De tijd dat wind- of watermolens een economische functie hadden, is allang voorbij. Gelukkig zijn er in Vlaanderen een 250-tal exemplaren bewaard als erfgoed. Om ze te kunnen laten draaien, zijn (vrijwillige) molenaars nodig. De eerste lichting kreeg in de jaren zeventig van vorige eeuw nog opleiding van de laatste generatie beroepsmolenaars. Nu is het de vzw Molenforum Vlaanderen die cursussen organiseert.

Tien zaterdagen lang kregen de kandidaat-molenaars 's morgens allerlei theorie te verwerken, 's namiddags werd dan een molen bezocht en kwamen de technische aspecten aan bod. De cursus begon op 6 oktober 2018 in Kortemark en eindigde nu in Kortrijk en Heule. In Kortrijk stond het Museum Texture op het programma met onder meer een rondleiding. 's Namiddags zakte de groep dan af naar de beschermde en gerestaureerde Preetjes Molen in Heule en daarmee zat de cursus erop.

Nu volgt eerst een theoretisch examen maar dan moet men ook binnen de twee jaar 100 uur stage lopen bij een meester-molenaar en met succes een praktijkexamen afleggen, alvorens het diploma binnen te halen.

Henri Kerckhof, molenaar van Preetjes Molen, geeft de cursisten uitleg over het zwingelen van het vlas. © Noël Maes

"Na de opleiding beheers je oude ambachtstechnieken, ken je het ritme van wind en water en ben je in staat een molen zelfstandig te bedienen", zegt organisator Eddy De Saedeleer uit Lede. "Maar er zijn ook molengidsen nodig. Wie voor het theoretische gedeelte slaagt en zich bekwaamt in het rondleiden van groepen, krijgt het diploma van molengids. Ze worden dan vooral ingezet op Open Monumentendagen en Molendagen."

Van de 42 cursisten komen er 16 uit West-Vlaanderen, van wie vijf uit Ruiselede en twee uit Heule. De overigen komen van Eernegem , Gistel, Leke, Oostende, Oudenburg, Sint-Andries, Wervik en Westende.

(NOM)