De billenkar is ouder dan de auto. Deze quadricycle, een door mankracht en later ook motor aangedreven vierwieler, kende vanaf midden 19de eeuw in Frankrijk, Engeland, Canada en de VS een parallelle evolutie met zijn mobiele neef, de eerste fiets of vélocipède.
...

De billenkar is ouder dan de auto. Deze quadricycle, een door mankracht en later ook motor aangedreven vierwieler, kende vanaf midden 19de eeuw in Frankrijk, Engeland, Canada en de VS een parallelle evolutie met zijn mobiele neef, de eerste fiets of vélocipède. "Het moet zowat de directe voorouder geweest zijn van de eerste automobielen: vier wielen, een buizenstel als chassis en een stuurwiel. Ook toen al zorgde een tandwiel, ketting en pedalen voor de voortstuwing op spierkracht', zegt Erwin Mahieu. "Dat vehikel was net als de fiets, die al sneller aan populariteit won, een tuig om zich vlug mee te verplaatsen van A naar B. In grote Amerikaanse fabrieken was het een handig transportmiddel in de grote constructiehallen. In 1940 vluchten veel Fransen en Belgen met een billenkar omwille van erg schaarse autobrandstof. De recente Oostendse fietstaxi voor minder mobiele mensen, geïnspireerd op de Oosterse risjka, hoort bij diezelfde familie."Na de eerste trapauto's voor kinderen omstreeks 1926, rijden medio jaren 30 de eerste billenkarren op onze zeedijken. Net als de vlieger en de zandkastelenbouw is het een typisch kustgebonden vrijetijdsproduct.In contrast met andere landen is ons kustrijwiel toegelaten op de openbare weg, maar de bestuurder moet zich wel houden aan het verkeersreglement. Al knijpt menig politieagent een oogje dicht voor een onverlichte cuistax die na zonsondergang op de dijk slalomt. "Bredene, dat een 'zeeboulevard' mist, liet in 1955 het verkeerspark Leburton inclusief kruispunten, verkeerslichten en -borden en viaducten aanleggen voor (jonge) fietsers en gocarts: een didactisch initiatief van toenmalig politiecommissaris Verhelst. De ontdubbeling van de Koninklijke Baan betekende de aanloop naar het verdwijnen van dit unieke verkeerspark."Vandaag kent onze kust nog een vijftigtal, meestal familiaal gerunde, verhuurders. Met twaalf uitbatingen is Oostende de koploper. "Veel van die zaken gaan over van generatie op generatie", vertelt Erwin Mahieu. "Zo ook bij de familie Cattrysse in De Haan. Zeventig jaar geleden was Leon hulpje in de fietshandel van Karel Dejonghe in Middelkerke. Karels broer, Berten, won in 1922 Parijs-Roubaix en een jaar later een rit in de Tour de France. Zoon Ivan, de latere burgemeester, vestigde zich in De Haan en opende daar zijn fietsen- en kustrijwielenzaak. Nu leidt zijn zoon en schepen Rudi de handel."Tot vandaag blijft de klassieke billenkar attractief, hoewel het wagenpark van elke uitbater de voorbije jaren geëxplodeerd is qua mobiele, elektrisch ondersteunde of volledig elektrisch aangedreven mogelijkheden: Segways, e-steps en -bikes, hoverboards,... "Ooit was de billenkar met zijn zitjes een comfortabel alternatief voor de fiets. Tijdens het interbellum lieten veel gezinnen zich ook fotograferen in een gezinskustrijwiel. Een auto konden de meesten zich nog niet permitteren, dus dat was een unieke gelegenheid voor een kiekje met vader achter het stuur."Veel kustbewoners laten zich niet rap verleiden om zich in het zweet te trappen en amper snelheid te maken. Maar voor recreatief-sportieve toeristen en dagjesmensen blijft de billenkar onweerstaanbaar. En als het vehikel tergend traag is: noem het dan een vorm van onthaasten aan zee!Corona nekte dit jaar het Kusterfgoedproject over de billenkar, maar in 2021 duwt de vzw het initiatief weer op gang met onder andere een publicatie, publieksacties en een heus billenkarrenspel. Erwin Mahieu licht de geschiedenis van de billenkar toe op 15 en 22 september in De Boeie, Kerkstraat 35 in Oostende. Vooraf reserveren is verplicht: via 0472 040 804 of luc.vanspeybroeck@telenet.be. (ML)