1983 tot 1997 nationaal en internationaal sportjournalist. "Die job bracht me in vele uithoeken van de wereld voor verslaggeving van voetbal, wielrennen en vooral volleybal en tennis. Zo kon ik 15 jaar lang in Parijs Roland Garros en in Londen Wimbledon verslaan", zegt Marc. In 1997 werd hij zelfstandig freelance journalist met medische en economische onderwerpen en voor lifestylemagazines. Marc werkte later als tv-reporter: vier jaar bij WTV en zeven jaar bij Kanaal Z. Hij houdt van nationale en internationale actualiteit volgen via zoveel mogelijk kanalen, zelf muziek spelen, muziek beluisteren zowel thuis als in de schouwburg of kleine caféconcertjes, passief sporten, facebooken, citytrips met zijn vriendin, maatschappelijke discussie-gesprekken op café, zijn kinderen en kleinkinderen, volleybal en cultuur. Maar wat is cultuur precies voor hem? "Cultuur is het geheel van normen, waarden, tradities, regels, bouwwerken, kunstuitingen en meer, van een land, volk of groep. Het is beschaving en eet- en wooncultuur, gebruiken en gedragskenmerken. Het geheel van ideeën, dingen doen en dingen hebben, muziek, allerlei gebruiken, eetgewoonten en wijze van kleden, die een groep mensen met elkaar delen."Marc heeft al ruim 20 jaar een abonnement bij Schouwburg Kortrijk. "Ik pik er jaarlijks een dozijn voorstellingen of concerten uit. Een heel divers en uitgebreid aanbod, waarbij zowat alle disciplines of genres aan bod komen: humor, klassiek, opera, dans, theater, familievertoningen, kinderen, moderne muziek, noem maar op. Persoonlijk ga ik vooral voor muziek en humor of stand-upcomedy", vertelt Marc. "In die 20 jaar heb ik zo'n 250 acts, concerten of performances gezien. Veel comedy met Wouter Deprez, Alex Agnew, Xander De Rycke, Philippe Geubels en Wim Helsen." Marcs absolute uitschieters waren twee Nederlanders: Youp van 't Hek en Hans Liberg. "Van 't Hek heb ik zelfs driemaal gezien. Het is een cabaretier die met de energie van een wervelstorm op kenmerkende wijze schreeuwerige en grove grappen op het publiek afvuurt. Ik ken geen cabaretier die zulke mooie, grappige en meeslepende en soms tegelijk intrieste maatschappijkritische verhalen vertelt." Een tweede orgelpunt in die 20 jaar is Hans Lieberg. "Een van opleiding muziekwetenschapper en musicoloog die al meer dan 30 jaar bewijst dat klassieke muziek, moderne nummers en een fikse dosis absurde humor perfect te combineren vallen. Het is een intelligente megamix van pianistische virtuositeit en onbedaarlijk gelach in de zaal en op het podium", gaat Marc verder."Ik vind de organisatie voor het (online) samenstellen van een jaarabonnement al jaren erg goed. Te beginnen met dat openingsweekend dat nu al enkele jaren samengesteld wordt door al dan niet bekende curatoren, die twee dagen lang een aantal favoriete 'artiesten' mogen uitnodigen en waarin het nieuwe cultuurseizoen van Schouwburg Kortrijk middels een lijvig en heel overzichtelijk programmaboek wordt voorgesteld. Ik herinner me zo'n weekends met curator Wim Opbrouck met de Compact Disk Dummies en vooral de editie september 2016 met centraal schrijfster Saskia De Coster met een bont allegaartje van creatieve geesten en eigenzinnige figuren", duidt Marc, die zelf muziek maakte en speelde."In het cultuur- en vooral muziekvriendelijk Sint-Aloysiuscollege mocht ik 'buiten de collegemuren' vijf jaar notenleer en klassieke gitaar volgen aan de stedelijke academie. Ik speelde ook klaroen. In de kelder mocht ik repeteren. Ik werd op mijn dertiende solozanger en later ook gitarist van het niet onbekende banjo-orkest van Vlaamse studenten waarmee ik in de studio's van Decca in Brussel twee singles heb opgenomen. Ons jeugdorkest trok tijdens de grote vakantie elk jaar voor twee weken naar Oostenrijk of Zwitserland waar we bijna elke avond op één of ander stadsplein optraden. Met mijn vriend-collegegenoot Marc Poot vormde ik vanaf 1966 het kleinkunst-folk-bluesduo Roodpoot, waarbij Vuile Mong zijn 'muzikaal debuut' maakte. Vuile Mong sloot zich eind jaren zestig aan. Lerouge betekent rood en Marc Poot werd 'poot', vandaar Roodpoot. We traden op met onder anderen Miek en Roel, Willem Vermandere, Roland en Dimitri Van Toren."